De eerste keer

Een blanco blad. Dat zat in haar brievenbus. Post zonder letters. Boodschap zonder tekst. Soms is de afwezigheid de boodschap. Dat was al enkele jaren zo. Toen hun wegen scheidden. Onverwacht, zoals een afslag die je verkeerdelijk nam en waardoor je op een andere snelweg terecht kwam waar je niet kon omkeren tenzij je eerst heel ver zou omrijden. Om dan terug te keren naar het punt waar het fout ging. Maar dat had geen zin. Er was niemand meer op die plek. Iedereen rijdt verder. Op zoek naar een punt van samenkomst. Beter dan op zoek naar het punt van scheiding.

Met een gemengd gevoel van warmte en vertwijfeling, keek ze naar het witte papier. De herinnering aan toen deed pijn. Woorden, scherp als een mes, galmden. De scherpste waren deze die bedrieglijk helder klonken zoals waarheid, trots, respect en zelfs eerlijkheid. Woorden die een assenstelsel nodig hebben. Maar het eerste slachtoffer van elk gevecht is het referentiekader zelf. Waarna alles op losse schroeven gaat staan en woorden wankelen in de holtes van hun lettergrepen.

Ze miste die tijd van weleer.  De zinnen die ze samen schreven. De muze die ze was. In de verte zag ze zijn sporen maar de punten van zijn schoenen wezen nog niet naar haar.

Hij was steeds opnieuw geschrokken telkens haar beeltenis ergens verscheen. De associatie met het mooie dat ze deelden en de schoonheid die hij zag was steeds sneller dan de schaduw van de ellende die hen was overkomen. Maar de schaduw bleef hangen, als een eeuwig durende zonsverduistering. Het is tergend te weten dat de zon zich niet wil laten zien. Het is onnatuurlijk dat ze wegblijft.

Hij had lang getwijfeld om haar zijn brief te sturen. Zelfs een leeg blad leek aanvankelijk teveel, ook al had hij haar gemist. Maar het blad leek beter dan het verhaal. Luisteren naar elkaars stilte. Beter dan elk gesprek. En dus had hij het witte blad zorgvuldig, haast ritueel in een enveloppe gestopt en op de post gedaan. Dubbele postzegel voor de zekerheid.

Vertrouwen, zei hij. Vertrouwen is zoals een raam. Als het stuk is, kan je het lijmen, maar je zal altijd de breuk blijven zien, zelfs bij dat bedrijf dat autoruiten herstelt. Het komt erop aan om de breuk te koesteren. Het litteken van de geschiedenis te zien als merkteken. Als ijkpunt voor morgen. Als nulpunt voor vandaag.

Hoe zal het zijn?, dachten ze synchroon. De nabijheid. Die blik. De lippen. De geur. Hoe zal het voelen? Onbeschreven, zoals de eerste keer? Iedereen wil toch opnieuw die eerste keer? Opnieuw die eerste keer.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.