Meningen

Op deze pagina vindt u observaties en commentaren op het dagelijks leven die niet in een verhalende vorm worden gebracht, maar eerder als een essay, in de letterlijke zin van het woord: een poging, een probeersel zoals De Montaigne placht te zeggen. Soms twijfel ik bij een publicatie of het nu een verhaal dan wel een essay is. In dergelijk geval staat ze op beide pagina's.

Verder schreef ik ook een boekje in deze stijl (waar evenwel ook verhalen in voorkomen):

De Kikker en de Oceaan (uitgegeven in 2009 door Academia Press in Gent - klik op titel om te downloaden)

  • Levenslied
    De tekenares tovert het lied van de stilte tevoorschijn in een stoet van prenten. Het lied van de stilte, gespeeld door de fanfare van de afwezigen. Vooraan lopen de buidelwolf, de mammoet en de dodo. Prehistorische Bremer straatmuzikanten. Uitgestorven. De stoet is lang. Langer dan alle potloden van de tekenares achter elkaar gelegd. Zoveel afwezigen dat je het einde van rij niet ziet. Diegenen die helemaal achteraan lopen, zijn de vergeten afwezigen. Die kan je haast niet zien. Maar ze spelen wel allemaal muziek. De soundtrack van hun leven.   In Kunming startten deze week virtueel …
  • Eden
    Ze zei dat ze meer kreeg dan ze verdiende. Hij keek op en vond dat ze geen gelijk had. “Ik geloof niet in de voorwaardelijkheid van het verdienen”, zei hij. Hij sprak haar niet graag tegen maar deed het toch. Verdienen is een begrip van de door schuld doortrokken Westerling. Eerst de arbeid, dan het feest. Eerst de boete, dan de hemel. Hij werd er opstandig van. Wie had ooit die appel bedacht? Hij zag haar lopen, in die tuin. Immer sierlijk. Krijgen was voor hem onvoorwaardelijk geven. Wie iets krijgt, kan nooit iets teveel krijgen. En als je denkt dat je teveel gaf, dan gaf je wellicht te …
  • Daarom
    “Waarom?” vroeg ze hem in het maanlicht van de nacht. Een zachte maar koude bries trok door de zwarte struiken en door zijn gedachten. “Waarom wil je het doen?” “Daarom”, wou hij antwoorden, en hoewel hij het meende, vond hij het antwoord te kinderlijk klinkend voor wat hij bedoelde. “Ze zullen het je vragen”, ging ze verder. Hij vroeg zich af of ze de achterdocht, die ze suggereerde, ook deelde. “Gewoon”, zei hij dan maar, en ook dat antwoord klopte maar dekte het belang van zijn visie niet. Voor hem was zijn handelen ‘gewoon’. Een evidentie. “Niet alles heeft een reden”, zei hij, “een …