Kindervoeten

Dit verhaaltje is gebaseerd op een mening.

Sarah zit boos in een hoek op de speelplaats. De handen gekruist voor haar buik. Boven haar anders zo blije ogen, een diepe frons. Ze is boos op Kareltje. Kareltje is nochtans haar vriend. Al sedert de eerste kleutertuin. Ze zaten samen aan dezelfde tafel. De rode. Zij waren de vrienden van de rode tafel, samen met nog een ander meisje, Pippa. En nu had Kareltje gezegd dat Sarah toch niet zo echt tot de groep behoorde als hijzelf en Pippa. De papa van Sarah was immers niet geboren in het dorp waar Sarah en Kareltje woonden. De papa van Sarah was geboren aan de zee en op een dag was hij gewoon in het dorp komen wonen met zijn vrouw, de mama van Sarah. Zij was hier wel geboren. De mama van Sarah was een echte. De papa van Sarah was “niet echt”. Sarah begreep het niet. Haar papa was toch wel echt? En hij woonde al heel lang in het dorp. Sarah wist wel van die mensen die soms eens op bezoek in het dorp komen. Ze komen om te fietsen. Dan blijven ze een hele week en gaan dan weer naar huis. Dat die geen echte zijn, dat kon ze nog begrijpen. Maar haar papa? Hij was hier al lang en zou hier altijd blijven. Dat dacht Sarah toch.

Pippa vond het niet fijn dat Sarah zo verdrietig was. Ze kwam Sarah troosten: “Sarah, je moet niet zo verdrietig zijn. Het is niet waar wat Kareltje zegt”.

“Toch wel”, zei Sarah, “Mijn papa is hier echt niet geboren. Dus hij is niet echt zoals Kareltje zegt”.

“Trek het je niet aan”, zei Pippa, “Kareltje zegt dit gewoon om je te plagen”.

Maar Sarah was niet te troosten. Ze bleef in de hoek van de speelplaats op de grond zitten met de handen voor haar buik gekruist en de diepe frons in haar voorhoofd.

Na schooltijd ging ze met mama naar huis. Sarah was nog steeds verdrietig en boos. Ze ging naar haar kamer en ging met haar knuffels op bed liggen. De Eekhoorn en de Poortwachter, het waren haar liefste knuffels. De Poortwachter was eigenlijk een soldaat, maar omdat Sarah nooit oorlog speelde had ze van hem een bewaker gemaakt van haar prinsessenkasteel. Zo kon die pop ook altijd meespelen.

“Zie je wel”, mompelde Sarah tegen zichzelf, “die poortwachter is ook niet echt een poortwachter. Hij is een soldaat. Maar toch mag hij meespelen. Waarom mag ik dat dan niet?”

“Kareltje is trots op zijn papa”, zei de poortwachter plots.

Sarah kon haar ogen en vooral haar oren niet geloven. Sprak die pop nu tegen haar?

De poortwachter ging verder: “Gisteren stond de opa van Kareltje in de krant omdat hij 100 jaar was geworden. Kareltje’s opa is de oudste van het hele dorp. En gisteren ging de hele familie samen met de burgemeester op de foto om dat te vieren. In de krant stond geschreven: 100 jaar en een echte Zingemnaar. Daarom zegt Kareltje dat zijn opa echt is, en zijn papa ook en hij dus ook.”

Sarah wist niet dat de opa van Kareltje zo oud was. 100 jaar. Dat was pas echt heel oud!

De poortwachter zei: “Jouw papa is dan misschien geen echte Zingemnaar, maar hij is wel een echte Blankenbergenaar. Hij komt van Blankenberge. Hij is van Blankenberge naar hier gereisd om hier te wonen. Dat is heel ver. Dus jouw papa is ook heel echt, een echte Blankenbergenaar en een echte reiziger. Hij is dan wel geen 100 jaar, maar hij heeft wel 100km ver gereden om hier te kunnen wonen. Dat is ook bijzonder.”

“En wij zijn echt van de rode tafel”, zei Sarah plots luidop. “Hier hebben we altijd al gezeten. Dat is echt waar. Wij zijn dus ook echt, evenveel. Het gaat er niet om van waar je komt.”

“Bravo!” zei de eekhoorn, “Je hebt het begrepen.”

Hé, spreekt die eekhoorn nu ook? Zijn die nu ook echt?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *