De dans van de wijzers

De wijzers van de klok voeren de enige dans uit die ze kennen. Het meisje kijkt naar de klok. Hoe vaker ze kijkt, hoe trager de wijzers lijken te bewegen. Hoe langzamer de dans. Hoe langzamer de tijd. Vertraagde tijd.

De jongen kijkt naar de wijzers van de klok en ziet het meisje. Haar gelaat, haar blik, haar mond. Waar onderkoelde humor uit komt. Vaak onbedoeld. Omdat ze zegt wat is. Zonder complexiteit. Ze zegt de dingen die ze ziet. Pijnlijk echt maar zo accuraat dat het grappig klinkt. Dat had ze lang geleden al tegen hem gezegd. Dat ze de dingen onomwonden zegt. Dat ze er niet aan kan doen. Hij was het niet vergeten en was dus niet verrast. Haar waarschuwing kan evenwel niet beletten dat het uitdrukken van de werkelijkheid soms kwetst. Sommigen noemen het waarheid. Maar dat is niet zo. Waarheid is de eerste leugen. Omdat ze niet bestaat. Wat waar is, hangt af van waaruit je de feiten bekijkt. Waarheid wordt verward met werkelijkheid.

De randen van de feiten waaruit de werkelijkheid is opgetrokken, zijn vlijmscherp. Zij windt er geen doekjes om. Ze houdt van helderheid. Het is haar verdediging tegen de onzekerheid die ook haar niet vreemd is. Ze stelt vragen. Om die dingen te weten die ze niet kan waarnemen. Om haar werkelijkheid groter te maken. Completer, zodat ze de wereld beter kan begrijpen. Maar feiten zijn slechts de helft van de werkelijkheid. Voor die andere helft zijn er geen woorden. Een helft die niet kan benoemd worden. Een helft die ze voelt. Zoals toen ze hem voor het eerst zag. Althans, “zag”. Ze zag zijn afbeelding. Een foto, van hem dat zich op haar netvlies brandde als die hoofdrolspeler op de affiche van een langspeelfilm. Ze weet dat ze hem wilt. Neen, ze voelt het. Daar, net onder haar middenrif, daar voelt ze de begeerte naar hem. Een begeerte die versterkt wordt door zijn onbereikbaarheid, zoals dat gaat.

Ook hij kan alleen maar waarnemen en bewogen worden. Tijd is hier een vriend en een vijand. Hoe meer tijd, hoe meer je kan waarnemen. Hij leest haar berichten. Tussen de woorden zoekt hij naar wat ze hem wilt vertellen. Woorden die zinnen vormen. Zinnen die suggereren wat niet geschreven werd. Die hij probeert te ontcijferen. Zijn gedachten die invulling geven aan wat wie hij denkt dat ze is. Hoe meer hij invult, hoe groter de kans dat zijn beeld afwijkt van de werkelijkheid. Durft hij zich al voorstellen hoe haar lippen aanvoelen. Warm? Zacht? Hij schrapt de gedachte. Niets van wat ze tot nu toe schreef, biedt hier houvast. Dan maar beter het mysterie bewaren. De verwachting is het warme deken voor toekomst.

De wijzers dansen hun dans. Ze tonen de dans die zij met hem voert. En hij met haar. Ze dansen in cirkels. Ze gaan nergens naartoe. Er is geen bestemming. Ze zijn niet op reis. Ze vallen samen met de tijd. Ze vallen samen. Maar niet op dezelfde plek. Verscheen er nu maar een bericht op zijn scherm.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *