De lichtmeridiaan: 6. Identiteit
05/08/2016

blberge

De voortuin van de Academie voor Woord en Muziek in Blankenberge ligt perfect op de lichtmeridiaan. Het tuintje is een ideale locatie voor ons laatste lichtje. Publiek zichtbaar en toegankelijk, maar toch met een kleine barrière voor wie het wil zien. Je moet het tuintje immers ingaan. Met wat geluk overleeft het lampje de stedelijke grasmaaiers en de souvenirjagers toch enige tijd. Het is een bezorgdheid die we de hele reis wel wat hadden.

Het tuintje is om meer dan puur praktische redenen ideaal. Het tuintje helpt ons het verhaal dat zich deze reis heeft ontwikkeld, af te sluiten. De muziekacademie is de plek waar ik meer dan twaalf jaar mijn hobby heb beoefend en het is de plek waar mijn vader meer dan dertig jaar heeft gewerkt. Een kniesoor zal opmerken dat dertig jaar geleden hier geen muziekacademie gevestigd was. Dat klopt. De academie bevond zich toen in de Molenstraat, in andere oude schoolgebouwen.  De mooie gebouwen waar de academie zich nu bevindt behoorden vroeger toe aan de normaalschool van Blankenberge.

We hebben het tijdens dit verhaal over wortels gehad. Hier op deze plek hebben mijn vader en ik in elk geval een stuk wortel geschoten. Een stuk van onze geschiedenis ligt hier. Een stuk ervan was ook gezamenlijk. Na schooltijd ging ik gewoon met mijn vader mee naar zijn werk en kwam zo in de muziekacademie, toen nog muziekschool, terecht. Hoe pragmatisch de keuze van een hobby kan zijn. Ik heb het mij nooit beklaagd, integendeel. Ik speel nog altijd heel graag muziek en mede dankzij de opleiding in deze school, begrijp ik waar mijn vrouw, die een echte muzikante is, het over heeft. Ik ben geen muzikant. Toch wel, zegt zij. Wie ben ik?

Leven is zoeken naar onze eigen identiteit. De uitspraak komt van Charles Handy. Hij is één van wat ik mijn ankerpunten noem. Ik heb er vier: Charles Handy, Toon Hermans, Willem Vermandere en Ulrich Libbrecht. Ze zijn ankerpunten omdat na al die jaren ik merk dat ik hun boeken, platen en video’s het meeste raadpleeg als ik raad nodig heb en steeds opnieuw hun stemmen wil horen. Charles Handy is wellicht de minst bekende in onze contreien. Handy is Iers self-made sociaal filosoof en op hoge leeftijd nog steeds actief. Zie Youtube.

Als leven de zoektocht naar onze identiteit is, dan is die reis, die hiervan een hyponiem is, het dus ook. Hebben we iets geleerd op deze tocht die ons dichter bij onze identiteit heeft gebracht? Geleerd. Het is ook een vraag die we aan het begin van de rit behandeld hebben. Als we reizen om te leren, dan plaatsen we ons buiten de reis. Dan observeren we wat ons pad kruist. Wij zaten in de reis. De reis was wie wij waren gedurende deze vijf dagen. We waren vijf dagen lang lichtreizigers. Op pad met een kleine rubberen hamer, een notitieblad en een plastiek tuinlichtje. Elke dag opnieuw op zoek naar de ideale plek. We hebben gedurende de ganse reis nooit geobserveerd, maar beleefden elke minuut van onze onderneming.  Onze reis was veeleer een ervaring dan wel een leerschool. Ervaring. Libbrecht zegt het zo treffend: Er-varen. Je moet er varen om de beleving te pakken te krijgen.

Het bijzondere is dat tijdens een ervaring de vraag over de identiteit zich niet stelt. We vroegen ons niet af wie we waren en wat we deden. We vielen immers samen met de reis die we maakten. Wie samen valt met het decor, wordt decor. Het brengt rust. Vraag het aan de kameleon. Uiteraard waren er wel reflectiemomenten, zoals elke avond toen een nieuw verhaal geschreven moest worden, maar de dag zelf was gewoon leven en beleven. We voelden ons ontspannen, elke dag opnieuw. De reis was nooit echt vermoeiend ook al reden we vaak tien uur lang. Identiteit is een irrelevante vraag als je het leven leeft.

Kunnen we aldus stellen dat, als we ons druk maken over onze identiteit, we op dat ogenblik het leven even stil zetten? Ik heb het gevoel van wel. Staat het leven niet stil van zodra we ons gaan differentiëren? Stond het leven niet stil toen Zuid-Afrika leefde vanuit twee duidelijk met kleur afgebakende identiteiten? En begon het leven niet te bruisen toen Mandela daarover heen stapte en het verleden niet gebruikte om de misdadigers te onderscheiden van de slachtoffers, maar het verleden te gebruiken om de verschillen weg te werken? Valt Amerika niet stil zodra de termen America First valt? Om nog maar te zwijgen over het met harde hand invoeren van identiteitgebaseerde ideeën in het Midden-Oosten en de streek errond?

Onze week op de lichtmeridiaan heeft ons eraan herinnerd dat wat we doen belangrijker is dan wie we zijn. De steen zal de koers van de rivier bepalen, niet de naam van diegene die hem erin gelegd heeft. En ook hier heeft het vermaledijde Facebook bewijs van geleverd. Het was fijn toeven op het internet, te midden van allerlei interacties van nota bene vaak vreemde mensen. Velen kenden we niet en dat deed er ook niet toe. Maar de fijne woorden van aanmoediging die we kregen, die zouden we voor geen geld van de wereld willen gemist hebben.

Aldus: dank aan de lezer, de volger, de supporter, de “vriend”.

Als de vogel weg is, is de weg weg.

 

De versie voor Katrien

Sarah en Pippa spelen in de tuin van Pippa. De tuin van Pippa is een heel leuke tuin om in te spelen. Er staan veel bomen en de struiken zijn groot en groeien door elkaar. Je kan je verstoppen op heel veel plekken. Veel meer dan in de tuin van Sarah. Daar snoeit papa alle haagjes kort en netjes. En kan je dus gemakkelijk zien waar iemand zit. Maar de tuin van Pippa is een wilde tuin. Diep achter de bomen hebben Sarah en Pippa een huis gemaakt. Enkele takken vormen de muren en boven hun hoofd hebben ze een oud deken gehangen die de mama van Pippa hen heeft gegeven. Het deken hangt met wasspelden aan de takken van de bomen vast. Het is een gezellig huisje. Pippa heeft er haar tafeltje in gezet en Sarah heeft bordjes en kopjes op de tafel gezet. Naast Sarah en Pippa zitten ook de eekhoorn en de poortwachter netjes aan tafel, onder het deken dat aan de takken vast hangt. Het is tijd voor een vieruurtje, in het huis van Pippa en Sarah.

Kareltje belt aan bij Pippa en vraagt of Pippa er is om buiten spelen.

“Ze is achteraan in de tuin, samen met Sarah”, zegt de mama Pippa.

De mama van Pippa spreekt een beetje gek. Ze heeft een accent omdat ze uit een ander land komt. Een accent wil zeggen dat je de woorden een klein beetje anders, een beetje gekker, uitspreekt. Zo zegt de mama van Pippa niet “ze is achteraan in de tuin”, maar “zie ies achteran in de tu-ien, sammen with Sarah”.

“Ga maar” zegt de mama van Pippa. Maar Kareltje blijft aan de deur staan. De mama van Pippa herhaalt wat ze gezegd heeft: “zie ies achteran in de tu-ien, sammen with Sarah”. Ze denkt dat Kareltje haar niet begrepen heeft.

Maar Kareltje heeft de mama van Pippa heel goed begrepen. Hij wil alleen niet in die tuin gaan en zeker niet naar achter. Hij vindt de tuin van Pippa eng. Al die bomen en die struiken. Alles staat dicht op elkaar. En als je naar achter wil, dan moet je door de struiken heen klimmen. En kunnen de spinnen en de kevers in je kleren kruipen, zo denkt Kareltje. Kareltje heeft zelf geen tuin. Bij hem is er achteraan enkel een koertje waar hij met zijn go-cart racet. Hij is een beetje bang in de tuin.

“Ga maar”, herhaalt de mama van Pippa, en geeft Kareltje een licht duwtje in de rug.

Met enige tegenzin gaat Kareltje de tuin in. Hij hoort giechelende stemmen, heel ver, achter die grote bomen. Sarah en Pippa hebben het zeker naar hun zin.

Bij de eerste boom stopt Kareltje. Hij probeert tussen de takken van de struiken te kijken om Sarah en Pippa te vinden. Hij ziet niets. En toch hoort hij de twee meisjes heel goed.

Opnieuw hoort hij hen lachen. Heel nieuwsgierig probeert Kareltje de takken wat opzij te duwen. Het lukt. En er is geen enkel spin te bespeuren.

Hij maakt een stapje vooruit en de takken achter hem zwiepen terug tegen elkaar. Hij zit nu gevangen in het bos van Pippa. Heel even wordt hij erg bang. Bang dat hij niet meer terug kan. Bang dat hij de weg terug niet meer zal vinden.

Opnieuw lachen de meisjes. Nu hoort hij heel duidelijk dat ze een koekje aan het eten zijn. Zo van die lekkere die de mama van Pippa kan maken. Engelse koekjes. Cookies, zegt Pippa. Gekke naam voor een koek.

Hij neemt nog enkele stappen en moet opnieuw door een grote dikke struik klimmen. Geen kevers te zien.

Sarah ziet Kareltje van tussen de takken van de struiken komen.

“Hé, Kareltje!” roept ze, “kom je naar ons huis? We hebben lekkere koekjes.”

Kareltje heeft wel zin in zo’n koekje. Zijn trek in een koekje is groter dan zijn schrik van de bomen en struiken.

“Waar blijf je?” roept Pippa, “Je bent toch niet bang?”

Bij het horen van die vraag, schrikt Kareltje op. Bang, hij is nooit bang.

“Bang? Ik? Ik ben nooit bang”, zegt Kareltje met luide stem, terwijl hij angstvallig de struiken achter hem in de gaten houdt.

“Kom dan”, roept Pipa.

Kareltje holt vooruit naar het huisje van Sarah en Pippa. Toch maar zorgen dat hij sneller dan de spinnen is.

“Hier ben ik”, zegt hij triomfantelijk, alsof hij als een avonturier een hele jungle heeft doorkruist.

“Hier is een cookie”, zegt Pippa.

Kareltje neemt het cookie aan en speelt daarna de hele namiddag in de jungle met Sarah en Pippa. Ze spelen ontdekkingsreiziger en zoeken naar een verborgen schat.

Als ’s avonds Kareltje thuis komt, is hij helemaal zwart, groen en bruin van het bos van Pippa.

“Was het een leuke dag?” vraagt mama terwijl ze Kareltje helpt om in bad te kruipen.

“Heel leuk” zegt Kareltje, “we hebben in het bos van Pippa gespeeld. Pippa heeft een echt bos, met vele bomen.”

“Wat leuk”, zegt de mama van Kareltje.

“Ja, en het bos is helemaal niet eng. Er zitten geen spinnen en ook geen kevers. En ze kunnen niet in je kleren kruipen.”

“Had je dat dan gedacht?” vraagt de mama van Kareltje lachend.

“Nee, tuurlijk niet”, antwoordt Kareltje. Hij weet nu immers er geen spinnen zijn. Hij heeft het met zijn eigen ogen gezien. Omdat hij het gedurfd heeft om het bos in te gaan. Kareltje is nu een echte avonturier.