Puzzel

Ze slaapt al enkele nachten amper. Als het hoofd vol zit, kan de rust er niet meer bij. Teveel puzzel-stukjes die niet tot dezelfde doos lijken te horen. Verwoed zoeken of het toch past. Lucht is toch lucht? En die groene stukjes struik zijn toch allemaal struiken? De delen zitten gespannen. Niet goed voor de stukjes en zo geen mooie puzzel. Ze gooit alles opnieuw door elkaar. En ziet plots de schoonheid in die losse delen. Allemaal los, en toch horen ze bij elkaar. Een universum van stukjes blauw en groen karton. Waarom moeten ze slechts één voorbedacht plaatje vormen. Het is klaar denkt ze. Alle delen los. Haar verbeelding maakt het plaatje dat ze graag ziet.

Ze kijkt omhoog en ziet boven haar de bevestiging van haar gedachten. Allemaal sterren tegen de donkere doos van de hemel. Los van elkaar. Complete entropie. De natuur toont hoe het moet. De puzzel moet ademen. Ook daarboven. Zoals ook zij.

De sterren vertellen haar dat morgen de hemel nog altijd niet op haar hoofd zal vallen. Het is nog nooit gebeurd. Ze lacht om die vreemde puzzel daarboven en op de tafel. Morgen gaan ze terug in de doos. Los en toch verbonden.

Ze ziet het niet maar de maan kijkt haar aan en glimlacht. Hij ziet de energieke trekken in haar mooie gelaat. Morgen zal ze weer puzzelen. Manen weten dat. Zacht glijdt hij achter een wolk en dimt attent het licht. Onder de geborgenheid van haar sterren valt ze in slaap.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *