Ont-dekking van de samenleving – voorwoord

In 2011 vatte ik het plan op om een nieuw boek te schrijven voor managers. Een vervolg op “de Kikker en de Oceaan” van 2009. Het boek zou verhalen waar ik toen hard voor pleitte: laat mensen terug meer mens zijn in plaats van werknemer of erger “human resource” (het grootste scheldwoord voor de mens van de moderne tijd). Ik interviewde allerlei personen van bedrijfsleiders tot artsen over mensen aan de band, tot wie met sociaal werk belast was. Geen politici, die was ik toen vergeten. Ik had er nog niet mee samengewerkt. Ondertussen wel. En hoe! Ik las allerlei boeken. Anderhalf jaar en zeventien veelbelovende bladzijden verder, gooide ik het plan opzij. Ik was gaandeweg mijn geloof in het moderne management verloren. Ik wou niets meer te maken hebben met de zakenwereld. Ik zou ze geen boek meer “geven” (ik denk niet dat ze gemerkt hebben dat het niet kwam).

In april 2020 had ik plots een lege agenda. Covid-19 was in het land. Het leek me zinvol om mijn archief op te ruimen. Ik kwam de tekst tegen van wat toen “Boek 2” heette en zette me aan het lezen. Ik verraste mezelf. Ik vond de tekst nog leesbaar, zelfs hier en daar goed, en vooral ik herkende plots elementen die nu actueel leken. Ik heb nog altijd geen herwonnen liefde gevonden voor het zakelijk management, maar voelde het kriebelen om met de tekst aan de slag te gaan. Het zou er dus op neer komen dat de doelgroep van de tekst breder zou worden en niet meer alleen voor de zakenwereld bestemd zou zijn. De tekst zou vragen oproepen over de wereld morgen, nadat we bekomen zijn van onze acute gezondheidsstrijd. Ik schrijf bewust niet “na Covid-19”. De wereld zal niet veranderen. Ze is al veranderd. We weten het alleen nog niet.

Ik wil ook niet wachten om de tekst te publiceren nadat ze af is. Ik wil immers nu mijn gedachten met u delen. Ik zal dus, met groot risico om af te stevenen op een incoherent en ondoordacht samenraapsel van observaties en bedenkingen, heel periodiek, hopelijk wekelijks, met u delen hoe mijn gedachten zich verder vorm geven. Ik troost mij met de gedachte dat de grote geschriften ook zo tot stand gekomen zijn. Niet door de geschiedenis af te wachten en daarna, met een zorgvuldige eindredactie aan geschiedschrijving te doen. Geschiedschrijving wordt geschreven terwijl de geschiedenis zich voltrekt. Ik maak me dus geen zorgen over het feit dat wat ik op deze eerste bladzijden schrijf, in strijd zal zijn met wat ik later zal denken. Laat ons ervan uitgaan, dat we geleerd zullen hebben.

O ja, en in tijden van eindeloze interactie mag u gerust ook reageren terwijl ik schrijf. Ik beloof dat ik uw opmerkingen aandachtig zal lezen. Ik kan niet beloven of ik er iets mee zal doen. Weet alleen dat als u mij schrijft, de kans bestaat dat wat u zegt, opgenomen wordt in deze tekst, met bronvermelding uiteraard.

 

Het NU waarover ik het heb, is het voorjaar van 2020, het ogenblik waar we nog midden in de acute bestrijdingsfase zitten van het virus. Want dat is wat we nu doen. We strijden. We vechten. We hebben helden, moedigen en helaas ook veel slachtoffers. Sommigen zeggen dat we in oorlog zijn tegen een onzichtbare vijand. Ik bevestig noch ontken dit. Ik registreer alleen dat we strijden. We gebruiken de beeldspraak van een gevecht, van een weerstand tegen een verandering. Maar hoezeer ik ook bezorgd ben om de gezondheid van eerst en vooral mijn familie en bij uitbreiding de hele wereld, ik ben ervan overtuigd dat we nog niet door hebben dat we anders moeten omgaan met ook deze verandering. Zeilers weten dat ze niet tegen de wind in kunnen zeilen. In het beste geval kunnen ze laveren om vooruit te komen. Opkruisen om correct te zijn. Zigzaggen in gewone taal. Dat weten we op het ogenblik van dit schrijven nog niet. Of eerder, velen weten het wel, maar de structuren en systemen die we bedacht hebben om ons te leiden, kunnen dit niet toepassen. Ze zijn gemaakt om te strijden niet om veranderingen toe te laten, laat staan te stimuleren. Of ze nu het aantal besmettingen willen verminderen of de scholen terug willen openen, al onze strategieën houden een terugkeer naar wat was voor ogen. Tegenhouden van verandering. Het bewaren van de gevestigde orde. Terug naar de schoolbanken. Terug naar onze gekende mediaan van aantal zieke medemensen, terug naar onze zelfde bedrijven waar we allemaal zo nodig voor aan de slag moeten. Begrijp me niet verkeerd, we zijn beter gezond, leiden onze kinderen best slim en verantwoordelijk op en we zorgen best dat we een goed draaiende economie hebben. Laat ons die verschillende begrippen echter eens herbekijken. Laat ons de definitie van de wereld herschrijven. Opgelet, verwar deze tekst niet met een nieuw manifest om Anders te Gaan Leven (Agalev 2.0)  Ik heb geen betere ideologie voor ogen of een juistere moraal. Ik koester uitsluitend de ambitie om de mechanismen die bepalen wat we doen en hoe we tegen de dingen aan te kijken samen met u te ontdekken en te bestuderen, en dat als een idiot savant. Een ongeschoolde wilde. Niet gehinderd door enige specifieke expertise. Enkel het vermogen om verwonderd te zijn en om verbanden te zoeken om zo de wereld te begrijpen. Een beetje zoals de motorkap van de auto open maken om te ontdekken hoe het mogelijk is dat als je achteraan benzine in een gat giet, de wielen beginnen te draaien zodat het ding vooruit rijdt. Om de werking van de verbrandingsmotor te ontdekken. Maar ook om te begrijpen hoe het komt dat het apparaat, dat miraculeus petroleum in beweging omzet en hiermee de mens vrijheid en vreugde geeft (“Freude am fahren”, BMW), ook miljoenen mensen doodt. Zitten wij vandaag thuis met een masker voor de mond omdat we ergens een ontwerpfout gemaakt hebben in de samenleving?

Vooraleer over de huidige situatie te spreken, ga ik enkele stappen achteruit. Niet teveel, we hebben immers niet veel tijd, maar toch even. Een kleine tweehonderd jaar, iets minder. Naar het punt waar we misschien al kunnen stellen dat wat we toen deden, vandaag een lockdown van de planeet tot gevolg heeft. Ik schrijf misschien, het kon ook al vroeger gebeurd zijn. Want er is altijd een geschiedenis voor de geschiedenis. We gaan terug naar 1856, meer bepaald naar maart 1856.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *