Kies iets

Aan mijn zoon,

Vorige week vrijdag was je na school een tweetal uren alleen. Ik was laat, jij was op tijd. In die luttele 2 uur dat je thuis alleen op me wachtte, heb je een heuse website gemaakt, t.t.z. een blogsite. Dat is anno 2010 een webstek waarbij de hoofdfunctie bestaat om berichten de wereld in te sturen waarop anderen kunnen reageren. Ik zeg het er graag even bij, want zoals je weet, lees jij deze brief 20 jaar nadat ik deze heb geschreven. Je bent nu elf en zal bij het lezen van deze brief 31 zijn. Blogs zijn vandaag al even ingeburgerd, maar toch voelen ze nog nieuw aan. Zoals een nieuwe auto die na een jaartje toch nog vers geurt. Ik heb trouwens het gevoel dat er nog nooit zoveel geschreven werd door de mensheid als in de 21ste eeuw. Zal dat binnen 20 jaar nog zo zijn?

 

Wat mij trof toen je mij je realisatie liet zien, waren de doelstelling en ook de titel van je site. Je had de naam “Kies Iets” gekozen (het had www.kiesiets.com kunnen zijn, maar dat is het net niet). Geen flitsende naam of titel maar gewoon een gebod, of eerder een suggestie. Aan de bezoeker van je website stel je voor om “iets te kiezen”. Dergelijke titel vind ik opmerkelijk en creatief. Wat er moet gekozen worden, is al snel duidelijk op je eerste pagina. Je biedt de bezoekers aan om een job te kiezen: “deze site is bedoeld om te tonen wat je later wilt worden”. Het is iets wat kinderen wel vaker zeggen: “later word ik…” Jij hebt een instrument gemaakt waarop iedereen kan neerpennen wat hij of zij zoal kan worden. Je doet zelf enkele voorstellen. Je schreef een pagina “wil je in de bouw gaan werken?”, “wil je op een kantoor werken?”, waarbij je telkens beknopt weergeeft wat jouw visie bij dergelijke carrièrekeuze wel is. Het is op zich al interessant om “werken op een kantoor”  te zien vanuit het standpunt van een elfjarige. Waarom je deze website hebt gemaakt weet ik niet. Ik vind ze wel origineel en verrassend.

 

Het treft me ook dat je toch vanuit de voor-onderstelling vertrekt dat je dus ooit “iets” zult moeten kiezen. En dat terwijl ik hier meters literatuur heb die me vertelt dat steeds minder mensen voor een eenduidige carrière gaan. Steeds meer mensen verzamelen een palet van activiteiten rond zich die ze met verschillende gradaties van zelfstandigheid uitoefenen. De combinatie van deze activiteiten bezorgt dan het benodigde inkomen. Zelf ben ik daar trouwens een sprekend voorbeeld van. Ik geef lezingen, seminars, trainingen, geef les, schrijf boeken en toneelstukken, speel muziek, en bouw momenteel aan een ontmoetingscentrum en muziekschool. Tussendoor ben ik dan nog eens betrokken in een familiebedrijf in de telecomsector. Jij weet uit ervaring dat het voorgedrukte regeltje op de schoolformulieren “Beroep vader:……………..” altijd te kort is.

 

Met dergelijk voorbeeld zou ik vermoeden dat jij niet bezig bent met de vraag wat je later wilt worden. De werkelijkheid bewijst echter het tegendeel. Jij zegt dat je huizen wilt gaan tekenen. Dat is eenduidig. En je nodigt anderen uit om zich ook over hun toekomst uit te spreken.

 

Wie heeft hier nu gelijk? De schrijvers van de visionaire boeken over maatschappij en economie die beweren dat jij morgen geen job zult hebben, maar een scala aan activiteiten? Charles Handy noemt dit Portfolio Workers. Mensen die een portefeuille aan activiteiten hebben. Geen carrière. Het begrip carrière is een uitvinding van de 20ste eeuw die zo’n kleine honderd jaar zal hebben bestaan, na de Tweede Wereldoorlog. Voor de wereldoorlogen waren er geen carrières. Er was hooguit werk. En nu, in de 21ste eeuw lijkt het opnieuw te verdwijnen. Wie krijgt nu nog een gouden pen of uurwerk na 25 jaar trouwe dienst? Of heb jij gelijk en moeten we in 2010 toch best nog altijd iets kiezen?

 

Het leven van een portfolio worker is niet simpel. Het vergt organisatietalent om de verschillende activiteiten in elkaar te passen. De zekerheid van inkomsten is even onstabiel als uiteenlopend. Heel anders dan het maandelijkse salarisstrookje dat je bij een carrière krijgt. In ruil krijg je vrijheid. Niet noodzakelijk in tijd, maar wel in kiezen en beslissen. En dat is een niet te onderschatten rijkdom. Je beslist wanneer je wat doet, weliswaar binnen enkele grote krijtlijnen die bepaald worden door je markt en je klanten. Bakkers zijn doorgaans ’s ochtends nodig voor het ontbijt. Als je steevast tegen de middag opent omdat je kiest om lang te slapen, dan zal je weinig brood verkopen. Eventueel wat taarten voor de koffietijd. Maar er is altijd meer brood nodig dan taarten. De portfolio worker stelt zelf zijn agenda samen. Hij hoeft geen vakantie aan te vragen of met de baas te checken of hij vandaag iets vroeger mag vertrekken om naar de tandarts te gaan. Hij kan zelfs naar de supermarkt op ogenblikken waarop anderen in de file staan. En dat heeft ook zo zijn voordelen.

 

Wat moet ik je dan adviseren? Ik weet het niet zo goed. Ik aarzel om zomaar mijn keuzes als de ideale naar voor te schuiven. Vooral omdat keuzes persoonlijk zijn en dus van jezelf moeten komen. Wel ben ik ervan overtuigd dat het begrip job, baan, carrière over het paard getild is en de mens vervormd. Nu ik meer dan tien jaar niet meer in een carrière zit, maar met een zelf samengestelde agenda rondloop, valt het me steeds meer op hoe vreemd ik het vind dat volwassen mensen zoveel toestemmingen moeten vragen aan andere volwassen mensen. En ik bedoel hier letterlijk “toestemming”, en niet overleggen. Overleggen doe ik als ik een vakantiedag wil plannen. Met mijn partner, met mijn klanten en met andere collega’s van andere organisaties waarmee ik soms samenwerk. Maar wie in een job zit, moet toestemming krijgen, voor de vakantie maar eigenlijk voor van alles en nog wat. En wat nog opmerkelijker is, diegene die de toestemming vragen, vinden dat vaak niet eens vreemd, meer nog, heel normaal. Erger wordt het als er zelfs een soort aangeleerde hulpeloosheid ontstaat. De chef is afwezig en men weet niet meer wat mag en wat niet mag, wat moet en wat niet moet gebeuren.

 

Als ik één bedenking wil meegeven aan je, mijn zoon, dan is het dat mensen veel meer in hun mars hebben dan ze laten zien als ze in een carrière zitten. Ik geloof dat dit voor quasi iedereen geldt. En ik denk dat dit aan het concept van de carrière ligt. Dat rollenspel van vragen en toestemmen. Daarom alleen al zou ik aarzelen om in die twintigste eeuwse versie van een carrière te stappen. Misschien moeten we ons spiegelen aan de evolutie van de gezinsrelatie. Deze is in nog geen 60 jaar tijd van een sterk paternalistisch model, waarbij de man alle beslissingen nam en toelatingen gaf, overgegaan in een model waarbij man en vrouw evenwaardig zijn (de uitzonderingen hierop vormen steeds meer de minderheid). Zelfs kinderen hebben, in het beste geval overeenkomstig hun maturiteit, hun inspraak. Wie weet hebben we in onze ondernemingen tegen 2030 ook die evolutie meegemaakt. Wie eens terugblikt kan zien dat elke zich ontwikkelende samenleving steeds kenmerken van toenemende inspraak en gelijkheid kent. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de bedrijfswereld hier haar afspraak met de geschiedenis zou missen.

 

Met liefdevolle groeten,

 

Je vader.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *