De slinger

Aan mijn zoon,

 

Het duurde even tot de volgende brief er was, maar het was druk. En ik had geen energie om tot schrijven, of eerder tot even nadenken te komen. Druk, het is een begrip dat we in onze samenleving zo vaak horen. De ziekte van onze tijd, wordt wel eens gezegd. Of dit zo is, verdient een beter onderzoek, maar niet in deze brief. Zegge wel dat ik er niet zo heel zeker van ben. Zelfs niet, nu er anno Lente 2010 een reclamecampagne op de radio loopt over www.drukdrukdruk.be waar iedereen elkaar tips kan geven om minder gestresseerd te worden. Laat mij hierover echter ophouden, want anders krijgt deze brief niet het onderwerp dat ik bedoelde, zijnde de Slinger.

Zal jij, anno 2030 in bezit zijn van een huis? Of juister geformuleerd, zal het bezitten van een woning nog steeds, zoals nu in Vlaanderen het geval is, een te realiseren levensdoelstelling zijn? Wellicht erf jij wat ik heb, maar hopelijk nog niet binnen 20 jaar – zeg ik met enige zin voor zelfbehoud. Waarom stel ik me deze vraag? En welk 2010-advies wil ik je nu geven voor 2030 aangaande het verwerven van een patrimonium?

Het doel om een huis te bezitten volgt uit het belang dat grondbezit en woning hebben voor het verzekeren van je toekomst. Wie grond en huis koopt, verzekert voor zichzelf zijn eigen stek. Voeg daar aan toe dat een huis bezitten in vroegere generaties een moeilijk te realiseren ideaal was, en eigenaar worden van een woning wordt meteen de droom die iedereen wil realiseren.

Maar is dit nog een droom? Stel deze vragen aan de generatie van 20 jaar geleden en wellicht wordt de vraag alleen al onthaald op verbaasde, wat zeg ik, geschokte vader of moeder. Dat je zoiets kunt in vraag stellen?

Het concept om zich te vestigen, wat in wezen de essentie van woningbezit is, stamt vanuit de tijd dat een vaste standplaats, aangepast aan je noden, je een hogere levensverwachting gaf dan zwerven. Denk aan het verhaal van de nomaden en de eerste landbouwers van weleer. Vandaag mag dit woningbezit dan wel een investeringskarakter hebben gekregen, aan de grond van de redenering ligt nog altijd een vestigingsgedachte. Zich verbinden aan een plek geeft meer kans op overleven.

Vandaag ontdekken we dat zich kunnen aanpassen een kwaliteit is om te overleven. Bedrijven veranderen constant van structuur, carrières nemen steeds veranderende vormen aan, gezinstructuren eveneens. Het internet, opnieuw het internet, wat anno 2010 nog steeds een nieuw concept is dat onze wijze van organiseren aan het veranderen is, het internet dus, illustreert dat een vestiging niet essentieel is om zich te ontwikkelen en kennis te verwerven. De zelfstandigheid, die elk van ons opbouwt om te overleven, is steeds minder afhankelijk van een standplaats. Worden we dan terug nomaden en gaan we zwerven zoals voorheen? Met andere woorden, is de slinger van onze samenleving,  die ons van een letterlijk loslopend model heeft gebracht naar de geborgenheid van de haard, aan het terugkeren? Eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw, hoorde je wel eens die kreet van de toenmalige hippiebeweging. Ook zij zagen, op hun manier, beperkingen in het grondbezit. Komen we opnieuw terecht in een dergelijk hippiemodel? En zal dat er dan binnen 20 jaar zijn? En zal jij dan, mijn zoon, leven in een camper?

Ik zie geen hippies opdagen aan de horizon, maar een veel meer fundamenteel andere mens. Het grondbezit is immers het probleem niet. Helemaal niet zelfs. Grondbezit is geen probleem, maar draagt niet bij tot het ontwikkelen van de overlevingsvaardigheid van de toekomst. De nieuwe overlevingsvaardigheid zit hem in het feit dat we verbanden kunnen leggen tussen wat er is.

In staat zijn om verbanden te vinden. In staat zijn om verbanden te waarderen is nodig om onszelf te verzekeren van onze toekomst. Jij, mijn zoon, doet dit nu reeds. Jij speelt op je spelconsole, terwijl de televisie op staat. En tegelijkertijd ben je aan het chatten. Je legt verbanden, oordeelt of je informatie die je verwerkt, je verder helpt, en bouwt zo aan je toekomst.  Wij, de ouderlingen van morgen, vragen ons af of jij niet afstevent op een neurose, wellicht omdat we zelf niet onderlegd genoeg zijn in het leggen en waarderen van verbanden. Jij hebt geen huis nodig met een bibliotheek aan boeken. Jij hebt enkel nood aan een “connectie” met de rest van de wereld. Vandaag bevindt deze zich nog in mijn huis op mijn adres, maar morgen zijn we allemaal permanent verbonden en kunnen we doen wat we willen, waar we willen, met wie we willen.

Al dan niet in hetzelfde bed kunnen slapen, draagt dan niet bij tot de nieuwe overlevingsvaardigheid. Mijn en de vorige generatie zeggen dan dat dit “toch niet gezond kan zijn”. Dat we toch de geborgenheid nodig hebben van een eigen huis, een eigen plek. Dat huis en die plek zijn echter een tijdelijk fenomeen. Er was een tijd dat de mens zich bevangen voelde in de grot en de voorkeur gaf aan het woud, waar hij zich vrij kon bewegen, in de richting die nodig was om hemzelf in veiligheid te brengen. Het gevaar was toen de natuur. Vandaag is de natuur beheerst, klimaatdiscussie of niet. We sterven niet massaal onverwacht door de bliksem of een zondvloed. Een tsunami neemt weliswaar vele levens, maar ze komt in de 21ste eeuw niet onverwacht.

Geen verbanden kunnen leggen en de waarde niet kunnen vaststellen tussen gebeurtenissen die gebeuren op verschillende plekken, is het nieuwe gevaar.

En toch, als wat ik hier schrijf uitkomt en jij dus de inhoud van mijn brief banaal zal vinden, of hooguit “interessant archeologisch denkmateriaal”, zal jij dan toch niet een klein beetje geborgenheid opzoeken? Zal jouw generatie het kunnen volhouden om permanent te surfen? Zal de virtuele sociale wereld die we vandaag ontdekken, zo verweven zijn met jouw reële wereld, waardoor je altijd overal zult zijn? Ben je dan een beetje God geworden? Die is toch ook overal?

Ik denk niet dat dit een slingerbeweging is – iedereen terug I-nomade? Misschien vertel jij me in 2030 dat je ook geborgenheid kan vinden in een huis dat de wereld is. Dat de wereld je thuis is geworden. De slingers is niet teruggekeerd, maar is gewoon in een ander vlak gaan bewegen, een nieuwe dimensie, een nieuwe richting. Een richting die wellicht te ongemakkelijk is om te nemen voor wie zich altijd in dat ene vlak heeft bewogen.

Wat kan ik je adviseren? Heeft een advies uit mijn wereld zin in deze wereld die de jouwe is geworden? Geborgenheid is van alle tijden. Voor de nomade bracht het woud of de woestijn bescherming, voor de stedeling de stad. En wellicht mag ik me dus gerustgesteld voelen dat  jij ze ook in jouw wereld zult vinden. Maar wat er ook van zij, mocht je ze niet vinden, weet dat ze hier altijd voor je beschikbaar is, op ons thuisadres aan de rand van de Vlaamse Ardennen.

Je vader

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *