Op zoek naar wind

Aan mijn zoon,

 

Het is nu elf dagen geleden dat ik besloten heb je te schrijven. Langer dan ik had gedacht, maar zoals dat doorgaans gaat, heeft een mens altijd allerlei andere zaken te doen, dan diegene die eigenlijk belangrijk zijn. En dit vind ik nochtans belangrijk. Niet noodzakelijk voor jou, want noch ik noch jij weten nu al waarin jij binnen 20 jaar interesse zult hebben, maar wel voor mij. Ik moet schrijven, zodat wat zich hierboven afspeelt (bovenop mijn schouders, tussen mijn oren), verwerkt en georganiseerd geraakt. Wie weet zit er iets interessants tussen en mis ik de kans dit te ontdekken.

De afgelopen week werd mijn aandacht vooral getroffen door de grote hoeveelheid denkers die onze wereld telt. Dat komt in de eerste plaats omdat ik zelf zat na te denken of mijn eigen denken wel de moeite waard is om neer te pennen. Dan ga je automatisch opmerkzamer worden voor anderen die iets gelijkaardigs doen. Dat is zoals bij het kopen van een nieuwe auto. Als jij overweegt om, ik zeg maar wat, een Volkswagen Golf te kopen, dan ga je plots vaststellen dat er heel veel Volkswagen Golfs rondrijden. Nu is dat in het geval van Volkswagen Golf objectief gezien ook wel zo – de vijfde generatie van deze Duitse gezinswagen staat in België op de tweede plaats in 2009 na de Renault Mégane – maar hetzelfde fenomeen zou zich voordoen als je overweegt om een Dacia Logan te kopen, ik zeg maar wat. Cognitieve dissonantiereductie noemen psychologen dit. Je vindt de verklaring wel op Wikipedia als dat binnen 20 jaar nog bestaat. De tweede reden waarom mijn aandacht naar al die denkers werd getrokken is omdat we vandaag veel meer toegang hebben tot al die mensen. Televisie en vooral het internet schotelen ons wekelijks wel één of ander erudiet persoon voor in een praatprogramma, youtube-filmpje (ook zo iets nieuws in 2010), of godbetert, in een quiz of spelprogramma. Op youtube is vooral TED.COM een forum dat door het grote publiek vandaag de dag ontdekt wordt.

Het valt mij op dat de gespreksonderwerpen van veel betrokkenen gaan over de evolutie van onze samenleving. Zijn we langzaam maar zeker aan het verglijden naar een wereld van onverschilligheid, een wereld waarin we al onze natuurlijke bronnen hebben opgeconsumeerd, een wereld van vervlakking en consumptie? Het zijn de vragen die steeds opnieuw op tafel liggen. Ik maak me sterk dat deze vragen wellicht ook binnen 20 jaar actueel zullen zijn. Niet dat ik zo’n goed voorspeller ben, maar ik heb hier de geschiedenis aan mijn zijde. Plato zei het al in zijn tijd, een stevige 450 jaar voor Christus, dat de jeugd van tegenwoordig niet meer is wat het geweest was. De man in kwestie was behoorlijk negatief en voorspelde een teloorgang als gevolg van vervlakking, consumptie en luiheid. Vandaag lees ik Baricco’s “De Barbaren” en ook hij noteert deze trend of stelt zich op zijn minst vragen of deze trend wel degelijk een trend is. En hij voert tal van anderen aan die tussen Plato en 2010 zich die bedenking gemaakt hebben. Ook Ulrich Libbrecht is hier bij. De pijler waarop ik een deel van mijn gedachtegoed laat rusten. Dus, als we al 2.500 jaar deze opmerkingen maken, is de kans redelijk groot dat we ze na 2.520 jaar ook nog zullen formuleren. Zo zie je dat een beetje geschiedenis en filosofie zijn nut kan hebben in het voorspellen van de toekomst.

En toch vraag ik me af of deze vraag vandaag dezelfde lading dekt als 2.500 jaar geleden. We kunnen immers niet anders dan vaststellen dat ons inzicht in de wereld en in onszelf de afgelopen tweeduizend jaar toch behoorlijk is geëvolueerd. Jean-Baptiste Alphonse Karr mag dan wel zeggen “plus ça change, plus c’est la même chose”, als dit zo is, dan moeten we iets dieper graven om iets te leren. Een onveranderlijke omgeving is geen leerrijke omgeving. Dat is zoals met luchtdruk. Je kan pas zeilen als er wind is en wind is een gevolg van een veranderende omgeving waar lucht zich van een plek van hoge luchtdruk verplaatst naar daar waar de luchtdruk lager is. In een windstille omgeving kan je niet zeilen. Hooguit kan windstilte de oorzaak zijn van een ingehouden spanning, omdat je verwacht dat er iets gaat gebeuren. In dat geval ligt status quo, heel even, toch aan de basis van de aandacht en focus. Maar duurt die rust te lang, dan vallen we in slaap van verveling.

Als we dan dieper graven, wat zouden we dan kunnen ontdekken? Is onze samenleving er dan op achteruit gegaan? En vooral, want dat is het denkkader van deze brieven, in welke samenleving zal jij je kinderen op de wereld zetten, veronderstellend dat jij je ook aan deze nobele taak van voortplanting zult wagen?

Jij speelt vandaag op je Wii, je hebt een gameboy, een Nintendo DS en een PSP. Ik kijk het met lede ogen aan. Het is een resultaat dat ik, ondanks mijn mandaat als vader, niet alles onder controle heb. Ik mag geen invoerrechten laten gelden op verjaardagscadeaus. Je kijkt meer televisie dan ik graag zou hebben, maar ik erken dat ik af en toe blij ben dat Nickelodeon je aandacht trekt, zodat ik nog even kan doorschrijven. Om ons allemaal te sussen, verschijnt er om de haverklap een studie die aantoont hoe waardevol computerspellen wel niet zijn voor de opvoeding van de kinderen. Dus, een schuldgevoel moet echt wel overbodig zijn. Die studies zijn overbodig. Ten eerste omdat ze zich bevinden op die bovenste laag van onveranderlijkheid. Toen het wiel werd uitgevonden, was een fiets wellicht ook een duivels nieuw spel voor diegenen die zich te voet dienden te amuseren. En vandaag geldt dit dus voor computerspellen. Ten tweede omdat deze studies niet de maatschappelijke impact hebben die ze ambiëren. Hooguit zijn dergelijke onderzoeken nuttig om de plaatsing van de knopjes op de toestellen te verbeteren zodat je minder snel tendinitis aan je duim krijgt.

Maar gaan we er nu op achteruit? En graaf ik de kuil waarin jij in de volgende generatie zult terecht komen? Ik zal daar de komende week eens over nadenken en je weten te vertellen wat ik tegen dan weet. Ik voorspel echter dat ik eerst mijn vraag nauwkeuriger moet formuleren om tot interessante observaties en ideeën te komen. Met andere woorden, ook ik moet nog dieper graven zodat ik terecht kom in een zone waar veel wind is.

Met deze onmogelijke beeldspraak sluit ik dan ook graag mijn tweede brief af. Want ik heb al teveel letters gebruikt.

 

Je vader

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *