Tien dagen kampeerplezier

Liefste dochter,

 

Of je nu zes, dan wel vijf of zeven, soorten huilen beheerst of niet (zie vorige nieuwsbrief “Zes” ), feit is dat ik er toch enkele in hun betekenis heb weten te ontcijferen en meer, dat ik met een aanvaardbare graad van betrouwbaarheid kan inschatten wat je wenst wanneer je van je laat horen. Dit komt enerzijds omdat je nu bijna 3 maanden in ons midden bent, maar ook omdat ik enkele weken geleden gedurende tien dagen met je op een oppervlakte van pakweg 6m2 heb geleefd (toch weer die zes die de kop opsteekt). We zijn namelijk met je op reis geweest naar Venetië omdat we daar uitgenodigd waren door vrienden. Om een en ander een beetje praktisch te laten verlopen, hadden we besloten om met de camper naar ginder af te reizen. Met z’n drieën dus, je broer moest immers naar school, naar Italië, letterlijk over berg en dal. De Alpen waren immers zo niet nog mooier dan de trappen van Venetië waar we jouw koets over moesten sleuren.

Ook al werk ik doorgaans van thuis uit en is mijn schrijftafel slechts enkele kamers verwijderd van waar jij speelt, toch was deze rit nodig om ons nog dichter bij elkaar te brengen. Thuis beperken mijn taken omtrent jou zich tot het af en toe wat vasthouden en het geven van eten, verversen van luiers op die zeldzame momenten dat je moeder er even niet is. Voor de rest behoor jij eigenlijk tot de rest van het gezinsleven dat eerder het decor dan wel de essentie van mijn dagelijkse handel en wandel is. Niet tijdens de afgelopen tien dagen. Daar is het decor zo klein dat ik er deel van uitmaak, of is het omgekeerd, en dus quasi continue met jou, en met je moeder, bezig ben. Het is tijdens dit verblijf in deze kleine ruimte, vooral tijdens de momenten dat ik, vooraan alleen in de stuurcabine, kan reflecteren en besef hoe gevoeliger ik ben geworden voor je aanwezigheid. Ik mag dan al wel de typische eerder beperkte vaderlijke aandacht hebben geschonken de afgelopen maanden, letterlijk dicht op je huid zitten biedt me toch een meer gedetailleerd beeld, of moet ik zeggen gevoel, bij wat je doet en wie je bent. Ik schrik dat ik dus minder van je wist dan ik dacht. Ik herken een parallel met mijn werk waar ik keer op keer managers probeer te overtuigen om uit hun vergaderzaal te komen en te gaan zitten daar waar de actie zich afspeelt. Pas dan begrijp je echt waar het om gaat. Maar de parallel is slechts beperkt juist. Wat ik heb meegemaakt tijdens onze trip naar het zuiden en terug, was vooral een nieuwe ervaring. Ik begrijp je niet alleen beter, ik voel ook beter aan wie je bent en wat je doet.

In mijn boek De Kikker en de Oceaan heb ik het over ons groeiproces, onze evolutie in onze maturiteit en hoe die maturiteit zich vaak vertaalt in verstand, kennis en inzicht en veel minder in beter voelen, beter aanvoelen. Het is eigenlijk verrassend dat slechts twee maanden, de tijd dat jij er bent, er al voor gezorgd had dat ik meer van je begreep dan ik je kon aanvoelen. Die tien dagen hebben de zaak bijgesteld. Mijn gevoeligheid voor jou is gegroeid, en wat meer is, ze is zelfs gebleven, nu we terug thuis zijn. Hoe duurzaam dit is weet ik niet. Wellicht zal er blijvende aandacht voor die emotionele band nodig zijn, net zoals deze die nodig is om elkaar beter te begrijpen.

Wat moet ik hier nu mee? Is mijn volgend advies naar verstandige managers nu dat ze best samen met hun medewerkers in iets te kleine ruimtes gaan zitten? Het zou de kosten van de huisvesting ten goede komen, maar ik weet niet of de zenuwen op kantoor dan niet hoog gespannen zouden geraken. Om nog maar te zwijgen van het muffe geurtje dat zich in kleine ruimtes toch snel laat ruiken. Of moet ik als volgende teambuildingactiviteit aanbevelen dat elke afdeling er met de zwerfauto op uit trekt voor een tiental dagen? Wellicht zal dit voor de fiscus toch te hoog gegrepen zijn als bedrijfskosten. Ik weet het niet, maar ik heb wel de ervaring dat ook al “wist” ik dat ik aandacht voor je moest hebben, het de onontkoombare, quasi permanente menselijke confrontatie was, die maakte dat ik je als geheel mens beter heb leren kennen.

Ik blijf op zijn minst verdedigen dat managers zich tussen hun mensen moeten bevinden om de realiteit van het dagelijkse (bedrijfs)leven te ervaren en, belangrijk, om hun mensen echt te leren kennen. Uiteraard is er een afgezonderde ruimte nodig voor reflectie. Ik kon deze tekst ook alleen maar schrijven door in enkele uren in mijn cockpit te zitten en te rijden. Maar die enkele uren waren maar een fractie van de tien volle dagen kampeerplezier.

 

 

Met lieve groeten,

 

 

Je vader.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *