Hij zag de wereld omgekeerd. Dat werd zo vaak over hem gezegd. Hij wist niet of hij dit als een compliment of als een verwijt moest interpreteren. Maar het was dit keer echt zo. Voor het raam hing een snoer van glazen parels waardoor de aarde de hemel werd en de hemel de aarde. Kon het maar zo simpel zijn, dacht hij. Een haiku, dacht hij:
De hele wereld
Gevangen in een druppel
Ondersteboven
Hij was er ondersteboven van. Gefascineerd bleef hij staren door de kleine lens naar die grote wereld. Hoe dat beeld zoveel mooier was dan het beeld dat hij zag door het panoramisch venster van het salon, dat tegemoet kwam aan de ijdelheid van de tuin. Konden zijn gedachten maar in een druppel gevangen worden. Zodat ze ook zo helder werden en de ijdelheid verdween. Ook nu vertelde de natuur het verhaal van de nederigheid.
Ook ondersteboven ziet de wereld er mooi uit. Dat is het bewijs dat het goed is. Dat had hij geleerd in de schilderles.
Het is toch goed, dacht hij bij het nemen van zijn laatste slok koffie. Hij zette zijn kopje in de vaatwasser, omgekeerd, nam zijn jas en zijn hoed en stapte zelfzeker, met een glimlach, maar met meer nederigheid dan gisteren, de wereld in.
