Proberen

En dan, onvermijdelijk, geen tegenspraak duldend, haar plek innemend zoals ze dat elk jaar deed, vertelde het verlof dat het tijd was. Tijd om de valiezen te pakken: het scherm uit te zetten, de bureaustoel geparkeerd achter de moegewerkte tafel te zetten en de deur van de campus met een zachte klik te laten dichtvallen.

Zacht, hoe uitbundig de zon ook riep om het zalige niets in te stappen. Zacht, omdat dit de plek is waar de samenleving haar gezicht krijgt, haar handelen, haar toekomst. Zacht omdat, hoe hard morgen er ook uit lijkt te zien, ze uiteindelijk uit hetzelfde zachte weefsel opgetrokken is als het gisteren waarin wij geboren werden: jonge mensen die gretig hun verhaal willen vertellen en hiermee de kastelen nu echt zouden gaan bouwen die ze vroeger op het strand met emmertjes en een schopje al ontwierpen. Toen geloofden ze de zee te kunnen overwinnen, nu de wereld.
We mochten hen helpen. Hen vertellen hoe je dat kasteel ontwerpt. Hen de technieken uitleggen. En ook stil vertellen hoe het bij ons wel eens durfde in te storten. Zodat zij die vergissing misschien niet meer hoefden te maken. We mochten hen testen, niet om hen te controleren, maar om hen te laten ervaren dat ze er klaar voor waren. Hen de waarde van de fierheid laten voelen, van een inspanning die geloond heeft.

De campus is stil. De echo’s van het geloof weerklinken nog tegen de muren van de aula. Een beamer zoemt na en vergat dat de les allang voorbij was. Waarschuwt dat hij zichzelf zal uitschakelen, binnen enkele minuten. Uitslover. Collega’s stappen op de fiets of in de auto. De parking toont zijn strepen, beetje zelfingenomen zoals parkings kunnen zijn. Elk zijn karakter. Ik hoor hoe de poort zich ontspant en de campus vraagt om te mogen rusten.

Die campus zijn wij, met z’n allen, waar we iedere keer opnieuw proberen om morgen dat zachte gezicht te geven.

Proberen. Niets is mooier dan proberen.