13/01/26: Waarheid

Vijftien dagen zijn verstreken sedert mijn vorige, mijn eerste bijdrage voor dit nieuwe dagboek. Dit is veel langer dan ik had voorzien. Wat gebeurde dan de afgelopen dagen, behalve de viering van dit nieuwe, nieuwe jaar?

Mijn examenperiode is aangebroken en ik moet meer dan 500 studenten examineren, waarvan een stevige 250 mondeling. Halfweg de derde examendag heb ik echter mijn werk moeten staken. Een hoge en sterk schommelende bloeddruk, gekoppeld aan een hartslag van 182 slagen per minuut, die maar niet wou zakken, maakte dat ik van de examentafel naar Spoed werd afgevoerd. Mijn nieuw bezoek – nieuw, want ik kwam er al via een MUG-interventie terecht in november – bevestigde opnieuw dat er in principe niets mis was met hart en bloedvaten, maar dat het lichaam nu al voor de zoveelste keer mij probeerde duidelijk te maken dat het overbelast is, en dan vooral mentaal. De hoge mentale stress van de afgelopen maanden eiste zijn tol en ik moet nu zelfs min of meer verplicht rust nemen.

Afgelopen dagen heb ik dan ook thuis doorgebracht, veel slapend en geen echte deadlines nastrevend. Vragen van studenten en collega’s sijpelden toch binnen via de kieren van mijn bereikbaarheid, maar een beetje ontkoppeling was enigszins mogelijk. Mijn grootste verrassing was weliswaar dat ik mij de eerste uren en de eerste dag na het bezoek aan het ziekenhuis zeer onwennig voelde bij de gedachte dat ik niets zou doen. Er waren geen professionele taken en er stonden ook geen persoonlijke plannen op de agenda. Ik ontdekte dat dit eigenlijk nooit eerder, of toch niet sedert mijn herinnering, voorkwam. Zou ik dan toch verslaafd zijn aan het “bezig zijn”? Een vriendin, therapeut, die toevallig langskwam, vroeg zich af vanwaar die drang naar bezig zijn kwam. Ik had er niet onmiddelijk een antwoord op. Laat ik het er gewoon op houden dat creëren mijn standaardhouding is.

Ik schreef een opiniestuk over de actualiteit, in het bijzonder de zeer onstabiele geopolitiek en de vele crisissen die er zich momenteel in afspelen. Ik had het opiniestuk nodig om mijn “gewone” schrijfwerk te kunnen doen. Ik wil kunnen blijven schrijven over de thema’s die mij aan het hart liggen: verbinding, het onderling samenzijn van mensen, de harmonie die eruit kan voortkomen, het wonder van onze niet-aflatende creatiedrang. Ik kan dat evenwel niet doen in een vacuüm, waarbij ik voorbijga aan een wereld die in brand staat. Ik ben geen commentator van de actualiteit, evenmin een expert in één of ander domein relevant om de wereldomstandigheden te bespreken, maar wou hier toch vanuit mijn invalshoek kort duiden dat mij de problemen helemaal niet ontgaan. En, hoe kan het ook anders, ik hoop dat onze creatiedrang en ons vermogen tot harmonie ons zullen helpen om ook deze nieuwe crisis te boven te komen. Ondertussen vermaak ik mijn publiek met mijn schrijfsel – althans, dat hoop ik toch.

Waarheid

Bij de start van deze nieuwsbrief vertelde ik dat het zou hebben over hetgeen zich afspeelt vóór het schrijven. Er staan een aantal verhaaltjes op stapel. Het eerste zal wellicht gaan over waarheid. Tijdens de kerstdagen kwam een bevriend en filosofisch geïnspireerd koppel langs naar aanleiding van onze halfjaarlijkse ontmoeting. Eénmaal per jaar spreken we af op ons adres en éénmaal bij hen. Met deze cadans kleuren we een stukje van elkaars leven in. Over de tafel worden ideeën en gedachten uitgewisseld, wat vaak tot inspiratie leidt, zoals ook nu.

De vrouw van het koppel vertelt dat ze het gehad heeft met de waarheid. De waarheid interesseert haar niet zoveel meer. Voor de argeloze luisteraar kan dit verrassend klinken, maar wie haar denkkaders kent – en deze zijn ook geworteld in het denken van Ulrich Libbrecht, zoals de mijne – begrijpt wat ze bedoelt. De waarheid is een exponent van de kennis, en kennis is het vinden van betekenis in een hoop objectieve feiten (voor zover deze bestaan). Haar belangstelling ligt in het ervaren, het beleven, hetgeen waar we veel te weinig mee bezig zijn in onze huidige samenleving. Mochten we meer ruimte laten voor elkaars beleving van de werkelijkheid, die per definitie subjectief is, eerder dan te streven naar een gedeelde en samen gedefinieerde beschrijving van die werkelijkheid in feiten, dan zou de wereld er wellicht zachter en harmonieuzer kunnen uitzien.

Dit laatste is niet meteen wat mijn gesprekspartner heeft gezegd – ik herinner me niet exact alle details van ons gesprek, maar wel de kern: dat de waarheid niet het referentiepunt hoeft te zijn van het assenstelsel waarmee we de wereld beheersen.

Daar zal dus een eerste verhaal over gaan. Over de waarheid. Op het ogenblik van dit schrijven ken ik zelf het verhaal nog niet. U bent dus nu getuige van waar mijn gedachten zich bevinden voor ik de pen opneem om het verhaal te schrijven.

Daar zal dus een eerste verhaal over gaan. Over de waarheid. Op het ogenblik van dit schrijven ken ik zelf het verhaal nog niet. U bent dus nu getuige van waar mijn gedachten zich bevinden voor ik de pen opneem om het verhaal te schrijven.