Shangri-La speelt zich af in een hotel waar de tijd ophoudt te stromen zolang men er verblijft. Gasten komen er terecht zonder precies te weten waarom, en blijven langer dan gepland. Het kamermeisje droomt van een zangcarrière, de eigenaar ordent zijn wereld via een postzegelverzameling, en een bekende figuur probeert er te verdwijnen aan de blik van haar publiek.
Wat begint als een licht absurde situatie, ontvouwt zich tot een scherpzinnige komedie over ontsnappen aan verwachtingen, het verlangen om stil te mogen staan, en de vraag of tijd iets is wat ons overkomt of wat we zelf maken. Shangri-La balanceert tussen humor en melancholie, en gebruikt het hotel als metafoor voor alles wat mensen tijdelijk schuilen noemen.
Het stuk werd opgevoerd in 2008 in een productie van Het Nieuw Zingems Toneel.
