Stilte. Geen geluid, geen geritsel. De bomen, getooid in spetterend geel, rood en bruin, waren
foto’s. Geen wind die hun bladeren van de takken blies. Geen beweging. Stil-leven. Je hoorde
enkel het stappen van hun schoenen in de zachte, vochtige ondergrond van het pad dat tussen de
velden liep. De aarde veerde. De natuur bracht comfort. Dit was hun ontsnappingsroute. Zo
hadden ze die landwegel genoemd sinds de pandemie. Ontsnapt uit de werkelijkheid en op weg
naar de wenselijkheid.
Daar, achter het poortje van de tuin, achter de bocht, net voor het dorpskerkhof, begon het. Een pad dat nu midden door uitgestrekte velden vol bloemen liep. Landbouwsubsidies op hun mooist. En de zon speelde nog even zomer.
“In welk paradijs leven we toch,” zei ze.
“Ja,” zei hij.
“En dat op tien meter van onze deur.”
Elke wandeling begon met deze liturgie. Met een lofzang op de nabije natuur. Het geluk ligt soms
aan je voeten. Vaak het kleine geluk dat hier op grote schaal wordt geëtaleerd. Het is goed ze
iedere keer opnieuw uit te spreken. De kracht van het ritueel.
Ze wandelden door de velden, draaiden een hoek om nabij de haagbeuk en de beek. Allemaal
plekken waar ze al honderden keren waren voorbijgekomen. Aangekomen bij die ene plek
halfweg, dachten ze allebei hetzelfde. Dit was het moment dat de vrijheid zou besproken worden
op de wandeling. Een terugkerend thema. Deel van het ritueel. Iedere keer opnieuw. Vandaag
actueler dan ooit.
Ze kenden iemand die het hier in haar blootje had gedaan, daar, achter die rij bomen in dat veld.
Lang geleden.
“Dit is vrij zijn,” begon ze opnieuw.
“Misschien,” antwoordde hij nu.
Doen wat je wilt, bij voorkeur een regeltje overtreden om een eigen pleziertje te hebben, niet om
bestwil, maar omdat het gewoon fijn is, het voelt vrij aan. Toen zij in haar blootje liep, kon je nog
geen GAS-boete krijgen. Nu is vrijheid opzoeken een verdienmodel geworden. Van GAS-boetes tot all-invakanties. Alles ligt vast zodat je vrij kan zijn. Bestaat vrijheid als alles mag?
Wat verder stond een bordje dat je je hond aan de leiband moest houden. Te midden van akkers
en weilanden. Dat las als tegen een boom zeggen dat hij niet hoger dan vijf meter mocht groeien,
om risico’s tot omvallen te voorkomen. Vrijheid komt in vele varianten.
“Elk begin is vrij zijn.”
Ze zweeg. Ze waren al lang begonnen.
Volharden kan ook vrijheid geven, dacht ze.
De wandeling naderde haar bestemming. De grote rivier met de schepen van de binnenvaart. Vrij
om te varen, geen meester behalve het water. Maar wel op tijd en met een lading. Varianten van
vrij.
Ze gingen zitten op het einde van het steigertje waaraan de boten ’s avonds aanmeerden. Voeten
bungelend over de rand. Langzaam schoof een boot voorbij.
Ze zwaaiden. Naar boten zwaai je. Naar treinen ook. Het uitzwaaien naar wie onderweg is. Het
uitzwaaien van de vrijheid. Het diepe geronk van de dieselmotor stierf langzaam uit.
Ze zeiden niets, maar dachten allebei aan hetzelfde. Het tafereel ginds achter, waar de vrijheid in
grote teugen gedronken werd. De bomen zagen dat het goed was en beschermden met hun takken de vrijheid. Op de grond lag een zacht dekbed in spetterend geel, rood en bruin.
Hoewel de herfst zich liet voelen, zag ik dat ze toch het knopje van haar jas open maakte. Elk begin is vrij.
——-
Vrij naar het essay De vrijheid om vrij te zijn van Hannah Arendt.
