Zandkasteel

Op het strand speelt het kind met de obligate emmer en schop. Hij kijkt. Een kasteel wordt opgetrokken, een kanaal wordt gegraven. Kastelen en kanalen, symbolen van macht en vooruitgang. Dat denkt de vader. De kleuter ziet een toren en een stroom zeewater die heen en weer door het zand slingert en als een wonder de bodem indringt en verdwijnt. De kleuter lacht en leeft. Op. De vader kijkt, observeert en leeft. Neer?

Zijn zandkastelen zinloos, vraagt hij zich af.

Die ochtend had de kleuter een kleurrijk uurwerk gezien in het winkeltje op de dijk. Samen met vader en moeder op stap. Of hij die mocht krijgen? Leuk en educatief. Het klokje bleef in het rek. Je kan maar beter de tijd voelen dan hem meten, had moeder gezegd. Waarop de vader aan zijn pols de leegte betastte. Meten is weten, maar weten is niet voelen.

Nog niet door de tijd gevangen, bouwt de kleuter zijn wereld. Eb trekt de zee de diepte in. Het kasteel staat trots overeind, het kanaal verzandt tot strand. Het kind denkt er niet aan om zijn kanaal langer te maken. Aanvaardt hij de natuur? Onwetend of alvoelend? Zittend naast de hoogste toren, plaatst hij een plastic riddertje op de muur. De werkelijkheid is wat je ervan maakt.

De vader zet een soldaat met pijl en boog in het zand voor het kasteel. De belager, de vijand. Het kind zet een tweede ridder naast zijn collega. Versterking. Straks komt de vloed terug. Dan moet het kasteel ingenomen zijn. Window of opportunity. En zo doet de gemeten werkelijkheid zijn intrede. Wie de oorlog wil winnen, heeft een horloge nodig.

En de vader…die had zijn smartwatch aan het begin van de vakantie uitgedaan. Bevrijd van de tijd, misschien zelfs van de ruimte. Echt vakantie. Niet wetend dat hij het strandgevecht hierdoor met plezier zou verliezen. Omdat winnen niet het doel is. Samen spelen wel.

Het soldaatje valt om. Ze lachen. Zandkastelen zijn zin-vol