Posts Tagged ‘Toon Hermans’

Contract of plechtige handdruk?

Een contract

Dit is de titel van een mooi verhaal geschreven door Herman van Hove over hoe Toon Hermans omging met samenwerkingsrelaties.  Vertrouwen was ook voor hem de sleutel.

Het artikel verscheen in Weet ik feel, een nieuwsbrief voor vrienden en fans over het leven en werk van Toon Hermans. Het artikel van Herman vind je in deze nieuwsbrief.

Willem


En ‘k aen ik e vélo, ‘kham zelve gemakt. Moa ‘kzien ‘em verlooren, zèn ‘em gepakt.

Het zijn de eerste zinnen van Mijne vélo van Willem Vermandere die ik als zevenjarige uit het hoofd en uit volle borst zong. Willem. Hij werd afgelopen week zeventig jaar. En al die tijd was hij mijn voorbeeld. Hij behoort tot mijn drie belangrijkste referentiepunten. Ik heb wel meer inspiratiebronnen, maar drie mensen zijn mijn ankerpunten voor wat ik doe en wat ik schrijf. Toon Hermans, mijn anker om altijd het goeie te blijven zien in de mensen en de wereld. Hij voorkomt dat mijn pen niet in gitzwarte ironie of zelfs cynisme wordt gedoopt. Ulrich Libbrecht, hij herinnert me er aan wat vooringenomenheid, vooral onbewust, is. Hij inspireert me tot nadenken en zorgvuldigheid. En dan ook Willem Vermandere. De man die met zijn muziek en zijn houding me inspireert tot eenvoud, respect en bescheidenheid. Hij doet mij altijd denken aan mijn grootvader, ook ambachtsman en West-Vlaming, kroezelig haar en naar een opschrift in een museum  onder een oude foto “Roste Pier, de beste scheepstimmerman van de kust”. Ze lijken op elkaar.

Ik wou u gewoon zeggen dat hij zeventig werd, Willem. Gelukkige verjaardag moet ik hem niet wensen ook al zou ik het willen, want hij is zich – helaas – niet bewust van mijn bestaan. En een gelukkige verjaardag wensen is, als het echt gemeend is, iets persoonlijks. En we hebben niets persoonlijks. Toch hoop ik dat het hem goed vergaat, de komende jaren.

Ik wou gewoon uw aandacht trekken. Zodat u misschien even langsloopt bij zijn discografie . Zijn muziek beluistert. Zijn teksten leest. Mijn top 3 is alvast:

  • Mijne vélo: om nostalgische kinderredenen
  • Kasteeltje van schelpjes en zand: omwille van het rijke en zo terechte beeld dat hij oproept
  • Bric-à-brac: omwille van zoveel waarheid in zo’n klein liedje

Maar eigenlijk hoort zijn werk niet in lijsten te zitten. Vergelijken is oneer voor dergelijk oeuvre.

www.willem-vermandere.be

Ook Raymond was afgelopen week jarig. Maar over hem schrijf ik wel een andere keer.

Jens

Waar is Toon?

Ik las dit weekend in de krant De Standaard het artikel “de twee gezichten van Philippe Geubels”, wat eigenlijk meer een artikel is over de standup-comediansector in Vlaanderen, dan wel over de betrokkene zelf.

In wat de laatste tijd verschenen is over stand-upkomieken, mis ik de vraag waarom er zo weinig humor terug te vinden is die geen gebruik maakt van het concept “beledigen om te lachen”. Mijn held is nog altijd wijlen Toon Hermans, die erin slaagde zalen plat te krijgen zonder ooit maar één persoon te beledigen. Hij is mijn voorbeeld voor de artikels, columns en verhalen die ik schrijf. Ik vraag me na elke tekst af of Toon het ook zo gezegd zou hebben? Het verhindert me om te vervallen in cynisme of sarcasme, waarin vandaag zoveel opiniestukken baden.

Ik stel vast dat het moeilijk is. De backspaceknop op mijn toetsenbord wordt zeer vaak aangeslagen, nadat ik enkele zinnen heb ingetikt omdat ze toch eerder cynischgewijs hun weg ontwikkelden.
Ik kijk halsreikend uit naar een komiek, die bij het bedenken van zijn volgende grap zich afvraagt of Toon nu goedkeurend zou knikken of eerder zou zeggen: “misschien kan je dit ook anders formuleren?”. Want afkeuren zou hij nooit doen.

De kracht van de straalvogel

Met “De straalvogel” raakte Jef Nys, de recent overleden geestelijke vader van Jommeke, mijn natuurlijkwetenschappelijk hart. Ik wou en zou natuurwetenschapper worden – hetgeen niet gebeurde – en Jommeke inspireerde mij met de uitvinding van zijn op waterkracht werkend vliegtuig. Een aap deed dienst als bron om de waterdruk op te bouwen en Jommeke recycleerde het water dat hij verbruikte zodat hij een onuitputtelijke krachtbron had, tenminste als de aap wou meewerken. Aangezien ik geen aap voorhanden had en in de strip had gelezen dat hij toch niet zo betrouwbaar was, zou ik deze vervangen door een waterrad, aangedreven door het zelfde water. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, had ik een perpetuum mobile gemaakt. Dagenlang tekende ik gelijkaardige tuigen op basis van Jommekes ontwerp. Mijn omgeving probeerde mij tot de realiteit terug te brengen door te zeggen dat er zoiets was als de eerste wet van de thermodynamica die stelt dat energie niet uit het niets kan ontstaan en dat er geen energie kan verloren gaan. Maar het duurde toch even vooraleer ik de vertaling van die wet had gevonden in de luchtweerstand van de straalvogel, in de wrijving van alle aandrijfwielen en riemen die Nys had getekend. De klare lijn van Jommeke kende geen wrijving.

Maar toch, Jommeke stimuleerde me, inspireerde me. Ik geloofde hem. Hij steunde me in mijn interesse voor natuurwetenschappen en mechaniekjes.

Andere getuigenissen over Jommeke, die daags na het overlijden van zijn Jef Nys, al onze kranten sieren, onderstrepen de positieve kracht van het eenvoudige Jommekesverhaal.

Ik dacht er niet eerder aan, maar Jommeke doet me nu denken aan mijn grote voorbeeld Toon Hermans, die met dezelfde kinderlijke naïviteit het publiek kon boeien en inspireren. Hij bleef tot op de laatste dag zeggen dat er niets belangrijker was dan praten over de liefde. En ook bij Jommeke vind ik die positieve houding terug.
Jommeke, Nys en Hermans mogen dan wel slechts een stukje van de werkelijkheid in het voetlicht brengen, het is dat stukje dat ons steeds opnieuw aandrijft en verder brengt. Misschien hebben ze dan toch het perpetuum mobile ontdekt.