Spelletje
23/05/2016

boardgames

Voor hem, op het tapijt, zit zijn dochter haar spel te spelen. Voor de twintigste keer deze ochtend. Denkt hij. Hij is de tel kwijt geraakt. Ze kent ondertussen de spelregels als geen ander, weet ook hoe het spel gaat eindigen. Ze speelt het spel nu met twee beren en met wat moet doorgaan voor een oranje onbenoembare prehistorische knuffel. “Hoe verzinnen ze die beesten?”, denkt hij. “Hoe ziet zo’n brainstorming eruit? En vooral, welke voorstellen hebben de naaitafel niet gehaald?”.

De knuffels nemen zijn plaats in. Na vijf keer had hij het wel gehad. Hij heeft zijn leeftijd tegen om telkens weer opnieuw enthousiast het spel te herbeginnen zoals zijn dochter dat nog kan. Je leert veel af naarmate je ouder wordt.

Of toch?

Gisterenavond kwam hij afgepeigerd terug uit de televisiestudio. Weer eens had hij het opnieuw mogen uitleggen aan de journalist. Waarom het probleem binnen zijn bevoegdheidsdomein opnieuw was opgelaaid en nu zelfs op ontploffen stond? Ook daar had hij het gevoel gehad in een spel terecht te zijn gekomen dat hij ook al twintig keer had gespeeld. Journalist, beleidsmaker en zijn opponent, samen rond één tafel, in een ondertussen een gekend vast tijdslot, pratend volgens een onuitgesproken maar vastgelegde debatmethode. Het resultaat van het gesprek is meestal op ook voorhand gekend, die ene uitzondering niet meegerekend dat er eens iets onverwachts in de studio gebeurt. Dat gebeurt met zijn dochter ook, als ze viermaal na elkaar dezelfde getallen dobbelt op het spelbord.

Allen zijn ze daarenboven tegenwoordig opgeleid om het spel te spelen. Mediatraining heet zoiets. Wie dit niet gevolgd heeft, is geen professional. Het debat is dus een spel dat zendtijd vult omdat er geen geld voor waardevolle uitzendingen meer is. Het debat is een bordspel. Geen schaakspel waar je nog met enige spanning naar kunt zitten kijken, maar mens erger je niet. Achter elkaar aan huppelen en de andere van het bord proberen duwen.

Hij weet dit. De anderen in de studio weten dit ook. Geen van hen had echter de ambitie om professionele mens-erger-je-niet-speler te worden. Had je het hen gevraagd tijdens hun studietijd, dan kreeg je ambities en idealen te horen, maar geen pionnetjesverplaatser, integendeel. Ze zouden dit zelfs bekampen.

Zijn dochter heeft zonet het spel opnieuw uitgespeeld. Het beest met de onbenoembare vorm heeft dit keer gewonnen. Een onbestaande winnaar. Misschien, zo schiet het hem te binnen, moeten ze even niet meer debatteren maar samen brainstormen over die onbestaande winnaar. Zoeken naar dat oranje beest dat nu nog aan de verbeelding ontsnapt. De fundamenten welvaarstaat in vraag stellen. Nu de gedachte hem zo overvalt, voelt hij plots terug die energie die hem aan zijn beginjaren doet herinneren. Toen hij nog idealen had en overtuigd was dat hij ze zou realiseren. Hij heeft het telefoonnummer nog van die journalist en zijn opponent.

Zou hij hen bellen om eens van gedachten te wisselen?

Zijn dochter begint aan spelletje 21. Of gaat hij dat ook doen?