De lichtmeridiaan: 4. Slap koord
28/07/2016

rivier

Tot nu toe hebben we het gehad over de mens en zijn eigenschap om naar vrijheid te streven. Die vrijheid moet evenwel onder controle gehouden worden, willen we samen kunnen leven. Afspraken, helaas soms regels genoemd, hebben we nodig. Anders loopt het in het honderd. Maar regels kunnen ook bijzonder verlammend werken. Zo mochten wij tijdens deze reis ondervinden. Bij het plaatsen van ons eerste lichtbaken ging het al mis. Ons lichtje, het eerste op echt “vreemd” terrein, was voorzien in Mouvaux, Frankrijk, aan de ingang van het daar gelegen Centre Spirituel du Hautmont. De ingang bleek een drukke straat en het centre zelf was een oase van rust met een mooie tuin. Ons lampje zou daar, in die tuin, het best tot zijn recht komen. Omdat we welopgevoed zijn, gingen we terplekke vragen of we er ons lichtje in de grond mochten planten. De receptioniste wist niet goed wat doen met onze vraag. Dat had ook wel te maken met de bijzonder onhandige manier die ik hanteerde om ons plan uit te leggen. Ondertussen, na 29 lichtjes, zijn we er daar gelukkig heel bedreven in geworden. Maar goed, de receptioniste vond dat onze vraag haar verantwoordelijkheid te boven ging, dus werd de hiërarchische meerdere erbij gehaald. De dame in kwestie luisterde naar de helft van onze uitleg en onderbrak ons daarna. Ze had voldoende gehoord om te begrijpen dat onze vraag om dit lichtje in haar tuin te plaatsen ook haar verantwoordelijkheid te boven ging. Ze was immers slechts plaatsvervangend verantwoordelijke voor het instituut. De echte directeur was met vakantie tot het einde van de augustus. Of we dan eens konden terugkomen.

Het ging om het plaatsen van een tuinlampje! De dame kon niet oordelen of haar schitterende tuin de geschikte plek was. Het incident was een prachtige illustratie van het verlammend effect van regels en afspraken. De dame voerde perfect haar taak uit, maar hierdoor verloor haar rol wel haar betekenis. Zij was wellicht om allerlei terechte redenen aangeduid als een waardige  plaatsvervanger, iemand die met het juiste inzicht kon oordelen over de vragen die in augustus zouden opgelost moeten worden. Haar modus operandus had zich echter beperkt tot het afvinken van ja/nee-vragen. Die rol had de receptioniste zelf ook kunnen vervullen. Maar goed, zonder regels zou het ook niet gaan. Stel dat de dame naar geheel eigen inzicht zou mogen handelen tijdens de zomermaanden, dan zou de echte directeur misschien zijn instituut op 1 september niet meer herkennen.

Het is een moeilijk evenwicht om te weten wat je moet doen met regels. Ik heb het zelf heel moeilijk met regels. Altijd al gehad. Ik was nochtans geen rebel in mijn kindertijd en heb het als tiener of puber nooit te bont gemaakt. Maar ik wou niet naar de Scouts, de KSA of de Chiro. Ik kon niet begrijpen dat je in je vrije tijd je nog zou onderwerpen aan een organisatie die zou bepalen hoe je je speeltijd zou inrichten. Pas vele jaren later leerde ik via vrienden de waarde van al die jeugdbewegingen kennen. Ik waardeer nu, weliswaar veel te laat, de Scouts, de KSA en Chiro.  Voor mij leken het toen vooral  plekken waar ik weer moest luisteren naar iemand anders. Ik vond de school al erg genoeg. Ik handel graag naar eigen inzicht. Regels beschouw ik als waardevolle best pratices, in sommige gevallen zelfs wetenschappelijk onderbouwd, maar die af en toe toch eens aan hun juistheid mogen getoetst worden. In de meeste gevallen volg ik hiervoor de mogelijkheden die onze democratie ons ter beschikking stelt, maar soms is die democratie toch teveel bureaucratie en lijkt proefondervindelijk handelen me meer geschikt.

We besloten dus om vanaf die dag, lichtbaken 2 dus, nooit meer toestemming te vragen om er eentje plaatsen. Anders zouden we wellicht na twee etappes ons hele plan ontmoedigd opgeborgen hebben. Better to ask for foregiveness than to beg for permission. Het is een adagium dat ik koester. Tot nu, lichtje 29, ging alles behoorlijk goed. Een deel van dit succes heeft te maken met het feit dat we steeds, soms onbewust, ons afvragen of de plek die we kiezen voor het plaatsen van het lampje, niet storend is, naar ons inzicht. Slechts in enkele gevallen durven we weleens provoceren. Zo plaatsten we in Douchy voor het eerst ons lichtje zowat vlak voor de voordeur van het gemeentehuis. Ik moet toegeven dat er toch een triomfantelijk gevoel een beetje de kop opstak. Maar zoals ik al zei, we zijn welopgevoed, spreken met twee woorden en vegen steeds onze voeten als we ergens binnen gaan.

De kritische lezer zal natuurlijk opmerken dat deze basis om een succesformule op de definiëren wel heel erg mager is. Ons referentiekader van “niet storend” is verre van hetzelfde kader als dat van een ander. En wij zijn dan nog maar in Frankrijk, een land dat cultureel aanleunt bij het onze. Probeer maar eens de culturele voorkeuren in te schatten van China, Japan en ja, het Syrië, Turkije, Rusland maar ook de US en Iran, Irak, Saudi-Arabië en ga zo maar door. Je lost dat probleem echter niet op door steeds nieuwe regels te verzinnen, of bestaande regels te verfijnen. Het is helaas de weg die onze samenleving steeds meer uitgaat. Ik kom hier op platgetreden paden die u reeds kent. Ik ga dit betoog dan ook niet nog eens opnieuw voeren. Het enige dat ik graag nog eens onderstreep is dat regels verantwoordelijkheid uithollen. Immers, als u morgen aan 50km een ongeval veroorzaakt daar waar u 50km mocht rijden, dan zal niemand u zeggen dat u beter trager had gereden, ook al liepen daar 150 scouts op een rijtje. Het 50km bord zorgt ervoor dat al snel richting scoutsleider wordt gekeken. Het bord beschermt de chauffeur. En dat terwijl dat bord eigenlijk de scouts had moeten beschermen. Als we dus vinden dat onze burgers zich onverantwoordelijk gedragen, verminder dan de regels. Als je vindt dat ze echt niet verder kunnen verminderd worden, dan betekent doorgaans dat er nog wel eentje geschrapt kan worden.

Het is dansen op een slap koord. Maar wie kan dansen op een slap koord, kan dansen op het leven.

De versie voor Katrien

Sarah begreep het niet. De juf had gezegd dat ze vandaag mochten spelen zoals ze zelf wilden. En gisteren was de juf nochtans heel boos geweest. Gisteren had de zesde klas het gedurfd om te trappen tegen de Gele Bal en dan nog aan de rechterkant van de speelplaats.

De Gele Bal was de bal voor de handen en daarmee mocht je enkel mee gooien en alleen aan de linkerkant van de speelplaats. De Rode Bal was de bal voor de voeten, en daarmee mocht je alleen trappen, niet gooien, en enkel aan de rechterkant van de speelplaats. Dat waren de regels. Die waren er gekomen omdat al te vaak een bal tegen het gezicht van een kind op de speelplaats was gevlogen. Er was zelfs al een bril stuk geraakt en iemand had ooit een bloedneus gehad door die ballen.

Maar vandaag mocht alles. Iedereen liep door elkaar en de gele en de rode ballen vlogen in het rond.

“Fijn hé!”, riep Kareltje terwijl hij een harde trap gaf op de gele bal. De bal vloog door de lucht en miste net het hoofd van Pippa die aan het touwtje springen was.

“Pas op!”, riep Sarah nog. Gelukkig vloog de bal ver boven het hoofd van Pippa naar de andere kant.

Pippa schrok en struikelde over haar springtouw.

“Hé, wat doe je nu?”, riep Pippa.

“Het spijt me “, zei Sarah, ik dacht dat bal tegen je hoofd zou vliegen.

“Ik zag de bal wel komen hoor”, mopperde Pippa. Nu moest ze helemaal opnieuw beginnen. Haar springtouw zat vast in aan haar been en bleef haperen aan haar jurk.

Sarah vond het maar niets. En nu was zelfs Pippa, haar beste vriendin, boos op haar.

Plots was er herrie aan de andere kant van de speelplaats. Ze zag Kareltje lopen met de Gele Bal in zijn handen. Zijn vrienden waren boos. Ze riepen hem na: “Valsspeler!! Dit mag niet  !!”.

Kareltje en zijn vrienden hadden gevoetbald met de Gele Bal. Deze bal was normaal gezien voor de handen en niet voor voeten. Nu had Kareltje de bal opgepakt met zijn handen en was er mee naar het doel van de tegenstander gelopen.

“Dit mag niet, dat is tegen de regels. Je mag de bal niet met je handen vastnemen”, riepen ze.

Kareltje zei dat dit wel mocht.

“Vandaag is de dag dat alles mag”, antwoordde hij, “en trouwens, het is een Gele Bal, die mag je met je handen vast nemen.”

De kinderen stopten met spelen. Zo kon dit niet verder gaan. Iedereen was boos. Kareltje ging bij Sarah zitten.

“Ze willen niet meer met me spelen”, zei hij tegen Sarah.

“Toch wel” zei Sarah, “maar je moet wel eerlijk spelen.”

Kareltje begreep het niet. Vandaag was toch de dag dat alles mocht?

De poortwachter keek Kareltje streng aan. “Het is niet omdat vandaag alles mag, dat alles mag”, gromde hij met een diepe stem.

Kareltje schrok. Die pop kon praten!

“Het spijt me,” zei Karel de tegen de poortwachter. Hij stond op, nam de Rode Bal en liep naar zijn vrienden om een nieuwe wedstrijd te beginnen.