Waar komt dat advies van “Niets doen” toch vandaan? Je kan geen krant of tijdschrift openslaan of je leest over hoe belangrijk het is om niets te doen. Even verder in deze nieuwsbrief verwijzen we u naar een recent artikel van Rik De Wulf van de denktank Metana VKW. Het is één van de vele die u wellicht ook al las over het thema.

Dat we vandaag het belang van “niets doen” onder de aandacht brengen is uiteraard een gevolg van Twitter. Of juister uitgedrukt, van die nog altijd versnellende informatiewereld die ons nu ook elke dag, elk uur, elke minuut bombardeert met nieuwtjes. Net voor het schrijven van deze tekst las ik deze ochtend in de kracht dat Lieven Verstraeten, nieuwsanker bij het Journaal van de VRT, dit weekend zijn laatste tweet heeft geschreven. Hij doet niet meer mee aan die hysterie. Hij geeft het op om bij te blijven bij alle nuttige en vooral onnuttige weetjes.

We zijn permanent verbonden met allerlei informatiebronnen, hebben de afgelopen twintig jaar geleerd dat elke werkminuut volledig uitgeperst moet worden. Ook elke vrijetijdsminuut en elke gezinsseconde moet optimaal benut worden. Het belang van Niets Doen is dus in de eerste plaats een reactie op de drukke agenda van die overactieve eenentwintigste-eeuwse moderne mens. Toch is het belang van niets doen al eeuwen gekend en wordt het ook al eeuwen beoefend (en dan doel ik niet op al die luierikken die onze geschiedenis, naast diegenen die de geschiedenis gemaakt hebben, ook gevuld hebben). Wat is de oorsprong van het “Niets doen”? Waarom zou dit dan zo nodig zijn?

Om te antwoorden op deze vraag, keer ik terug naar ongeveer een stevige 300 à 600 jaar voor Christus. De datum is, zoals u ziet, ruw gekozen. De datum duidt de periode aan waarop Zhuang-zi, één van mijn meest geliefde Chinese filosofen, leefde. Waarom ik fan ben van Zhuang-zi vertel ik wel een andere keer, maar laat ons alvast zeggen dat hij de Toon Hermans van de Chinezen was, 300 jaar voor Christus. En om Toon heb ik ook altijd hartelijk kunnen lachen.

Zhuang-Zi staat samen met die andere filosoof Laozi, aan de wieg van het taoïsme (spreek uit: dauwisme). Het is een op de natuur geïnspireerde Oosterse filosofie. De moderne westerse mens heeft zeker al over taoïsme gehoord en het symbool Yin en Yang is een geliefde inspiratie voor allerlei juwelen, tafelkleedjes en zelfs bladwijzers die de zich spiritueel voelende westerling wel eens eigen maakt.

Het is op die Yin en Yang dat we even moeten inzoemen om de oorsprong van het “Niets doen” te vinden. Zoals u weet, duiden Yin en Yang op 2 delen van een cyclus.  Yin en Yang zijn tegengestelden maar symboliseren samen de eenheid die ze zijn. Yin noemen we soms de vrouw, de maan, het water en Yang is dan weer de man, de zon, het vuur. Als gevolg van deze beelden gaan we als volgt denken dat je ofwel Yin (vrouw) ofwel Yang (man) bent. Je verandert immers niet spontaan van geslacht, de mens toch niet, en de aarde wordt geen maan en ook niet omgekeerd. Yin en Yang zijn echter dynamische begrippen en moeten eigenlijk in de andere volgorde opgesomd worden, ttz. Yang en Yin. Yang en Yin zijn begrippen die oorspronkelijk, in het Chinees, respectievelijke de zonnekant en de schaduwkant van een vallei aanduidden. Maar aangezien de zon langs onze hemel van Oost naar West reist, wordt de zonnekant in de ochtendzon een schaduwzijde in de avondzon en omgekeerd. Yang is dus het begin van de dag en Yin het einde van de dag. En aldus is Yang ook het begin van ons leven, en, eens de vijftig voorbij, vangt de Yin-periode aan (als we ervan uitgaan dat we met z’n allen honderd jaar worden).

De moderne mens vindt die zonnekant en de die schaduwkant eigenlijk maar niets. Liever twee zonnekanten, dan één schaduwkant. We bouwen dan ook serres om onze gewassen in te verbouwen waarin we het licht zo lang mogelijk aan laten zodat onze groenten, fruit en bloemen zo snel mogelijk groeien. De tuinbouwer heeft echter wel ontdekt dat, als hij het licht nooit dooft, zijn gewassen alsnog sterven. De tuinbouwer beseft dat er Yin nodig is, maar liefst zo weinig mogelijk.

Ook u laat het licht graag lang branden. U werkt overdag en na het avondeten nestelen we ons allemaal voor de televisie en worden we zelfs door de laat-avondprogramma’s gevraagd om tot na middernacht voor de buis te blijven zitten. Als we al niet gevraagd worden om naar een feestje te gaan tot in de vroege uurtjes. Anders gezegd, we durven wel eens onze dagelijkse Yang langer te maken, zelfs te verdubbelen. Maar u weet als geen ander dat een beetje nachtbrakerij zich ’s anderendaags vertaald in dubbel zoveel noodzaak aan Yin. Uw lichaam eist rust.

En het is hier, na deze lange aanloop, dat we ons “niets doen” terug vinden. Het Taoïsme beschrijft, zoals gezegd geïnspireerd op de natuur, die cyclus van activiteit en rust. Ons optimale gebruik van onze Yang (activiteit), heeft onze welvaart voorgebracht. En de aandacht die we in Yin (rust) verloren zijn, heeft ons de stress waar we allemaal onder leiden, gegeven. Wist u dat er ongeveer 2000 ziektebeelden gekend zijn en dat hiervan slechts 600 bij dieren terug te vinden zijn? De 1400 andere zijn allemaal beschavingsziektes, stressziektes zeg maar.

Om te verhinderen dat we ons Yang-Yin-evenwicht teveel verstoren, raden de Taoïsten ons aan om vooral niets te doen, Wu-wei. Hoe minder je doet, hoe gelukkiger je bent (denkt u nu ook aan die luie zondagnamiddag?). Dieren, planten, rotsen doen niets. ’t Is te zeggen, ze kiezen er niet bewust voor om te groeien, het zit in de natuur ingebakken. Het gebeurt gewoon (Tzu-jen: het vanzelf zo in het Chinees). Wij denken na en kiezen daarna om al dan niet te handelen. Het nadenken en het kiezen zijn al vaak de bron van ongeluk. Kiezen is immers ook altijd verliezen. Wu-wei dus, niets doen, niets kiezen, niet handelen.

Het komt zo onnatuurlijk over. Het lijkt zo laf. Het is precies of we niet “willen”…Het is zoals lui zijn en dat mag niet in een wereld waarin elke seconde, en in de sport elke honderste van een seconde, letterlijk telt. Maar probeert u het eens. Ga eens zitten en doe niets. En als iemand u vraagt wat u aan het doen bent, dan antwoordt u zeer gewichtig: “Ik wu-wei.” Dat klinkt heel anders, dan ik ben lui. En het brengt uw Yang en Yin helemaal terug in balans.

Terug naar het overzicht van theorie toegelicht