In 1985 publiceerde  Edward De Bono bij Little, Brown and Company het kleine boekje Six Thinking Hats. Volgens de cover van de meest recente uitgave is dit een internationale bestseller en ik geloof het graag, alhoewel ik zelf toch dagelijks meer mensen tegenkom die er nog niet van gehoord hebben, dan wel. Six Thinking Hats is een boekje dat gaat over een methode om een discussie te voeren. Een methode die ervoor zorgt dat je een constructief gesprek kunt voeren ook al liggen de meningen heel sterk uiteen en zijn de onderwerpen zelfs heel gevoelig. Je zou haast gaan denken dat ik over een methode van 1985 schrijf omdat sommige van onze Belgische politici er misschien nut zouden kunnen aan hebben. Of dit zo is, weet ik nog niet zo zeker. Aan het einde deze korte toelichting over deze methode, plaats ik wat reflecties uit eigen ervaring die misschien een antwoord geven op de al dan niet bruikbaarheid voor onze regeringsonderhandelingen.

Waarover gaat Six Thinking Hats? Eerst en vooral verwijst de titel “Six Thinking Hats” (STH) naar de naam die Edward de Bono geeft gegeven aan zijn methode. En die naam is een metafoor voor de verschillende petten die een mens kan opzetten als hij een oordeel moet vellen over een onderwerp, een situatie, een discussie. Ik geef een voorbeeld. Kiezen we als onderwerp het aankopen van een nieuwe fiets, een mountainbike. Een mountainbike is een specifiek type fiets dat voor specifieke doeleinden zeer nuttig is maar voor andere weer helemaal niet. Een mountainbike zal ervoor zorgen dat je over ruw terrein, velden, en steenslag kunt rijden zonder meteen onderuit te gaan. De vele versnellingen op de fiets helpen je daarenboven om vlot bergop te rijden. De kleinere wielen helpen daar trouwens ook bij. Een koersfiets heeft grotere wielen. Als we dus de aankoop van een mountainbike overwegen en kijken naar alle pluspunten, dan vertaalt de Bono dit naar een “geel petje”. De Bono zegt: “zet eens je gele petje op om de waarde van deze fiets in te schatten”. Anders gezegd, wat is er allemaal interessant, positief aan dergelijke fiets. Evenzeer kan je alle beperkingen van een mountainbike opsommen. De brede banden zorgen voor veel wrijving met het wegdek, waardoor je veel energie verliest en dus harder moet trappen om vooruit te komen dan bij een koersfiets met dunne bandjes. De kleine wielen zijn trouwens een nadeel voor ritten over lange afstand, want je moet veel meer trapomwentelingen maken en de stabiliteit bij hoge snelheid is minder goed. Dit noemt De Bono de zwarte hoed. Zet je zwarte pet op om de zaak eens pessimistisch te bekijken.

Vooraleer de andere vier (want het zijn er uiteindelijk zes) hoeden toe te lichten, geef ik een verklaring voor het waarom van het onderscheiden van een beoordeling in stukken (in kleuren). Toen De Bono observaties uitvoerde van debatten, stelde hij vast dat bij vele discussies, veel tijd verloren gaat aan het proberen overtuigen van de tegenpartij van je gelijk. Daarbij probeert de tegenpartij net hetzelfde maar dan met tegengestelde argumenten (anders is het geen tegenpartij). Vaak is het echter zo dat het uitgangspunt gewoon verschillend is. Jij wilt een mountainbike kopen en je verdedigt de aankoop naar je partner toe met alle voordelen, terwijl je partner, die netjes op de openbare weg fietst alleen maar problemen ziet. Ga maar eens rijden in de regen met een mountainbike, de wasmand ligt direct vol met besmeurde kledij. Niet onbelangrijk als jij doorgaans de was doet. Geen denken aan, geen mountainbike. In plaats van dus de voordelen van het rijden op een oneffen ondergrond te gebruiken als argument tegen de vuile was, zet deze argumenten naast elkaar. Bekijk welke voordelen je haalt uit de fiets, welke nadelen eraan verbonden zijn en evalueer of de nadelen opwegen ten opzichte van de voordelen. Belangrijk bij Six Thinking Hats is dat het niet de ene persoon is die eerst alle voordelen opsomt en daarna de andere die alle nadelen opsomt. De bedoeling is dat je eerst samen de voordelen bekijkt, en daarna ook samen de nadelen opsomt. De Bono ontdekte dat, als partijen weten dat ze ook hun eigen standpunt zullen mogen verwoorden, ze gerust bereid zijn om ook het standpunt van de andere in te nemen om het gesprek te voeren. Samen dus de gele pet opzetten en samen de zwarte pet opzetten, zoals De Bono zegt. Als beide gesprekspartners samen eerst het ene en dan het andere standpunt innemen, dan brengt dit de gesprekspartners ook dichter bij elkaar in plaats van ze van elkaar weg te duwen met torenhoge tegengestelde argumenten.

Maar er zijn zes petten, Six Thinking Hats. De observatie van De Bono over discussies bracht hem bij de vaststelling dat gesprekspartners zich eigenlijk wisselend in zes typische gedragshoudingen zetten wanneer ze deelnemen aan het debat. Zoals eerder gemeld zetten ze zich soms in de positieve houding (de gele), soms in de negatieve (de zwarte), maar ook soms, vaak zelfs, in een emotionele houding (de rode), waarbij geen rationele elementen worden aangedragen, maar persoonlijke gevoelens of voorkeuren, voorbeeld: ik zou het gewoon niet fijn vinden om met een mountainbike te rijden. Die stoere banden passen niet bij mij. Ik heb het niet voor die ingewikkelde fietsen. De rode denkhoed is dus een derde standpunt van waaruit je een oordeel kan ontwikkelen over een thema dat ook gerechtvaardigd is. Een vierde benadering, die doorgaans ook altijd wordt genomen, is de feitelijke benadering. Tijdens een debat worden vaak ook die dingen opgesomd die een beschrijving zijn van het onderwerp van de discussie. Vaak dient deze opsomming om voor iedereen duidelijk te maken waar het over gaat. Een mountainbike, dat is zo’n fiets, met dikke banden met noppen waarmee je in het veld kan rijden, met veel versnellingen, eigenlijk zonder spatborden of bagagedrager etc. We sommen het onderwerp op zodat er geen misverstand is. Ook hier is het nuttig om te vragen dat iedereen eerst even de witte hoed (de feiten-hoed) opzet zodat we eerst kunnen overlopen waar het over gaat vooraleer we gaan discussiëren. Niets vervelender dat een situatie waarbij de één zegt dat een mountainbike kleine dikke wielen heeft, waarbij daar direct een reactie op volgt in de aard van: “daar ga ik niet op rijden”. De witte hoed is dus de vierde hoed (hoewel er geen rangorde is in de kleuren). Resten nog twee hoeden, de groene hoed en de blauwe. De groene hoed staat voor het creatieve petje. We vragen alle deelnemers van de discussie om even de groene hoed op te zetten als we even naast het opsommen van plus, min, feiten en gevoelens, ook ruimte willen maken voor eventuele alternatieve ideeën. “Zou een hybride fiets dan geen goed idee kunnen zijn, of een citybike…?” De creatieve hoed op een vast moment opzetten voorkomt dat bij het opsommen van eventuele minpunten, er meteen ideeën worden gelanceerd om die minpunten weg werken. Als je dit doet terwijl iemand nog lang niet klaar is met het nadenken en bespreken van de beperkingen, dan werkt dit ook contraproductief. Tot slot is er de blauwe hoed. Deze is wat bijzonder. De blauwe hoed verwijst naar structuur. We zetten de blauwe hoed aan het begin en einde van het debat op. We beginnen met de blauwe hoed als we eerst met alle deelnemers van het debat de agenda willen overlopen en om te vermijden dat er meteen een aanval op het onderwerp komt, vragen we iedereen om even de blauwe hoed op te zetten. “Vandaag bespreken we de mogelijke investering in een aantal mountainbikes voor onze vereniging.” Niets moeilijker dan iemand die dan meteen roept: “Over mijn lijk!”.  We leggen eerst het onderwerp vast, en pas daarna gaan we in debat. Na afloop van alle gesprekken, zetten we nogmaals de blauwe hoed op om besluiten te trekken. We stoppen met het innemen van standpunten en vragen iedereen om eens te formuleren wat we nu geleerd hebben uit het gesprek. Soms komt hier een besluit uit, soms niet. Maar op zijn minst eindigt dergelijk debat in een leermoment, van waarop we weer verder kunnen.

Als je dit zo leest, dan kan het lijken alsof dit een heel artificiële en omslachtige discussiemethode is. Het is inderdaad kunstmatig maar de omslachtigheid is best beperkt. Als iemand de rol van moderator opneemt en de groep stuurt door aan te geven dat we nu even met de gele hoed op zullen discussiëren, en na enige tijd, de groep ter orde roept en vraagt een andere pet op te zetten, dan zal je vaststellen dat je een vlot, doorgaans veel aangenamer debat zult hebben, dan wanneer we klassiek debatteren met gewoon voor- en tegenstanders. De tijdswinst is minstens 30% om tot een besluit te komen. Doorgaans duurt het opzetten van één hoed niet meer dan 5 tot 10 minuten, soms minder. Een volgorde van de kleuren is er niet echt, hoewel het voor de hand ligt dat we met blauw (structuur) beginnen (agenda) en eindigen (besluit). Wel raden wij aan om de gele (positief) steeds voor de zwarte (negatief) te nemen, omdat je ze eerst alle energie van de groep kanaliseert naar een positief denkpatroon. Dit zorgt doorgaans voor een meer open houding om naderhand ook de zwarte pet op te zetten, ook bij diegenen die eigenlijk de verdedigers van een idee zijn. Deze tekst zou te uitgebreid zijn om de hele methode in detail te bespreken. Ze lijkt ook kinderlijk eenvoudig, maar de toepassing vergt toch de nodige ervaring, zelfs wat opleiding. Op het internet vind je veel nuttige informatie over deze Six Thinking Hats. Wij passen ze bijna in al onze gesprekken met klanten, debatten, analyses toe. En we leren ze doorgaans aan iedereen die deelneemt aan. We leerden de methode zelfs aan kinderen.

Waarom die kleuren? Waarom niet gewoon “positief” denken, “negatief”, “emotioneel”… Opnieuw hebben studies aangetoond dat het minder productief is als aan mensen gevraagd wordt om eens “negatief” te denken. We worden niet graag geassocieerd met een “negatief” label. Het is beter voor het gesprek om aan de groep te vragen “zet eens jullie zwarte pet op” dan te vragen “wees allemaal eens negatief”. Daarom is het gebruik van kleuren in plaats van letterlijke benamingen verstandiger.

Kan onze aanslepende regeringsvorming nu gebaat zijn bij deze methode? In theorie wel, maar een basisvoorwaarde om deze methode toe te passen, is een authentieke, welgemeende ambitie bij alle deelnemers om samen een oplossing te vinden. Als ze partijen zijn die eigenlijk een tweede agenda achter de hand houden die ze niet delen met de groep, als er fundamenteel en vooral persoonlijk wantrouwen is, dan werkt de methode bijna niet. Ik paste ze ooit toe om een persoonlijk conflict tussen twee mensen bij een klant op te lossen en kreeg het probleem niet opgelost, integendeel. De discussie werd zelfs heviger omdat men in de aanpak een bagatellisering van hun ego zag. Dus, of onze nationale partijen hiermee aan de slag kunnen, is nog de vraag. Op zijn minst heb je dan een zeer beslagen moderator nodig in deze methode, die daarenboven van iedereen het vertrouwen krijgt.  En er mag geen verborgen agenda zijn…

Terug naar het overzicht van theorie toegelicht