Innovatieplafond – Jens Pas

Er was eens een slager en die had drie zonen, Peter, Mark en John. De drie zonen schoten niet zo goed met elkaar op, in die mate dat, toen hun vader zijn slagerij aan zijn zonen overliet, deze prompt drie muren bouwden in de winkel zodat ze elk hun eigen slagerij hadden, elk zonder bemoeienis van de ander. En zo kwam het dat er plots in de straat waar vroeger ooit één slagerij was, er zich nu drie, broederlijk, nou ja broederlijk, naast elkaar bevonden.
Om zich te onderscheiden van de ander koos elk van de broers een eigen aanpak. Peter, die pakte meteen uit met de slogan “Beste prijs” waarmee hij vooral de laagste prijs bedoelde. Dat merkte de klant als hij in het uitstalraam keek. De worsten, de steaks, de achterhammen, ze waren allemaal net iets goedkoper dan bij John. John had dan ook, na het metselen van zijn scheidingsmuur, een bijkomende opleiding gevolgd en nu hing er aan zijn ingang een bordje Keurslager, waarmee John aangaf dat zijn vleeswaren niet zomaar vleeswaren waren, maar vlees van de hoogste kwaliteit, van de bovenste plank zeg maar. Alleen Mark bleef verweesd achter. Links van hem bevond zich zijn broer Peter die prijsbreker was geworden en rechts van hem John, die voor kwaliteit ging. Wat moest Mark nu doen om de klanten naar zijn winkel te lokken?
Met dit verhaaltje leid ik doorgaans het begrip “innovatieplafond” in bij onze cursus Innovatiemanagement. Als antwoord op de vraag van het verhaal “wat moet Mark nu doen?” krijg ik immers een zeer verscheiden scala aan antwoorden. Enkele voorbeelden in volgorde van populariteit:
- Beste prijs/kwaliteit (vind ik doorgaans een slechte, omdat dit typisch naar een compromissituatie verwijst)
- Levering aan huis – met een scooter de worsten rondbrengen
- Mark moet broodjes aanbieden of een traiteurdienst
- Salades aanbieden
Ik voeg daar dan aan toe: En wat dacht je van:
- Een kruidenierszaak beginnen, zodat de klanten vlees bij Peter of John kopen en al de rest bij Mark?
- Een krantenwinkel beginnen? Zomaar, om iets anders te doen met het gebouw.
- Het gebouw afbreken en een parkeerplaats aanleggen voor de klanten van Peter en John?
- Zijn deel van het gebouw verkopen (eventueel aan zijn broers) en ergens anders een slagerij beginnen?
Je merkt dat er veel uiteenlopende antwoorden mogelijk zijn voor het probleem van Mark. Als ik suggereer om een parking aan te leggen of om het gebouw te verkopen, krijg ik vaak de lachers op mijn hand of zegt iemand in het publiek dat dit geen “eerlijk” antwoord is. De vraag impliceerde immers dat het een slagerij moest blijven (wat ik helemaal niet gezegd had).
Lachen of zeggen dat de spelregels niet nageleefd worden, zijn doorgaans een teken van radicale innovatie. Iemand heeft een onbewust beperkend denkpatroon (hoe verbeter je de slagerij) doorbroken (hoe verdien ik op de beste manier mijn geld). We noemen dit “out-of-the-box” thinking. Buiten het onbewust beperkende denkkader gaan om oplossingen te vinden. In de werkelijkheid worstelt menig bedrijf met het idee om buiten zijn box te gaan. Vaak worden ideeën die zich ver van de huidige denkgrenzen van het bedrijf bevinden, als irreëel of onmogelijk beschouwd. Soms zijn ze ook echt onmogelijk. Een lift naar het ISS-ruimtestation is dan wel een out-of-the-box idee voor een spaceshuttle of raket, het is technisch (nog) niet mogelijk. Helaas gaan soms goeie basisideeën verloren, gewoon omdat ze zich buiten de denk-box bevinden. We hebben immers schrik van het nieuwe of begrijpen het niet helemaal. En zomaar in iets geloven, doen we ook al zelden.

Om het probleem van de schrik te verhelpen en om ervoor te zorgen dat men zich toch enigszins veilig kan voelen bij het denken buiten de grenzen, hebben wij het begrip “innovatieplafond” ingevoerd. We vragen, bij aanvang van een brainstormsessie of bij een debat over strategische innovatie, om vooraf en enigszins kort, het totale spectrum van mogelijke ideeën te definiëren. Om bij het voorbeeld van onze drie zonen te blijven, we vragen hoever we mogen gaan in ons denken. Moeten we ons beperken tot vlees? Mag het ook over diensten gaan? Of gaat het gewoon over geld verdienen en hoe we daar het patrimonium dat geërfd werd, voor kunnen gebruiken? Of durven we nog verder gaan en stellen we de vraag wat Mark gelukkig zou maken? Deze discussie laat toe om te elimineren. Vaak wordt dan gezegd: “voor die vragen hebben we geen mandaat van onze directie of van onze aandeelhouders”. Voorbeeld: Het kan best zijn dat de aandeelhouders van Barco gevraagd hebben om nieuwe markten te zoeken, maar plots voorstellen om zich te gooien op auto-industrie en LED-achterlichten te ontwerpen op basis van hun videowall-technologie of dashboarden voor personenwagens te maken op basis van de know-how uit gevechtsvliegtuigen, is misschien niet aan de orde. Of de vader van de drie slagerszonen kan in zijn testament geschreven hebben dat de zonen hun erfdeel verliezen als ze zouden verzaken aan het vak van slager. Die grens noemen wij het innovatieplafond. We proberen die grens te bepalen voor we echt de creatieve toer op gaan.
Het is onze ervaring dat, als we eerst die grens met onze deelnemers aan de brainstormoefening hebben bepaald, iedereen zich veel meer open stelt voor alternatieve gedachten. De sfeer is vaak ook aangenamer, we hebben immers wat afgelachen bij het zoeken naar dat plafond. Toch moet er één opmerking gemaakt worden bij dat innovatieplafond. Het plafond mag niet voor de volle 100% dichtgemetseld worden. Het mag geen plafond zijn gemaakt uit betonnen gewelven. Het plafond moet een stevige potloodlijn zijn, een gipsplatenconstructie als het ware, die verplaatst kan worden indien toch nodig. De kans bestaat immers dat we bij onze brainstormoefening tegen dat plafond aanbotsen en als gevolg van een goeie discussie ons toch even opnieuw bevragen over de grens die we onszelf opgelegd hebben. Het is dan ook goed om steeds in gedachten te houden dat we moeten kunnen uitleggen waarom we niet over het plafond heen gaan, zeker als er een concreet idee op tafel komt.
Het innovatieplafond. Voor ons is het een gevoel van veiligheid en geborgenheid voor wie out-of-the-box wilt gaan. Het is de box die zich rond de out-of-the-box bevindt.
O ja, wat heeft Mark nu, als eigenaar van de middelste slagerij, boven zijn deur gehangen? Mark schilderde op het bord boven de deur “Hoofdingang”.