Knowledge Assets – Max Boisot

In 1998 schreef Prof. Max Boisot het boek Knowledge Assets: Securing Competitive Advantage in the Information Economy. Het boek won in 2000 de Igor Ansoff Strategy Prize. Voor wie dit allemaal niets zegt, het is een meesterwerk over het onderwerp kennismanagement. Waarom dit nu voor het voetlicht brengen, zo’n 13 jaar na de publicatiedatum? Omdat Max Boisot op 7 september jongstleden op zevenenzestig jarige leeftijd aan kanker overleed. Een eerbetoon kan je dan best doen door zijn erfenis even opnieuw voor te stellen aan het publiek.
Het boek handelt over hoe we met kennis moeten omgaan en wat daar dan zo moeilijk aan is. Kennis is meer dan een procedure op een blaadje schrijven of gegevens in een databank bewaren. Aan kennis, zo geeft Boisot aan, zit een ongrijpbaar randje, de kennis die ergens in ons geheugen zweeft, of zelfs niet, die gewoon tot onze ervaring behoort. Kennispecialisten hebben het dan over Tacit Knowledge, de tegenhanger van de Explicit Knowledge, oftewel objectief neergeslagen kennis. Ook wij worden vaak met die problematiek geconfronteerd als we, in het kader van ons groeimodel (zie ons boek “de Kikker en de Oceaan”) het debat aangaan over het beheren van ervaring en beleving. En toch is het van essentieel belang voor onze huidige welvaart om beter te begrijpen wat kennis eigenlijk is. Immers, het is in de landen waar kennis zich heeft kunnen ontwikkelen, dat welvaart ontstaan is. Kennis kunnen gebruiken heeft bewezen een grotere waarde te hebben dan alleen maar te kunnen “vervaardigen” (industrie) of “oogsten” (landbouw). Met behulp van kennis is men in staat om het voorgaande te verbeteren en waardevoller te maken. Regio’s waar kennis afwezig is of slecht beheerd wordt, zijn regio’s met minder welvaart.
Boisot gebruikt als conceptueel kader de door hem gedefinieerde I-space, Information Space, om de stroom aan kennis doorheen een organisatie en haar betrokkenen te beschrijven. De I-space is een model in drie dimensies, en hiermee onderscheidt Boisot zich van de vele andere experten ter zake, die doorgaans met tweedimensionale modellen redeneren (matrices etc.). Boisot heeft het over de graad van codificering van kennis (de mate waarin structuur en coherentie is aangebracht in kennis), de graad van abstractie van kennis (is kennis veralgemeend tot toepasbaarheid in vele situaties) en de graad van verspreiding (diffusie) van kennis (in hoeverre is de kennis bekend bij een groot publiek). Binnen deze dimensies stelt Boisot voor om een sociale leercyclus te doorlopen waardoor een dynamische stroom van kennis mogelijk wordt. Boisot past dan, bij wijze van metafoor, de wetten van de thermodynamica toe op zijn leercyclus en toont op die manier aan hoe informatie, als ze abstract gemaakt wordt en gestructureerd, nuttige kennis wordt. Naarmate deze kennis dan wordt toegepast ontstaan er nieuwe ervaringen die, uiteraard, nog niet gestructureerd zijn, maar die dan wel opnieuw de sociale leercurve volgen en zich verspreiden in de organisatie.
Zoals je al uit bovenstaande korte schets van Boisot’s theorie kan afleiden, is het boek Knowledge Assets, geen boek dat je snel ter hand neemt als je op zoek bent naar een best practice die je meteen kan gebruiken. Zoals Boisot in zijn voorwoord aangeeft, zijn publicatie vraagt om analyse en reflectie. Niettemin is het meer dan aan te bevelen litteratuur voor eenieder die met kennis bezig is. En wie is dat tegenwoordig niet? Misschien ook nuttig voor onze beleidsmakers die onze regio willen stimuleren met innovatie. Het lezen van Boisot’s erfenis is veel meer dan de vaak hapklare brokken uit de algemene managementliteratuur.
Knowledge Assets werd uitgegeven bij Oxford University Press in 1998.