Nieuwsbrief over betrokkenheid en gele komkommers
Nieuwsbrief nummer 3 van dit jaar is nu beschikbaar.
Met onze gedachten over stress op het werk en emotionele betrokkenheid als redmiddel in moeilijke tijden en een nieuwe verhaal over gele komkommers.
Betrokkenheid – what else?

Ik leer uit de krant dat één op drie werknemers kampt met stressproblemen, als gevolg van het werk. Ernstige problemen die slaapverstorend zijn en uitputting veroorzaken. Het artikel meldt daarenboven, in vetjes, een overmatige emotionele betrokkenheid als eerste belangrijke oorzaak. Dit verhaal lees ik niet alleen. Ook de nieuwslezer op de radio haalt deze synthese naar voor tijdens zijn bulletin.
En zo lijkt het alsof we misschien maar best wat minder emotioneel betrokken moeten zijn, willen we stress vermijden. Wat moet ik hiermee? Ik adviseer immers ondernemingen om betrokkenheid te stimuleren.
Ik spreek het onderzoek, waar de krant over rapporteert, niet tegen. Ik maak echter graag melding van een andere vaststelling die ik haal uit eigen ervaring bij mijn klanten. Klanten, die inderdaad naar een hogere betrokkenheid streven.
Eind vorig jaar moest één van mijn klanten aan zijn medewerkers melden dat de toekomst er niet zo goed uit zag. Niet rampzalig, maar toch helemaal niet goed. Drastische besparingen waren nodig. Net omdat dit bedrijf zo’n hechte relatie met zijn medewerkers koesterde, besloot men tot de volgende actie: de vraag werd aan alle medewerkers gesteld om de directie suggesties te geven over hoe men 20% kon besparen op de operationele kosten van het bedrijf. Een ideeënbus (besparingsbus) werd bij wijze van spreken opgehangen en er werden tientallen suggesties uit alle geledingen van de onderneming verzameld. De directie ontdekte vele suggesties als ware verrassingen die ze zelf niet had kunnen bedenken. Weinig suggesties waren banaal of irrelevant. Sommige waren echt ingrijpend, en sneden zelfs in het vlees van de onderneming. Maar geen van de uitgevoerde ideeën werd tegengehouden of geboycot. Geen sociale onrust. Meer nog, men stelde de ambities nog iets hoger dan verwacht om te besparen. Een gevoel van samenhorigheid groeide. Immers, in moeilijke tijden vinden slachtoffers steun bij elkaar. In dit geval, zonder slachtoffergevoel. Gewoon het gevoel dat men schouder aan schouder stond om de zaak op te lossen. Iets heel anders dan schouder aan schouder op de barricaden te staan bij een brandend palet.
Betrokkenheid mag dan stress verhogen, het verhoogt ook de kans dat de onderneming met zijn medewerkers door de moeilijke tijd heen geraakt, zonder grote, en eigenlijk onnodige, kwetsende conflicten.
Ik hou dus vol en moedig iedereen aan om betrokken te zijn bij wat hij of zij doet. Om het met de woorden van Nespresso te zeggen: “What else?”
Tip voor sociaal overleg: Verdien het recht om te spreken
Tijdens de gesprekken willen alle betrokkenen ervoor zorgen dat hun standpunt zeker gehoord en bij voorkeur gevolgd wordt. Neem echter het risico om eerst te luisteren en de aandacht die je wenst zo te verdienen. Als je denkt hierdoor het kaas van je brood te laten nemen, dan ben je eigenlijk nog steeds meer bezig met naar jezelf te luisteren dan naar diegene die nu aan de tafel zit te spreken.
Meer tips op de facebookpagina de kracht van mogelijkheden.
Tip voor sociaal overleg: Toon belangstelling in de persoon, niet in de rol
In sociale gesprekken wordt van alle betrokkenen verwacht dat ze “hun rol” opnemen. Meer nog, we gaan zelfs met de rollen in debat en vermijden hierdoor de personen, die rollen invullen, direct aan te spreken. Hierdoor wordt het gesprek ontmenselijkt. Spreek met mensen, respectvol, zonder hen persoonlijk aan te vallen, maar spreek niet tegen rollen.
Meer tips op de facebookpagina de kracht van mogelijkheden.
Tip voor sociaal overleg: Gebruik de zes denkhoeden
Edward De Bono ontwikkelde in de jaren zeventig een methode om moeilijke debatten te voeren. Deze werden nog gebruikt om beslissingen te helpen nemen in Zuid-Afrika ten tijde van Waarheidscommissies. Ga eens kijken bij die methode en pas ze misschien toe om een evenwichtig en sereen debat te voeren. Zie ook een samenvatting bij onze theorie toegelicht.
Meer tips op de facebookpagina de kracht van mogelijkheden.
Tip voor sociaal overleg: Spreek met je vader, moeder, kinderen
Vervang in elke memo of verslag tijdens de onderhandelingen de woorden directie, vakbonden, werknemers, door “mijn vader”, “mijn moeder”, “mijn dochter of zoon, “mijn broer” of “mijn zus”. Je zal merken dat je veel meer je zinnen zal wikken en wegen vooraleer je ze neerpent of rondmailt. Er schuilt wat kracht in het emotioneel veplaatsen van je relatie tot je gesprekspartner. Het respect dat zal doorklinken in je bericht, zal de andere helpen om samen met jou te werken.
Deze tip heb ik zelf ook geleerd van Philippe Starck, toen hij ontwerper was bij Thomson.
Meer tips op de facebookpagina de kracht van mogelijkheden.
de kracht van mogelijkheden – moedig hen aan tot constructief debat
Vele bedrijven staan vandaag voor de moeilijke taak om pijnlijke herstructuringen door te voeren. Deze zullen doorgaans gepaard gaan met uitgebreid sociaal overleg. Dit overleg, hoe goed georganiseerd en gereguleerd ook, is zeer moeilijk zowel qua te verzoenen feiten als qua te respecteren emoties. De kans dat de gesprekken ontsporen is reeël en dat hebben we eerder gezien
We hebben een facebookpagina “De kracht van mogelijkheden” opgestart om tips en ideeën te verzamelen die alle sociale partners, directies, bonden, aandeelhouders, overheid, sectorvertegenwoordigers kunnen helpen bij het dragen van deze zware verantwoordelijkheid. Tips en ideeën, concreet of vooral aanmoedigend.
We vragen iedereen om zijn idee op dit forum te posten. Negatieve opmerkingen over alle betrokkenen zijn niet welkom. Deze helpen ons niet vooruit. Filosofische beschouwingen over hoe we een beter economisch model kunnen maken voor de toekomst zijn op dit ogenblik evenmin wenselijk. Wel ideeën om alle betrokkenen nu vooruit te helpen, aan te moedigen en vooral te zeggen om het geloof in elkaar en in het sociaal overleg niet te verliezen zodat iedereen kan rekenen op de meest rechtvaardige, sociale besluiten die mogelijk zijn.
Terzake interview Bekaert bemoeilijkt sociaal overleg. Waarom is dit nodig?
Deze avond was Bert De Graeve, CEO van de staalfabrikant Bekaert, te gast in Terzake op Canvas om toelichting te geven bij de aangekondigde herstructurering van zijn bedrijf waarbij 606 arbeidsplaatsen op de tocht staan.
Ik aanschouw het gesprek en kan mij niet van de indruk ontdoen dat de vraagstelling eenzijdig is en vertrekt vanuit de veronderstelling dat opnieuw een multinational zich letterlijk asociaal opstelt en uitsluitend kiest voor de economische doelstelling van haar managers en aandeelhouders. Werknemers, 606 nummers, op straat. Bert De Graeve wordt als het ware aan een kruisverhoor onderworpen. Kritische journalistiek is nodig maar dit gesprek is hier geen voorbeeld van. Een essentiële passage uit een eerder overeengekomen CAO wordt geciteerd, zonder vermelding van de daaropvolgende passage die het gehele akkoord met de overeenkomen nuances beschrijft. De vraag wordt gesteld of Bert De Graeve van plan is het eerder verkregen Vlaamse subsidiegeld, 16mioEUR, terug te geven? En dit, terwijl de kwestie nog niet aan de orde is of de verkregen subsidies niet correct werden aangewend. Tot tweemaal toe probeert de CEO aan te geven hoe er met investeringen is en wordt omgesprongen in zijn bedrijf. Daarbij probeert de directeur te vermijden de indruk te wekken dat hij halsstarrig de centen zou willen houden. Eveneens merk ik dat elke poging om de zaken rooskleuriger voor te stellen dan ze zijn, wordt vermeden. En toch komt de vraag op banale wijze terug: “Gaat u het geld terug geven?” Je zou haast vermoeden dat De Graeve het geld persoonlijk moet terug geven. De directeur antwoordt dan ook heel eenvoudig op deze kinderlijke vraag: “als zou blijken dat dit nodig is, gebeurt dit uiteraard”.
Ik werk meer dan tien jaar met CEO’s en directeurs. Ik probeer hen te adviseren om te geloven in de kracht van hun mensen. Mensen die meer zijn dan Human Resources, maar mensen die met hart en ziel voor de onderneming willen gaan. Ik ken het dossier Bekaert niet en ik ken dhr. De Graeve niet persoonlijk vanuit een samenwerking (anders zou ik trouwens dit artikel niet kunnen schrijven). Maar ik heb ondertussen voldoende ervaring om een indruk op te maken over iemand door zijn gedrag, zijn taal, zijn woordkeuze, zijn blik te observeren. Wat ik las in de antwoorden van dhr. De Graeve was ernst, bezorgdheid, verantwoordelijkheid. Verdiepende vragen leken mij dan ook meer gepast. Ik vond het persoonlijk zelfs moedig om bij aanvang van het overleg over de herstructurering, dat nu nog moet starten, naar de studio te komen. Het leek me dan ook een verstandige manier om ook langs deze weg te spreken met de meekijkende Bekaertmedewerker. HD beeld en geluid zijn immers veel rijker dan een memo op de prikborden. Jammer dat het medium dit niet hielp gebeuren.
Niettemin is deze tekst geen aanklacht tegen Terzake, dat is nu niet relevant. Belangrijker is uit te kijken naar wat nu volgt. Ik hoop dat deze grote herstructurering een voorbeeld mag zijn van hoe het wel kan. Of de aangekondigde intentie van de directie nu de juiste is of niet, laat ik hier in het midden. Maar op basis van wat ik zag, leef ik in de verwachting dat een ernstig management ook ernstige medewerkers heeft, en even ernstige vakbondsafgevaardigden. Ik durf veronderstellen dat hier misschien wel mature relaties liggen tussen vakbonden en directie en dat ze samen de best mogelijke oplossing zullen vinden. Mature relaties, waarin niet alleen plaats is voor de objectieve cijfers, maar ook voor het subjectief gevoel van machteloosheid en verdriet in dit debat. Aan alle betrokkenen, goede moed in het vinden van rechtvaardige besluiten.
Investeer niet in mensen

Ik hoor kersverse ministers vandaag zeggen dat we langer moeten werken. Dat bedrijven meer moeten investeren in hun werknemers. Om ze zo langer aan het werk te kunnen houden door hen, in functie van hun leeftijd, een aangepaste job te kunnen aanbieden. “We zullen ondernemingen verplichten om meer te investeren in hun mensen”, hoor ik een beleidsverantwoordelijke zeggen.
Dit discours is het onze. Wij zijn al meer dan tien jaar met dit vraagstuk bezig. Hoe je organisaties kan overtuigen om de talenten van hun medewerkers – wij spreken liever over medewerkers dan werknemers – echt ten volle te laten ontplooien. Er is één ervaring die ik dan ook zeer graag met u deel: het verplichten van het investeren in meer vorming voor de medewerkers werkt niet en is zelfs niet wenselijk.
Om te beginnen worden ondernemingen niet graag tot iets verplicht. Niemand trouwens. Een verplichting leidt in eerste instantie tot een oppositie, een gevecht. In de sociale en fiscale arena ziet dit gevecht er eerder uit als een achtervolging, waarbij de werkgever, ik noem hem even Jerry, hij die de economie probeert te maken, vooruit holt en zoekt naar de poortjes om de verplichting te omzeilen, achtervolgd door een overheid, die zoals de kat Tom, overal tegenaan botst en doorgaans het onderspit delft.
Als verplichtingen niet helpen, dan probeert men te stimuleren door fiscale gunsten te verzinnen. Deze werken wel, tenminste, vele ondernemingen slagen erin om het fiscale voordeel binnen te rijven, maar het verhoopte effect op, in dit geval, de opleiding van medewerkers, is er vaak niet. Immers, Jerry zoekt naar dezelfde poortjes, dit keer niet om te ontsnappen, maar wel om bij de begeerde pasteitjes te komen.
Investeren in medewerkers vraagt om overtuiging. De overtuiging dat je als onderneming de verantwoordelijkheid hebt om je medewerkers te helpen bij hun ontplooiing. Ik verklaar me nader. In medewerkers investeer je niet. In mensen investeer je niet. Het getuigt van een zeer beperkte visie op de samenleving om je medemens als een investeringsgoed te zien, waar je iets aan geeft, in de veronderstelling er iets voor terug te krijgen. Het is één van de denkfouten die we maken in een arbeidsrelatie. Net omdat we een verloning toekennen aan een medewerker om er de uitvoering van een taak voor terug te krijgen, denken we dat die medewerker een transformator is die geld omzet in een product en na verkoop hiervan, in meer geld. Dat is zo voor die transactie. Maar een arbeidsrelatie is veel meer dan een afspraak over werk en loon. Een arbeidsrelatie is wat het woord zegt. Het is een relatie die zich ontwikkelt naarmate men samenwerkt. Ze begint bij het uitvoeren van een taak en evolueert naar een samenspel waarin de mens, zijn ervaring, zijn appreciatie en zijn gevoel meespelen. En daarin investeer je niet. Een relatie koester je. Wie vandaag in zijn kinderen en/of partner via quality time investeert, weet wat ik bedoel. Dat is je reinste onzin, waarmee je geen menselijke relaties met bouwt. Je gelooft in je kinderen, in je partner en je voelt je bezorgd en verantwoordelijk voor jouw aandeel in die complexe relatie. Wie zich niet verantwoordelijk voelt, ziet zijn relatie naar de haaien gaan.
Het komt er dus op aan om verantwoordelijkheidszin te ontwikkelen. Misschien zelfs een nieuw bewustzijn over zaken doen. Het bewustzijn dat, zelfs een economische context, echt veel meer is dan de centen waarmee we deze uitdrukken.
Uit ervaring kan ik zeggen dat bij die klanten, die overtuigd waren van de menselijk waarde van hun medewerkers, het werkt. Daar lijken de jobs voor arbeidsevolutie precies voor het grijpen te liggen. Bij alle anderen, die in hun mensen investeren, vaak via mooie affiches en slogans, werkt het niet, integendeel.
Symposium: Strategisch vooruitblikken in woelige tijden
Een uitnodiging van Jeroen Vanlerberghe, Allanta
We keken toch met enige schrik naar de jaarwissel, maar zoals we eigenlijk hadden moeten weten, 1 januari kwam gewoon zoals alle 1 januari’s. We toostten en wensten elkaar het allerbeste toe, vooral een goede gezondheid, want dat is toch het belangrijkste – wordt er dan altijd bij gezegd. En toch zweeft daar ergens achter in ons bewustzijn het beeld van Europa, de Euro, de bankencrisis, de economie. Hoe zullen we het er vanaf brengen…?
Hoewel het verleden geen zekerheid biedt, leert een korte terugblik dat wij, de mens, altijd een oplossing bedacht hebben. Dat is namelijk onze sterkte, ons verschil. Van alle soorten, zijn wij de meest creatieve. Een koe kan geen beschaving bouwen. Wij wel. En dat is op zijn minst een inspirerende gedachte. Er zijn mogelijkheden, zoals er altijd al geweest zijn.
Op 29 februari 2012 willen we dit beklemtonen met een symposium in Hotel Serwir in Sint-Niklaas waar Jens Pas, lezingenmaker pur sang en voorzitter van dit event, u warm maakt voor het potentieel dat 2012 in zich heeft. Hierbij nodigt hij twee eminente sprekers uit om elk vanuit hun wereld, hun mogelijkheden met u te delen.
Koen Schoors, Professor Economie aan de UGent, brengt gedurfd de mogelijkheden van de euro voor het voetlicht en overloopt met u de impact en de mogelijke repercussies voor KMO’s. Prof. Schoors kent u wellicht als vaak gevraagd deskundige in de media in deze woelige tijden.
Hendrik Van Landeghem is deskundige op het gebied van logistieke systemen en hun toepassing in de bedrijfsprocessen. Door zijn ervaring in het bedrijfsleven, ideaal geplaatst om een brug te slaan tussen de academische Lean-concepten en de praktijk, brengt hij in een benchmarkcontext een introspectie en de ontegensprekelijke uitdagingen voor KMO’s in 2012.
Daarna zal Jens Pas, vanuit zijn comparatief filosofische achtergrond, u uitnodigen tot het debat via enkele vragen. Hij stelt er u nu reeds één. Een opwarmertje: als u met ons op een eindejaarsreceptie staat in december 2012, wat zal u mij vertellen als u zegt dat 2012 een goed, neen, een schitterend jaar was? Beeld u dit in. Wat zal er dan gebeurd zijn? U heeft nu al enkele mogelijkheden van het komende jaar ontdekt.
Aarzel niet en schrijf u in op www.allanta.be, de plaatsen zijn immers beperkt. We hopen u persoonlijk te mogen begroeten op dit unieke symposium om met een open blik en volle moed het jaar 2012 hoopvol verder te zetten.
De storm van 2012

2012 kondigt zich aan als een moeilijk jaar. Niet dat ik het reeds weet. Ik heb het, zoals de meesten onder u, ook van horen zeggen. Iedereen heeft er de mond vol van. Over hoe de macro-economische problemen hun directe weerslag zouden hebben op de werkgelegenheid en op uw en mijn portemonnee. Ik zag op het Journaal van zeven uur nochtans hoe de consument breed lachend zijn beurs gul bovenhaalde om die toch niet te missen afgeprijsde kledingstukken in huis te halen. Elke geïnterviewde gaf blijk van intens koopgeluk. Geld dat kon gemist worden. Zou de reportage tendentieus geweest zijn en zou de man in de straat aandachtig gecast zijn, met als doel ons vertrouwen te geven in de toekomst? Ik denk het niet. De solden zijn de solden, crisis of niet.
Wat er ook van zij, op de werkvloer zal de sfeer wellicht anders zijn. Daar laat het massa-pessimisme zich wel voelen. Vallen de cijfers wat tegen het eerste kwartaal, de crisis zal de schuldige zijn. Ligt de werkdruk nog wat hoger, de crisis verhindert aanwervingen. Hoe hou je dan je medewerkers gemotiveerd in tijden die zich neerslachtig uitdrukken? Eind vorig jaar organiseerde ik hierover een voordracht, op basis van ons lopend onderzoek naar samenwerking. Ik deel graag één middel met u dat met kop en schouders boven alle motivatietechnieken uitsteekt: eerlijkheid. Meer bepaald, eerlijkheid in de boodschap die een onderneming aan zijn medewerkers meegeeft.
Geloven uw medewerkers echt wat de managementboodschap vertelt? Zonder twijfel, zonder relativering, zonder uitzondering, zonder “maar”? Of hebben we al te veel verschillende boodschappen verspreid, visies en inzichten aangekondigd, die we uiteindelijk toch niet echt volgden? Hebben we in het verleden memo’s verspreid, waar we zelf het toonbeeld niet van waren? Er schiet me plots het beeld door mijn hoofd van parlementairen die iedereen de harde pensioenpil laten slikken, zonder zelf de pil te durven innemen. Een apotheker die zijn eigen pillen niet vertrouwt?
Wees eerlijk in uw managementboodschap. En zeg het niet alleen, maar geef het voorbeeld. Het vergt moed en echt leiderschap, van het soort dat we vandaag maar weinig zien. Maar als u wilt dat uw medewerkers u gemotiveerd bijstaan in de verwachte storm van 2012, dan is dat wat er moet gebeuren. En niets anders.
Wat 2012 alvast brengt: vernieuwd innovatie-seminarie

Wil u 2012 graag starten met nieuwe energie en fascinerende toekomstperspectieven, dan komen we graag ons nieuwste Innovatie-seminarie “Innovatief: dat ben je, dat doe je niet” aan u voorstellen. Dit seminarie wordt inhouse en op maat van uw onderneming aangeboden.
2011 was voor ons een jaar waarin we terugblikten op 10 jaar werken rond Innovatie. Om de volgende 10 jaar in te gaan, hebben we al onze workshops van de afgelopen 10 jaar grondig doorgelicht. Resultaat is dat we nu een up-to-date Innovatie-seminarie uitgewerkt hebben met daarin zowel de klassieke technieken alsook de nieuwste inzichten over innovatie en creativiteit.
Zoals u van ons mag verwachten, borgen we opnieuw onze kwaliteit door inhoudelijk te steunen op degelijk en bewezen onderzoek en door in onze afwerking de perfectie na te streven.
Een kort overzicht van de inhoud van dit Innovatie-seminarie:
- Innovatie: vernieuwen maar met waardecreatie.
- Passie & Geloven
- Strategisch Innoveren
- Praktische Innovatie
- Open Innovatie & Samenwerken
- Een inleiding
-
Hoe managementmethodes op innovatie moeten afgestemd worden
-
Bewezen denkmodellen om systematisch op strategisch niveau te innoveren bv Blue Ocean Strategy
-
Een bloemlezing uit de rijke bibliotheek aan creativiteits- en brainstormingtechnieken
-
Open samenwerking tussen collega’s, klanten, leveranciers op basis van vertrouwen
Praktisch
Duur: een halve dag (2 blokken van 1,5u en een pauze tussenin).
Voor geïnteresseerden die dieper willen ingaan op deze materie is dit seminarie ook beschikbaar als een Masterclass van 2 volledige dagen (4 modules van elk 3 u, in overleg naar wens te plannen).
Aantal deelnemers: onbeperkt (adviesgrootte: 10 – 20 deelnemers)
Het seminarie bevat een grondige uiteenzetting van de aangebrachte theorieën, vele voorbeelden en oefeningen. We bieden onze opleidingen ook in 2012 nog steeds inhouse en volledig op maat van uw bedrijf aan.
Graag meer informatie? Contacteer ons op linda@jenspas.be.
Wensen

2011 zit er al weer bijna op en 2012 staat voor de deur.
We willen samen met u het afgelopen jaar in schoonheid afsluiten, zoals u dat van ons gewend bent, met een passend verhaaltje.
We wensen u en al wie u dierbaar is zeer gezellige feestdagen en een mooie start van een sprankelend nieuw jaar.
Met warme groeten,
Jens & Linda
Wensen
Ik wens u eveneens een zeer fijn eindejaar toe.
Dank voor de goede zorgen afgelopen jaar en ook onze wensen voor een nieuw en gelukkig jaar.
Heel erg bedankt om onze Kobe te leren zingen en gelukkig nieuwjaar.
Geniet een verdiende vakantie en beste wensen.
Lieve Juf, jij ook een rustgevend en fijn eindejaar toegewenst.
Lies zal alvast zingen deze kerstavond. Bedankt hiervoor!
Ook een gelukkig nieuwjaar.
Bedankt!
Haar anders zo koude beeldscherm, werd gevuld met een niet-aflatende stroom van warme berichten, één enkel automatisch antwoord niet te na gesproken. Allemaal antwoorden op haar nochtans korte en vooral mededelende boodschap over de eindejaarsregeling van haar klas en de praktische afspraken voor het kerstconcertje dat haar leerlingen zouden geven. Ze had haar e-mail afgesloten met een korte persoonlijke kerstwens aan alle geadresseerde ouders van de kinderen in haar klas. En dit was het gevolg.
Vreemd toch, dat we dit als een verrassing zien. Het is zo fijn om eens “merci” te horen, zelfs, of eerder vooral, als het gaat over iets gewoons, iets wat we eigenlijk verwacht worden om te doen, geen uitzonderlijke inspanning. Gewoon doen wat we moeten doen en daarvoor toch nog bedankt worden.
De kerstvakantie kon alvast met een fijn gevoel beginnen.
A vision of students today
Een boeiend filmpje over wat eigen is aan studenten van vandaag door studenten van vandaag. Over hoe ze leren, wat ze (moeten) leren, waarvan ze dromen, hoe hun leven eruit zal zien, welke veranderingen ze zullen meemaken in hun leven.
Gemaakt door Michael Wesch in samenwerking met 200 studenten van de Kansas State University.
Ons netwerk: Ben Decock – een man met een inspirerend verhaal
In tijden waarin sociale en professionele netwerken welig tieren, brengen we graag af en toe één contact kort onder de aandacht. Dit kan het gevolg zijn een van een actualiteit of gewoon omdat we u graag aan deze mensen hadden voorgesteld.

“Heb je pickles in je koelkast staan?”vraagt hij mij. Ik moet even nadenken en besluiten dat ik geen bokaal pickles in de koelkast heb. Vroeger wel, en zeker toen ik nog thuis bij mijn ouders woonde. “Heb je mayonaise in je koelkast staan?”, vraagt hij opnieuw. Alsof het evident is antwoord ik: “Natuurlijk”.
“Dat is mijn opportuniteit”, gaat hij verder, “ik heb de ambitie om de pickles terug een evidente aanwezigheid te geven in elke Vlaamse koelkast.” “En daarbuiten”, voegt hij er aan toe.
Hij is Ben. Ben Decock. Ben Decock maakt pickles. En mosterd. Artisanaal, in Ronse. Camp’s heet het merk en het bedrijf. Camp’s Preserves bvba. Nochtans is Ben niet de zoon van meneer Camp, een pickles- of mosterdmaker. Ben was tot voor kort marktonderzoeker en adviseur rond consumentengedrag. Ben & Compagnie. Gekend in de marketingwereld. Ik ken Ben van toen hij nog nadacht en adviseerde, wellicht ook over pickles, maar er nog geen maakte.
Ben heeft zijn adviseursrol, zijn kennisjob, ingeruild voor een kleine pickles- en mosterdfabriek daar waar de Vlaamse Ardennen een beetje Franstalig worden. Overgenomen van de broers Van Camp. Ik ontmoet hem in zijn nieuwe rol, in een pand, zo oud dat het terug charmant is. Ik zit midden in een opname van Man bijt hond, zo lijkt het bijna. De kleurrijke kanten van ons Vlaamse landschap. Ben draagt een bevlekte witte kiel en klompen. Hij leert mosterd maken. Ben is dus niet zomaar een marketingboy, die in een eerste leven goed heeft geboerd en het nu wat rustiger aanpakt als zaakvoerder in maatpak van een bedrijfje. Ben wil zelf het product leren maken, erin zitten. Weg van de marketing, terug naar de essentie. Hoewel ik op zijn bureau nieuwe potjes zie staan en proefdrukken van nieuwe etiketten. Toch nog altijd een beetje verpakking.
Het is een mooi verhaal, inspirerend. Van een man met kennis van zaken, met een brede kijk op de wereld – ik leerde Ben vooral kennen in kamers waar bedrijfsleiders eerder in een filosofische context samenkomen en netwerken. Ben is ook zo’n filosoof, selfmade met een originele visie. Hij schreef hierover een boek “A Clockwork Blues”. Ik heb exemplaar 495, persoonlijk genummerd. Nu schrijft Ben een nieuw verhaal. Over authenticiteit, over hoe ondernemen in een mondiale wereld met eenvoudige producten nog altijd kan. Over goesting en veerkracht. Wie met Ben aan tafel zit, wordt geïnspireerd. Hij heeft nieuwe boeiende verhalen. Over hoe hij met een Macbook en Iphone op zijn eerste werkdag toekwam, waarna de vorige uitbater hem meenam naar de dichtstbijzijnde winkel om er een typemachine te kopen. Geen computers, maar bestelbonnen en facturen met carbonpapier. Het zal nog even duren vooraleer dat verandert. Eerst mosterd leren maken. Ben’s nieuwe oude fabriek zou de ideale setting zijn om menig team uit de grote stad te laten builden. Maar dat zou de charme van de fabriek wellicht bederven. En de typische geur van mosterd en pickles verdrijven. Koesteren moet je dat doen.
Maar toch. Als u eens op zoek gaat naar inspiratie, als u het even niet meer weet, ga naar de supermarkt en koop u een potje pickles. Jeroen Meus zal je zeker aan een recept kunnen helpen. Ga daarna naar Ben er vertel hem wat je van zijn pickles vindt. Ik beloof u een boeiende ontmoeting. En zo zal er toch overal een potje naast de mayonaise staan.
Ben, veel succes met de pickles. Ik heb alvast een pot in de koelkast staan.