De lichtmeridiaan: 6. Mutaties
30/07/2016

lichtreizigers

We hebben ons doel bereikt. Mijn zoon is gevonden. Of eerder, we hebben gewoon de plek bereikt waar hij op vakantie was. We wisten waar hij was. Maar vinden klinkt wat avontuurlijker dan bereiken. Vanaf vandaag prijken er dus drie lichtreizigers op de foto’s die onze reis documenteren. Zoals dat gaat bij familiefoto’s, is het eerste wat de achterban doet bij het bekijken van onze beelden, zoeken naar gelijkenissen. Lijken ze op elkaar? Kan je het eraan zien dat het grootvader, vader en zoon is? Wat hebben ze gemeen behalve hun familienaam?  Het zijn de klassieke vragen die al gesteld worden bij het eerste kiekje dat van je genomen wordt. Baby’s hebben amper de vouwen uit hun dubbel geplooid lichaam kunnen strijken of er wordt al gekeken welke erfelijke kenmerken er zichtbaar zijn.

Op latere leeftijd worden dan de stemmen vergeleken – ik dacht dat ik je vader hoorde toen je de telefoon opnam – eventueel neuzen, en uiteindelijk ook karaktertrekken. Reageren ze op dezelfde wijze op dezelfde dingen of heeft de nieuwe generatie de eventuele zwakke plekken van de oudere generatie overwonnen? Bij een baby zijn de eventuele gelijkenissen ontegensprekelijk natuurlijk. Bij de tieners heeft de opvoeding reeds zijn werk gedaan. Elke familie heeft zijn gebruiken en waarden. Deze gebruiken en de waarden worden overgedragen van de ene generatie op de andere. Zoals de juwelen die van grootmoeder, naar moeder en daarna naar de dochter overgedragen worden.

Anders dan bij juwelen veranderen de gebruiken en waarden bij elke overdracht. Daar waar juwelen bij voorkeur in hun oorspronkelijke staat bewaard en zelfs gedragen worden, dagen de nieuwe generaties steeds de waarden van de vorige generatie uit. Ze passen ze zelfs aan. We noemen dit het generatieconflict. Het is interessant om op te merken dat we dit een conflict noemen. De verandering wordt als een probleem, een tegen-stelling gezien. Terwijl het eigenlijk om een natuurlijke evolutie gaat. Een mutatie noemt de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco het. Barrico schreef voor de Italiaanse krant La Stampa een reeks artikelen over de verandering van normen, waarden en denken in onze samenleving. Zijn gedachten werden gebundeld in het boek ‘De Barbaren’, waarmee hij met een knipoog verwijst naar die nieuwe generatie die als barbaren te keer gaan tegen de cultuur die de vorige generatie heeft opgebouwd.

Op onze reis zitten drie generaties samen op pakweg zes vierkante meter. We reizen met een camper door Frankrijk. Mijn vader moet om kunnen met mijn manier van leven, en dat moet hij al vijftig jaar lang, en ik met deze van mijn zoon al zeventien jaar lang. Als ik het niet eens ben met een stelling of houding van mijn zoon, dan kan ik te rade gaan bij mijn vader, hij zit immers gemakkelijk  bereikbaar binnen die zes vierkante meter. Het probleem is dat zijn oplossingen om met mij om te kunnen gaan niet deze zomaar overdraagbaar zijn naar de “conflicten” die ik moet oplossen met mijn zoon. Ik noem het trouwens liever geen conflicten. Het gaat om ontdekken van mutatie en daar niet als een dodo op te reageren. De overgang van vis naar amfibie en van amfibie naar zoogdier, heeft andere uitdagingen waarvan de aanpak om ze op lossen verschilt per generatie.

Als we de evolutie van onze samnleving een mutatie noemen, dan volgt hieruit dat het begrijpen van onze eigen geschiedenis onvoldoende is om de problemen van vandaag aan te pakken. Het verleden geeft geen zekerheid, meer nog, de waarde van het verleden wordt overschat. Er zijn voldoende theologen opgeleid in alle godsdiensten, maar geen van hen kan het conflict dat zich vandaag laat duiden als een problematiek met moslimextremisme, met hun kennis oplossen. Anders waren er zoveel doden niet gevallen. Het kennen van de betekenis, vaak multi-interpretatief, van de Bijbel, de Koran of de Thora, helpt niet. De moderne moslim, extremist of niet, benadert zijn levensbeschouwing anders dan de vorige generatie, ook al beweren vooral deze laatsten daarenboven dat ze naar de oorspronkelijke leer willen terug gaan. Elke geloofsovertuiging werd al geconfronteerd met een poging tot het terugkeren naar de zogenoemde oorspronkelijke leer. Zoogdieren zullen  echter niet opnieuw vissen worden als het water aan hun lippen gaat staat. Ze zullen verdrinken en andere specimen zullen hun plaats innemen. Het zullen geen vissen zijn. Eventueel vissen versie 2. Maar die hebben misschien geen schubben en geen kieuwen. Wie weet.

Wil ik met mijn zoon in harmonie leven dan zal het er vooral op aan komen dat ik voeling hou met hem, meer nog dan hem begrijpen. Ik kan immers uit eerste hand vertellen dat zodra ik aanvoel dat mijn vader met mij om kan, elke spanning verdwijnt. Aanvoelen is iets helemaal anders dan begrijpen. Ik merk opnieuw uit eerste hand dat als ik begrip toon voor mijn zoon maar mij toch afkeer van zijn gedrag. Mijn begripvolle houding niet op applaus wordt onthaald, integendeel. Het aanvoelen ontbreekt. Ik gebruik teveel mijn verstand maar toon te weinig empathie.

Het is tot slot één ding om dit hier allemaal te schrijven, het is iets helemaal anders om het te doen. Ook al hebben wij het geluk dat de mutaties onze familie niet verscheuren, toch loopt het wel eens mis. De schade die dit dan teweeg brengt is zeer beperkt van aard. Ik twijfel er niet aan dat de leiders die vandaag hun hoofd breken over het probleem waar onze wereld mee worstelt, dit allemaal ook niet weten. Ik denk wel dat ze dezelfde fouten maken als deze die ze maken om met het gedrag van hun zoon of dochter om te kunnen, hoe voorbeeldig ze wellicht ook zijn. Als zij eens een fout maken, dan zijn gevolgen evenwel veel groter. Alle vaders zijn uiteindelijk dezelfde vaders en alle moeders ook.

De versie voor Katrien

Mama was boos. Sarah had haar kamer niet opgeruimd zoals ze het geleerd had. Na het spelen met één spel, ruim je het eerst op vooraleer je een ander spel uit de kast haalt. Dat was de afspraak. Zo niet, dan wordt het één grote rommelboel en geraken al die kleine dingetjes van het ene spel door elkaar gemengd met de kleine dingentjes van het andere spel. Dan komt het nooit meer goed.

Sarah was ook boos. Ze zat met haar handen gekruist over haar buik onder de tafel. Dat deed ze vaak als ze niet akkoord ging met wat mama zei. Een diepe frons in haar voorhoofd. Hoe mama het ook probeerde uit te leggen, Sarah wou niet luisteren. Ze was nuddig. Al een half uur. Nuddig was een Sarah-woordje en het betekent nukkig. Sarah’s beste vriend Kareltje was vaak nuddig ’s morgens op de speelplaats. Als Sarah ’s ochtends opgewekt naar haar vriendje holde, dan kreeg ze wel meer dan eens een grom toegegooid. Kareltje wou dan niet praten. De mama van Sarah had  gezegd dat dit nukkig was. Het hoorde bij het ochtendhumeur van Kareltje. Een beetje zoals papa die ’s ochtends aan het ontbijt graag in stilte zijn boterham op at en eens door de krant bladerde. Dan moest Sarah haar plannen voor de komende dag niet uitleggen. Dat had de mama aan Sarah geleerd. Het was moeilijk om die les te onthouden.

De mama van Sarah bedacht dat als zij vroeger ruzie had met haar mama, de oma van Sarah, ze in de kelder moest gaan zitten. In het donker. Bijvoorbeeld als ze haar bord met spruitjes niet wou opeten. Dan vloog ze helemaal naar beneden. Oma kwam dan kijken en als het bord leeg was dan mocht mama weer naar boven komen. Het bord was altijd leeg. Oma vroeg aan de mama van Sarha of spruitjes misschien lekkerder waren in de kelder dan in de keuken. Maar wat Oma niet wist, is dat de mama van Sarah al haar spruitjes één voor één in de lege flesjes bier stak die in de kelder stonden.

Sarah moest nooit naar de kelder. Gelukkig maar, want Sarah had heel veel schrik in het donker. En dus zat Sarah onder de tafel met haar handen gekruist over haar buik en haar diepe frons in haar voorhoofd. Het was gewoon niet eerlijk! Mama begreep het niet! Sarah wou met haar plasticine mooie meubeltjes maken voor haar poppen. Een stoel voor de eekhoorn en een tafel. En een heel mooi huisje waar de poortwachter in op wacht kon staan. Dus had ze wel én de poppen én de doos met plasticine nodig.

Maar mama wist niet hoe het moest, want mama had nooit plasticine gehad. En dus zat Sarah  onder de tafel met haar handen gekruist over haar buik en een diep frons in het voorhoofd.