De lichtmeridiaan: 5. Longitude
29/07/2016

tempel

De lengtegraad 3°7’45” staat centraal in ons verhaal. Zowel de bedenkers van de Lichtmeridiaan als wij verkondingen dat de lengtegraad mensenlevens kan redden. We waren evenwel niet de eersten die tot deze conclusie kwamen. De lengtegraad heeft reeds vele levens gered, maar vooraleer het zover kwam, vielen, zoals dat vaak het geval is, veel doden. In 1714, na een ramp met de Engelse Vloot nabij de Scilly eilanden,  vaardigde het Britse parlement de Longitude Act uit en stelde een Board of Longitude samen, een bestuur dat het probleem van de lengtegraad moest oplossen.

Het probleem van de lengtegraad gaat over het kunnen bepalen van je eigen positie op zee. Wie met een schip de wereld wil bevaren (lees: veroveren voor de meeste imperialistische landen, zoals ook het Britse Koninkrijk), die kan maar best zijn plaats op zee kennen. Een foutieve inschatting kan als snel de hongerdood van de bemanningsleden van een vloot veroorzaken of ervoor zorgen dat ze op de klippen varen, zoals gebeurde bij het drama van de Scilly eilanden. Tijdens onze reis volstond het dat ik een foto nam van de plaats waar ik ons lichtbaken in de grond plantte, om dan te kijken wat mijn smartphone me vertelde over mijn positie. In 1714 waren er geen smartphones. Meer nog, in 1714 kon je geen nauwkeurige klok aan boord van een schip vinden. Het gestamp en gerol van het schip verstoorde immers de mechanische slingerbewegingen die een klok nodig heeft om te functioneren. En enkele seconden voor- of achterlopen kon betekenen dat je met je schip de kusten van een continent niet vond en je dus geen avondeten had. Het lengtegraad-verhaal wordt uiteengezet in een prachtige, weliswaar geromantiseerde film, Longitude (2000). Maar zoals u al weet vanuit het eerste verhaal, de romantici winnen bij mij altijd het pleit. Dus ik hou van de film. Ik heb ze zelf mee op mijn laptop op deze reis. Of dit niet genoeg is, de hoofdrollen zijn in deze film toebedeeld aan Jeremy Irons en Michael Gambon. Kijken dus, naar Longitude! Ik gaf de film heel vaak cadeau aan klanten en relaties. Ik heb dus wel wat met lengtegraden. Maar dat kon u al vermoeden.

Ons lengtegraadprobleem is uiteraard niet van zo’n praktische aard als het vraagstuk om te kunnen navigeren. Maar we hopen dat onze lengtegraad, eigenlijk die van Blankenberge, Roeselare en Palamos, ook levens gaat redden. Dus ergens is er toch een gelijkenis.

Onder het verhaal van de lengtegraad zit echter een addertje verborgen. Heeft u zich al afgevraagd waarom wij op 3°7’45” reizen? Uiteraard omdat Muze’um L op die meridiaan ligt. Maar waarom ligt Muze’um L net op een lengtegraad met deze waarde? Het antwoord vinden we in Greenwich, nabij Londen. Greenwich ligt op de lengtegraad 0°. Of eerder, de lengtegraad die door Greenwich loopt heeft men de waarde 0° gegeven. Het nulpunt. Elk assenstelsel heeft immers een nulpunt nodig en in dit geval is dit Greenwich. Een cadeautje van het imperialistisch gedrag van onze Britse vrienden. Maar dit thema snijden we nu niet aan. Waar het mij om gaat, is dat nulpunt.

Een nulpunt helpt om te meten. Een nulpunt is een houvast. Een nulpunt is hèt houvast. Zonder nulpunt zijn we niets. Dat Greenwich nul heeft gekregen is louter omdat de Britten de grootste mond hadden. Wie het nulpunt heeft, kan immers makkelijker rekenen. Je moet nooit iets bijtellen. Wie het nulpunt bezit, heerst over de wereld. Kijk naar de wereldkaart waarmee u bent opgevoed in uw kindertijd. Greenwich ligt netjes in het midden van de kaart, en bij uitbreiding heel Europa. Al de rest wordt naar de rand verwezen.

Koop eens een wereldkaart in China en je zal zien dat men daar China al eens in het midden durft zetten. Dat is immers gemakkelijker om de kinderen daarginds les te geven over China. Anders zit je heel de les op dat randje van die kaart te klungelen. Maar voor een westerling voelt die kaart vaak verkeerd aan. Alsof een bol, wat een wereldkaart moet voorstellen, een midden kan hebben.

Een nulpunt bepaalt dus onze visie op de wereld.  Wij zijn het nulpunt. Wij zijn de referentie. Wat ooit onschuldig begon als een oplossing om snel te kunnen rekenen, is verworden tot een superioriteitsgevoel waar we nu de prijs voor betalen. Het is immers niet prettig voor al die anderen om altijd op de rand van de familiefoto te moeten staan. Het ergste is dat wij het ons amper bewust zijn. Dat gaat zo met referentiekaders. Herinnert u zich nog toen u voor het eerst bij uw schoonouders ging eten? De keuken smaakte toch net iets anders en vaak moest u echt wel wennen. Nulpunt-problematiek. De keuken van uw moeder is de beste. En al de rest is een goede poging. Net zoals dat met uw moeders’ keuken gaat, gaat dit ook met normen en waarden, met overtuigingen en levensbeschouwelijk denken. Vele commentatoren verwijzen in de huidige wereldcrisis naar het feit dat wij de verlichting wel gekend hebben en de anderen nog niet. Ze zijn nog niet zo ontwikkeld als wij. Klinkt dit adagium niet vertrouwd in de oren? Zeiden we dat ook niet toen we zieltjes gingen winnen in Afrika en gingen evangeliseren in China? Iedereen overtuigen van onze voorsprong op de waarheid? Ik verwijs even terug naar Amin Malouf (ik maakte trouwens de fout door hem Palestijn te nomen, hij is Libanees). Hij schreef een fijn boekje: ‘’The crusades through Arab eyes”. Of hoe standpunten afhangen van waar je staat. Het neerpennen van de voorgaande zinnen ging gepaard met een lichte aarzeling. Ik maakte me bij het tikken immers direct zorgen dat de lezer mij zo dadelijk nog pleitbezorger gaat vinden voor die normen en waarden waar wij het niet mee eens zijn. Sommigen willen er het woord waarde zelfs niet opplakken. Maar dit doe ik niet. Ik maak enkel de observatie dat elk oordeel vertrekt vanuit een nulpunt, een referentiekader, zelfs het oordeel           waarbij we terroristen barbaren noemen. Zelfs deze bepaling is niet universeel, maar een gevolg van een denkkader. Onschuldigen doden is uiteraard verwerpelijk, maar het verwerpelijk vinden alleen is onvoldoende om er iets aan te doen. Zeggen dat we meedogenloos zullen antwoorden op deze barbarij, is ook intellectueel fout. In meedogenloosheid schuilt immers het uitgangspunt dat je niet meer wilt luisteren, begrijpen en meer nog, niet meer wilt meevoelen? Durven we zeggen dat meevoelen met de moordenaars de eerste stap zal zijn om ervoor te zorgen dat het moorden stopt?

Willen we de ambitie van de lichtmeridiaan realiseren, dan zullen we moeten aanvaarden dat er niet één maar tientallen, honderden lichtmeridianen zijn. Overal is er een 3°7’45”. Leven in harmonie begint met het loslaten van het nulpunt. En dat betekent echt niet dat de helft van de bevolking binnenkort gesluierd zal moeten rondlopen.

Misschien is dat de volgende uitdaging. Een nieuw board of Longitude samenstellen zoals in 1714. Een board of zero. Laat ons daar werk van maken. De eerste lichtmeridiaan kan hiervoor symbool staan. Ze draagt immers het onmogelijke getal 3°7’45”. Noch Blankenberge, noch Roeselare, noch Palamos eisen immers dat ze het nulpunt zijn. Ze zijn gewoon 3°7’45”. De lengtegraad van uw dorp of stad is even ingewikkeld als deze van de initiatiefnemers. Al van bij het begin zetten de initiatiefnemers zich op één lijn met alle anderen. En dat lijkt me alvast een goede start. Toch blij dat ik op die meridiaan geboren ben.

Ps.: wie wat theorie hierover wilt verorberen, verwijs ik met plezier naar de boeken “Inleiding tot de comparatieve filosofie” van Ulrich Libbrecht. Het past in de humor van Libbrecht om zijn magnum opus dat enkele duizend bladzijden telt, een inleiding te noemen. Of is dit nu net het nulpunt loslaten?

Wie liever in muziek inspiratie zoekt: Iedereen is van de wereld en wereld is van iedereen (The Scene)

En wie de stilte opzoekt, wij hebben in het midden Frankrijk een boeddhistische tempel ontdekt.

 

De versie voor Katrien

Sarah en Kareltje speelden samen voor de deur van het huis van Sarah op straat. In de zon. Je kon op de straat voor de deur van Sarah spelen, want in die straat mochten geen auto’s rijden. Kareltje kwam dus vaak in de straat van Sarah spelen. Hij reed er heel hard met zijn go-cart. Hij was de beste racer van de straat, zo beweerde hij. Hij was ook de enige met een go-cart. Maar hij kon het echt heel goed. Hij had zelfs een helm. Die had hij gewonnen op de kermis. En hij had stevige gordels aan zijn zetel. Die had hij zelf gemaakt met de oude dassen van zijn papa. Met die gordels kon hij heel snel bochten maken zonder uit zijn stoel te vallen. Kareltje toonde zijn kunsten aan Sarah. En Sarah lachte vaak als ze Kareltje zo hard zag trappen. Ze vond dat ze het toch gemakkelijker had, met de Eekhoorn en de Poortwachter in de zon, op de stoep.

Op een dag kwam er een grote vrachtwagen de straat in gereden. Ze stopte recht voor de deur van Sarah. Sterke mannen stapten uit en maakten de deuren van de laadbak open. Ze haalden er allerlei spullen uit: een bed, een tafel, zelfs een televisie en een koelkast. Het ging allemaal in het huis aan de overkant. Sarah kreeg nieuwe buren.

De nieuwe buren kwamen met de auto. Die stopte achter de grote vrachtwagen. Een mevrouw en een meneer stapten uit de wagen. Op de achterbank zat een meisje met bruin haar. Naast haar zat een baby in zijn draagmand. De mevrouw en de meneer vertelden de sterke mannen waar al die spullen heen moesten. Sarah luisterde naar wat ze zeiden maar ze begreep er niets van. Ze spraken vreemde woorden met een vreemd accent. Sarah wuifde naar het meisje. Het meisje wuifde terug.

Na enige tijd opende de mevrouw de achterdeur van de auto en het meisje wipte eruit.

Sarah liep op haar af en zei: “Hallo.”

Het meisje lachte en zei: “Hello.”

Het leek net hetzelfde maar het klonk wel wat anders.

“Ik heet Sarah”, zei Sarah.

Het meisje keek vragend en zei niets.

De mevrouw, de mama van het meisje, kwam dichterbij en zei: “Hello, diet ies Pippa.”

Tegen het meisje zei ze: “She says that her name is Sarah. She wants to be your friend – Ze wil je vriendinnetje worden”.

Dat laatste had de mevrouw er maar bij verzonnen.

Pippa kwam van een ander land, Engeland en daar spreken ze Engels.

Kareltje kwam aangereden met zijn go-cart. Hij wou ook wel met dat vreemde meisje kennis maken.

“Wil je eens rijden?” vroeg Kareltje en hij wees naar zijn go-cart.

Pippa aarzelde maar knikte. Ze stapte in en ging rijden.

“STOP!”, riep Kareltje, “Je rijdt aan de verkeerde kant van de weg!”

Pippa schrok en remde heel hard. De tranen kwamen al in haar ogen.

“Don’t worry” hoorde Sarah de mama van Pippa zeggen.

“They drive on the other side” zei de mama. De mama draaide zich om en zei met haar heel vreemde accent: “bij ons rijdt iedereen aan de linkerkant van de weg. Daarom rijdt Pippa aan die kant.”

Kareltje geloofde het niet: “Dat kan niet! Iedereen weet dat je altijd mooi aan de rechterkant moet rijden.”

“Toch wel”, zei de mevrouw. Toen moest ze naar de sterke mannen en ze nam Pippa mee naar binnen.

“Ik geloof er niets van”, zei Kareltje nog, “iedereen rijdt rechts.”

Hij ging naast Sarah zitten die ondertussen al druk in de weer was met haar poppen,, de Eekhoorn en de Poortwachter. Voor haar was het allemaal goed. In deze straat mochten toch geen auto’s rijden. Dus maakte het niet echt uit of je nu rechts of links reed. Je kon rijden waar je wou.

Kareltje vond het maar niets. De Poortwachter schoot wakker. Dat deed hij wel eens meer als er een probleem was.

“Karel!”, zei de Poortwachter, “wist je dat er meer dan 100 plekken zijn waar je met je go-cart links mag rijden? De Poortwachter nam zijn computer uit zijn tas en toonde aan Kareltje allerlei foto’s van straten waar de auto’s aan de ‘’verkeerde’’ kant reden. Er waren zelfs heel mooie racewagens bij. Rode.

Vanaf die dag wist Kareltje dat je met je go-cart soms rechts en soms links van de weg moest rijden. Heel af en toe zette Kareltje zijn helm op, deed hij zijn gordel aan, sprak enkele woorden die hij zelf niet begreep, maar ze klonken Engels, en reed aan de linkerkant van de weg.