Archief voor ‘Column’ Category
HRM hergedefinieerd
Vandaag heb ik mijn meerdere ontmoet tegen mijn nimmer aflatende veroordeling van het begrip Human Resources Management (HRM). In mijn boek “De Kikker en de Oceaan” spendeer ik zowaar een heel hoofdstuk om mijn ongenoegen uit te drukken over HRM. Hoe HRM een begrip is dat zijn ontstaan kent in de MRP-wereld (materiaal resources management). Nadat men alle “resources” van het bedrijf onder managementcontrole had gebracht was het in de jaren tachtig de beurt aan de werknemers, die plotseling human resources werden, menselijke werktuigen. Mijn ongenoegen benadrukte hoe men het instrumentele van de mens voorop stelde, ten koste van zijn mens-zijn. En hoewel anno 21ste eeuw er meer dan genoeg nieuwe menselijke uitbuiting bestaat, denk aan de stressziektes, zelfmoorden ten gevolge werkdruk etc., toch zijn er ook ondernemingen die HRM helemaal anders opvatten. Mijn gesprekspartner leidde tot vorig jaar een toonaangevend technologiebedrijf met 1.600 medewerkers, quasi allemaal kenniswerkers, vaak phd’s, onderzoekers, allemaal mensen, zeg maar, die het van hun grijze materie moeten hebben. Onnodig te onderstrepen dat die mensen in dit bedrijf letterlijk het belangrijkste ingrediënt zijn. Mijn gesprekspartner ziet in het woord “resource” dan ook helemaal niet dat werktuigelijke waar ik vaak naar verwijs. “Neen”, zo zegt hij, “Resource verwijst naar source. En dat is bron. En de bron is van oudsher het symbool van leven, van rijkheid.” Human Resources Management is voor mijn gesprekspartner dus eerder “Human Richness Management”, de mens in al zijn ontegensprekelijke rijkheid als bron van waarde voor de onderneming.
Ik heb vandaag mijn les geleerd. HRM is dan toch een mooi woord.
Met dank aan mijn gesprekspartner.
Willem

En ‘k aen ik e vélo, ‘kham zelve gemakt. Moa ‘kzien ‘em verlooren, zèn ‘em gepakt.
Het zijn de eerste zinnen van Mijne vélo van Willem Vermandere die ik als zevenjarige uit het hoofd en uit volle borst zong. Willem. Hij werd afgelopen week zeventig jaar. En al die tijd was hij mijn voorbeeld. Hij behoort tot mijn drie belangrijkste referentiepunten. Ik heb wel meer inspiratiebronnen, maar drie mensen zijn mijn ankerpunten voor wat ik doe en wat ik schrijf. Toon Hermans, mijn anker om altijd het goeie te blijven zien in de mensen en de wereld. Hij voorkomt dat mijn pen niet in gitzwarte ironie of zelfs cynisme wordt gedoopt. Ulrich Libbrecht, hij herinnert me er aan wat vooringenomenheid, vooral onbewust, is. Hij inspireert me tot nadenken en zorgvuldigheid. En dan ook Willem Vermandere. De man die met zijn muziek en zijn houding me inspireert tot eenvoud, respect en bescheidenheid. Hij doet mij altijd denken aan mijn grootvader, ook ambachtsman en West-Vlaming, kroezelig haar en naar een opschrift in een museum onder een oude foto “Roste Pier, de beste scheepstimmerman van de kust”. Ze lijken op elkaar.
Ik wou u gewoon zeggen dat hij zeventig werd, Willem. Gelukkige verjaardag moet ik hem niet wensen ook al zou ik het willen, want hij is zich – helaas – niet bewust van mijn bestaan. En een gelukkige verjaardag wensen is, als het echt gemeend is, iets persoonlijks. En we hebben niets persoonlijks. Toch hoop ik dat het hem goed vergaat, de komende jaren.
Ik wou gewoon uw aandacht trekken. Zodat u misschien even langsloopt bij zijn discografie . Zijn muziek beluistert. Zijn teksten leest. Mijn top 3 is alvast:
- Mijne vélo: om nostalgische kinderredenen
- Kasteeltje van schelpjes en zand: omwille van het rijke en zo terechte beeld dat hij oproept
- Bric-à-brac: omwille van zoveel waarheid in zo’n klein liedje
Maar eigenlijk hoort zijn werk niet in lijsten te zitten. Vergelijken is oneer voor dergelijk oeuvre.
Ook Raymond was afgelopen week jarig. Maar over hem schrijf ik wel een andere keer.
Jens
Waar is Toon?
Ik las dit weekend in de krant De Standaard het artikel “de twee gezichten van Philippe Geubels”, wat eigenlijk meer een artikel is over de standup-comediansector in Vlaanderen, dan wel over de betrokkene zelf.
In wat de laatste tijd verschenen is over stand-upkomieken, mis ik de vraag waarom er zo weinig humor terug te vinden is die geen gebruik maakt van het concept “beledigen om te lachen”. Mijn held is nog altijd wijlen Toon Hermans, die erin slaagde zalen plat te krijgen zonder ooit maar één persoon te beledigen. Hij is mijn voorbeeld voor de artikels, columns en verhalen die ik schrijf. Ik vraag me na elke tekst af of Toon het ook zo gezegd zou hebben? Het verhindert me om te vervallen in cynisme of sarcasme, waarin vandaag zoveel opiniestukken baden.
Ik stel vast dat het moeilijk is. De backspaceknop op mijn toetsenbord wordt zeer vaak aangeslagen, nadat ik enkele zinnen heb ingetikt omdat ze toch eerder cynischgewijs hun weg ontwikkelden.
Ik kijk halsreikend uit naar een komiek, die bij het bedenken van zijn volgende grap zich afvraagt of Toon nu goedkeurend zou knikken of eerder zou zeggen: “misschien kan je dit ook anders formuleren?”. Want afkeuren zou hij nooit doen.
E-mail: de mensvriendelijke technologie
Ik ontving vandaag een e-mail van een motorshop waar ik een fluogordel had besteld. Ze waren eind vorig jaar uitverkocht en de winkelbediende bood mij aan om er eentje te bestellen, zonder voorschot te hoeven betalen, maar met de dienstverlening dat ik zou verwittigd worden als het dingetje er zou zijn.
En zo gebeurde het dus. Ik ontving een korte e-mail van de betrokken winkelbediende. Ik herneem ze even hieronder:
Beste Jens,
De fluogordel welke u had besteld dd 1/12 is binnen gekomen en ligt opzij voor u. Geeft u mij een seintje als u dit bericht heeft gelezen aub ?
Met vriendelijke groet,
Piet
Op zich lijkt deze mail in niets bijzonder, ware het niet dat mijn aandacht getrokken werd door het voorlaatste zinnetje: “Geeft u mij een seintje als u dit bericht heeft gelezen aub ?” De meesten onder u, en wellicht Piet ook, weten dat je in de meeste E-mailprogramma’s een optie kunt aanvinken waarmee je automatisch een bericht kunt ontvangen als de bestemmeling je mail heeft gelezen. De “automatische ontvangstbevestiging”. Maar wellicht hebben de meesten onder u, zoals ik en wellicht ook Piet, een onbehaaglijk gevoel als hun pc rapporteert dat de afzender een “leesbevestiging” heeft gevraagd en dat, als ik ze niet tegenhoud, er dus automatisch een bericht zal vertrekken in omgekeerde richting. Een onbehagelijk gevoel. Een gevoel van wantrouwen.Helemaal niet met het zinnetje van Piet. Integendeel. Ik apprecieer zijn vraag omdat hij afwijkt van die wantrouwige automaat. Ik begrijp ook zijn vraag, want het zal je als verkoper maar overkomen dat je je klanten een dienst wilt bewijzen, maar dat ze nooit om hun besteld product komen. Daar zit je dan met al die gele fluorgordels.
Door de wijze waarop Piet mij mailt, ervaar ik een persoonlijke aanpak, ook al is het via e-mail. Door zijn aanpak voel ik zelfs een stukje meer verantwoordelijkheid om niet nodeloos lang te wachten om mijn bestelling op te halen. Immers, als je gerespecteerd wordt, toon je ook sneller respect. Allemaal door dat ene zinnetje: “Geeft u mij een seintje als u dit bericht heeft gelezen aub ?”.
Het is een voorbeeld van hoe de moderne technologie, gewoon door de wijze van gebruik, op een mensvriendelijke of onmenselijke wijze kan worden ingezet.
Ps.: Ik vermeld er graag bij dat dergelijke fijne mensen werken in de motorshop RAD in Drongen, nabij Gent.
Het café van de toekomst
Wat is dat met die sociale netwerken? Ik heb me geregistreerd op drie netwerken, LinkedIn en Facebook en Twitter. Het ene heeft een meer professioneel karakter, het ander is “het leven zoals het is” online. Ik doe pogingen om die dingen te gebruiken en probeer te verhinderen dat op een krampachtige “ik moet nu toch ook iets zeggen” wijze te doen.
Ze hebben me in elk geval terug bij mensen uit vervlogen dagen gebracht. Ik werd ontdekt of ontdekte zelf dat oud-collega’s en zelfs oude schoolkameraadjes nu ook volwassen jongens en meisjes zijn geworden met een internetaanwezigheid. Ik lees her en der wat deze en gene vandaag of gisteren uitspookte. En af en toe trekt er iets mijn aandacht. Doorgaans niets ernstigs zoals “dit is een bijzonder interessante studie over dit of dat”, maar eerder “onze poes durfde niet meer van het dak en ik zat ook vast op de ladder”. Dit is wat de sociale virtuele wereld me tot heden heeft bijgebracht.
Internetcommunicatietools verlagen de drempel om met iemand in contact te treden. Dit was zo met e-mail – wie niet graag belt, zal toch makkelijker mailen want het contact is niet live – en dit is zo met sociale netwerken zoals LinkedIn, Facebook, Twitter, Netlog, Myspace, Youtube etc. (deze laatste twee reken ik zeker tot sociale netwerken – ze zijn het forum romanum van de 21ste eeuw geworden). Van perkament, via postduif, telegraaf, telefoon, fax, e-mail naar internet. Steeds werd inspanning om te communiceren minder groot, steeds werd de communicatie directer.
Communicatie werd hiermee ook democratischer. Waar boeken ooit enkel in het Latijn werden geschreven voor de happy, of zalige few, schrijft vandaag iedereen. Iedereen is journalist. Het internet staat vol met “user generated content”. Als gevolg hiervan komt communicatie meer uit het hart, of beter, uit een impuls. De hedendaagse communicatie hoeft lang zo doordacht niet meer te zijn als vroeger, toen er slechts een beperkte communicatieruimte was. De uitzendmogelijkheden zijn vandaag onbegrensd. De reden waarom we vroeger meer nadachten voor we iets schreven en dus ook beter onderlegd waren om te communiceren is verdwenen. Communicatie is terug werkelijk, niet bedacht.
Sociale netwerken laten ons dus toe om sneller, met meer ruimte, alles wat we denken te willen zeggen, ook te publiceren. Het internet en zeker de sociale netwerken hebben de laatste hinderpaal om te communiceren weggenomen. De technologie die we daarvoor gebruiken, heeft weliswaar een nieuwe beperking gecreëerd. Internetcommunicatie is schriftelijk. Of juister gezegd, want vandaag communiceren we al heel veel met videoboodschappen, internetcommunicatie is een communicatie waarbij de mens en zijn communicatie gescheiden worden. Ik noem dit offline-communicatie. Gescheiden in de tijd (blogs, e-mail, berichten en opgenomen video’s verschijnen pas nadat ze eerst werden gemaakt) of gescheiden in de ruimte, ik chat niet in aanwezigheid met u maar van op afstand. Intonatie, gevoel, emotie wordt hierdoor sterk gereduceerd, alle emoticons ten spijt. Op zich niet erg, gewoon een feit om te onthouden, ware het niet dat het comfort van internetcommunicatie ons te vaak doet grijpen naar deze vorm van informatie-uitwisseling, vaker dan goed. Het comfort om zich te kunnen verschuilen achter een computerscherm en klavier weegt zwaarder door dan het besef van de eerder aangehaalde beperkingen van het systeem. Hierdoor maken we al te vaak foutief gebruik van het nieuwe medium. Denk aan het “ontslag per sms” dat soms de pers haalt, waarbij de werkgever een werknemer ontslaat door hem of haar een sms te sturen.
Het gevaar van de steeds makkelijker wordende offline-communicatie is dus het verdwijnen van het besef van de beperkingen ervan. Een besef dat steeds minder aanwezig is. Daarvoor is de aantrekkingskracht van het comfort te groot. Zoals elke communicatiespecialist pleit ik voor een selectief gebruik van het internet en zijn netwerken als complement naast het gewone gesprek van man tot man of van vrouw tot vrouw of welke permutatie dan ook. Misschien zal het buurtcafé terug aan relevantie winnen, als we plots allemaal achter computerschermen zitten? Stel dat u de hele dag thuis werkt en slechts 1x per maand op kantoor bij de collega’s zit. Zou de drang om die collega’s, die klanten, die leveranciers, die vrienden dan ook echt te gaan opzoeken, niet toenemen? Zal er geen nood ontstaan naar een nieuw café? De oude waren nodig omdat we zelf geen bier koud konden houden thuis. Omdat we geen ton bier konden kopen. De nieuwe zullen nodig zijn omdat we wellicht niet elke week een pak volk in ons huis willen uitnodigen. Wie wil er elke week zijn huis laten innemen door bezoek? Je ziet het hier en daar gebeuren. Bloggers spreken regelmatig af in één of andere taverne. Elk sociaal netwerk heeft wel ergens een live event. Het zijn voorbeelden van de nood aan fysiek contact. Voor wie geïnteresseerd is, de markt voor ontmoetingscentra, de cafés van morgen, zal groeien.