Martha: Aquarel

Haar woorden liggen verspreid in haar zinnen zoals het pigment in een aquareltekening. Kleuren verspreid in water. Woorden, uitgestrooid in zinnen die tijd nemen om zich te vormen. Zinnen die aarzelend een verhaal worden zoals water verf probeert te zijn. Ze spreekt niet traag. Misschien is het bedachtzaam, hoewel hij haar niet verdenk om zeer strategisch te kiezen wat ze zegt om zo maximaal het effect te bereiken van wat ze in gedachten had. Ze neemt gewoon haar tijd. En dat zijn we niet gewoon. We willen meestal tijd winnen. Zij niet. Ze neemt tijd. Ze spreekt in aquarel. En zoals de kleuren van een aquareltekeningen hier en daar samenvloeien in een kleurrijk accent, komen haar woorden samen in die intense plekken die haar verhaal boeiend  maken om naar te luisteren. Ze lacht. Soms. Ze staart.

Ze kijkt naar de wereld met zuurstofblauwe ogen die een zacht licht geven, wisselend tussen ontwapenend en afwezig. Zoals water verf oplost. Ze kijkt aquarel. Aandachtig, maar niet indringend. Daarvoor blijft ze teveel op afstand. Slechts heel af en toe, laat ze een stukje zien van wie ze is. Dan is ze ontspannen. Losse houding, haar voeten op haar stoel. Samengevouwen als een fragiele balletdanseres. Even. Een moment van vergeten spontaniteit. In aquarel is ze zichtbaar maar onvatbaar. Hij kijkt naar het raadsel op de stoel.

Ze zegt dat veel in haar beweegt.  En wellicht is dat zo. Maar is die beweging er niet altijd? En merkt ze dit omdat ze er zo hard op let. Zoals een tandarts overal tanden ziet en een weerman overal wolken. Cognitief dissonant. De observatie verstoord door onbewuste aandacht. Hoe meer je naar binnen kijkt, hoe weinig je buiten die wolken ziet. En zo ziet ze niet dat de wereld rond haar beweegt. Ze danst en draait rond. Elke dag opnieuw, zonder stoppen. Onopgemerkt. Ze beweegt. Heel zeker. Maar de wereld beweegt met haar mee. Haar beweging is relatief. En daardoor voelt ze het.

Ze twijfelt. Dat doet ze wel vaker de afgelopen tijd. Zich afvragend waarom gebeurt wat gebeurt. Hiermee denkend dat alles een oorzaak heeft. Alles een betekenis heeft. En als je die niet kent, dan heb je nog niet genoeg gezocht. Maar soms is alles vanzelf zo. Meestal is dat zo.

Ze vergeet dat wie met aquarel schildert, los laat. Een aquarelschilder vertrouwt op het water dat oplost op het papier. Dat mengt en een plotse kleur laat zien. Op een plotse plaats. Het schilderij bepaalt de compositie. Het schilderij schildert zichzelf. De schilder levert de kleuren. Zoals zij haar woorden levert aan het verhaal dat zichzelf schrijft. Gelukkig maar. Want ze kent het verhaal niet. Maar wie kent het verhaal wel?

Hij kijkt naar haar en vraagt het zich af. Op die heldere uren die hen beiden kenmerkt.

De toekomst van de appelboom

Het duurt nu al drie weken vooraleer ik een letter op papier krijg. Ik zit op mijn jaarlijkse afspraak bij mijn appelboom (voor wie nieuw is bij deze verhalen, je vindt de eerste twee verhalen over de appelboom op deze website). Woorden ontbreken. Taal is onmachtig omdat een gevoel nu eenmaal niet met zinnen te beschrijven is.

Het zijn er ondertussen twee geworden, die appelbomen. Twee appelbomen en de jongste kreunt onder haar vruchten. Veel te vlug groot geworden. Veel te vlug vruchtbaar. De stam kraakt en moet ondersteund worden. Het lijkt een illustratie van onze samenleving. We moeten zo vlug groot worden.

Maar niet het meisje. Het meisje heeft haar toekomst geruild met een eeuwige jeugd. Het meisje van de appelboom. Het meisje overleed twee jaar geleden. Een toekomst die niet ingevuld werd. Je vraagt je af hoe haar toekomst er zou uitgezien hebben. Hoe zou het eerste middelbaar verlopen zijn? En zou ze nog paard gereden hebben? Als de toekomst zich niet laat zien, dan proberen we ze te bedenken. We weten nochtans dat het zinloos is. Plannen maken, toekomst voorspellen, het is een nutteloze bezigheid, eigen aan de mens. Het is een hobby waaraan hij verslaafd is. De mens, het enige zoogdier dat weet dat morgen bestaat. Een koe heeft geen kalender.

Waar is de toekomst van het meisje? Ik kijk naar haar afbeelding en kijk weer eens in de verkeerde richting. Vinden is niet mijn sterkste kant. Zoeken kan ik dan weer als de beste. En toch, ik vind de woorden en schrijf ze neer. Eindelijk. Haar toekomst zit niet verborgen achter het prentje. Haar toekomst zit in mij en in al wie aan haar denkt. Sommigen spreken door haar. Anderen houden even halt. De tijd, die anders geruisloos voorbij trekt, wordt nu zorgvuldig bekeken zoals we onszelf bekijken. We kijken naar de tijd en daar is ze. In de spiegel van onze gedachten verschijnt het meisje van de appelboom.

Letters worden woorden worden zinnen worden een verhaal. Door haar. Haar energie heeft haar lichaam verlaten maar heeft zich verspreid onder ons allemaal. We zijn allemaal een beetje het meisje van de appelboom geworden. We zijn allemaal een beetje haar toekomst.

Naar bomen kan je best luisteren

Op het kastje staan twee foto’s. Twee oude mannen kijken me aan. Dat doen ze al sedert 1972. Toen keek de jongste voor de laatste keer. Sindsdien kijkt hij me onbewogen toe. De andere foto is minstens twintig jaar ouder en kijkt dus al meer dan zestig jaar voor zich uit. Hij kijkt over zijn schouder, geposeerd, filmstergewijs. En zoals bij filmsterren wordt hij hierdoor minder benaderbaar. De andere kijkt met de deemoed die hem kenmerkte.

Het zijn mijn grootvaders en ik heb slechts één gekend tijdens mijn eerste zes levensjaren. Sindsdien ben ik grootvaderloos. Is het omdat ze er niet zijn, dat ik naar ze kijk? En dat ik hun foto’s op mijn kast heb staan. Waar kijk ik naar? Naar een betekenis die hun beeld gekregen heeft? Een foto is gewoon een foto. Een weergave van wat werkelijk was. Een illustratie van de wereld die gebeurd is. Een foto krijgt betekenis als die werkelijkheid van toen, je handelen vandaag beïnvloedt.

De zo gekende violen van John Williams’ thema van de film Schindler’s list herinneren mij niet aan het kleine meisje met de rode jas uit de film. De melodie is onlosmakelijk verbonden met het ogenblik dat ik vernam dat de vrouw van één van de bovengenoemde mannen overleden was. De violen hebben een betekenis gekregen, anders dan waarvoor ze bedoeld waren. Een salontafel, die je vandaag met wat goede wil vintage zou kunnen noemen, staat nog steeds in mijn huis omdat één van die mannen ze heeft gemaakt. De tafel heeft een betekenis die verborgen zit achter haar functie. Een betekenis die ik alleen ken.

Het valt me op dat de betekenis van iets zich pas laat zien als de functie niet nodig is. Ik zit zonder reden in de lege kamer bij de tafel die geen rol te vervullen heeft. De tafel is leeg. Haar betekenis komt tevoorschijn. Zodra de tijd met nutteloosheid wordt gevuld. Nutteloosheid. Tijd loos van nut. Ze brengt betekenis voort. Inhoud. De foto, de muziek en de tafel veranderen de rivier die door de steen in de rivier is veranderd. En zo blijft de steen de rivier veranderen, ook al heeft het water de steen geduldig tot zandkorrels vermalen. Het is de troost voor wie achterblijft met natte voeten.

In de tuin staat de appelboom die een jaar geleden, zoals dat gaat, toevallig de hoofdrol kreeg in een verhaal. De appelboom is het meisje dat toen ook voor de laatste keer keek. Het meisje wou een appelboom. Het meisje in de appelboom geeft mij energie zoals de foto en de tafel. Maar alleen als ik geen appel wil eten. Dan vertelt de boom het verhaal van het meisje. En dat verhaal moet verteld worden. Naar bomen kan je best luisteren. Dat zei een van de mannen op de foto.

De suikerboon

(verhaal hernomen nav. het overlijden van Prof. Ulrich Libbrecht)

 

Onthutst lag de witte suikerboon in het mandje. Hij begreep helemaal niet meer wie hij was en wie die anderen dan wel waren. Die anderen, dat waren de hele verzameling bruine suikerbonen. Toen hij, tijdens het verpakkingsproces, als bij toeval als enige witte boon bij allemaal bruine bonen was terecht gekomen, waren deze laatste danig geschrokken. Wie was die witte boon? En vooral, wat was hij?

De wereld van de bruine bonen werd gedomineerd door de cacao. Aan het percentage cacao werd de status van de boon afgemeten. 70% cacao was “echter” dan 50%, hoewel de 50% toch meer populair was. Maar hij had geen cacao in zich. Hij was gevuld met een amandelnoot. Hij kreeg maar niet uitgelegd aan zijn ogenschijnlijke soortgenoten dat hij ook een suikerboon was, van een ander type. De bruine bonen konden er zich moeilijk in vinden. Ze hadden dan maar besloten dat hij, de Witte, een boon met 0% cacao was. De Witte voelde er zich niet goed bij. Hij was een suikerboon en had inderdaad 0% cacao in zich. Maar hij vond die manier om zich te beschrijven fout, zeker als je status er ook nog eens van ging afhangen.

Plots voelde hij een vorm van geluk en zelfbevestiging. Hij werd als enige gegrepen door het kind, dat de boon in de mond stak. Zachtjes zuigend aan de suikermantel. Hij wist weer waarom hij er was.

Martha: Prima Vista

Je hebt die avond zo fijn met mij gesproken, dat alle bloemen zich begonnen te tooien. Plots werden we verliefd en zijn ze ontloken (EV).

We hadden elkaar nog nooit ontmoet maar vonden elkaar moeiteloos op dat zonovergoten terras. Niet dat dit een teken was van de voorspoed die onze relatie zou kenmerken. Het is heel normaal dat je iemand opmerkt die aarzelend maar toch reikhalzend zit te kijken naar elke nieuwkomer die het terras betreedt, zeker als die nieuwkomer zelf op zoek is naar een onbekende.

Een blind date dus, hoewel de naam de lading helemaal niet dekt. Bij de ontmoeting met een vreemde geef je immers je ogen de kost. Je zoekt, je kijkt en je wil vooral bevestigd worden in het feit dat de vrouw of de man van je dromen, of toch een mooie benadering ervan, voor je zal zitten.

Je vulde mijn verwachting in. Breed glimlachend zat je aan een tafeltje, een helder glas water voor je uitgeschonken. De zon had je overtuigd om je onthullend te kleden. Een ogenschijnlijk eenvoudig topje, zwart, en heel uitnodigend. Een losse broek, eco-merksandalen. Een contradictie die je zou kenmerken. De tepels van je borsten priemden door de zomerstof. Ik vermoed dat je dit zeker wist. We aten een fris en kleurrijk slaatje. Het plaatje paste perfect.

Geheel tegen mijn verwachting in nam jij de conversatie in handen. Directe open vragen vuurde je op me af. Of ik vaker onbekende vrouwen opzocht? En of ik alleen was? Je had geen omwegen nodig om meteen te weten wie er voor je plaats had genomen. Ik was aanvankelijk onthutst, maar vond je directe aanpak verfrissend. En besmettelijk. Het gaf me de vrijgeleide om jou immers ook enkele vragen te stellen die ik anders amper over mijn lippen zou krijgen. Ik vernam vlot al je interesses, de essentie van je leefwereld en begreep dat je toegankelijk was. Heel snel wisten we dat we allebei geen obstakels hadden die ons zouden verhinderen om enkele uren later, zoals dan ook gebeurde, in je bed te belanden.

Een nieuw huis betreden is altijd een avontuur. Een nieuwe slaapkamer al heel zeker. De bloedhete temperatuur van die dag trok zich door naar de nacht. Je sliep op de zolder van je kleine woning. Boven je bed een dakraam. We zouden naar de sterren kijken. Beneden hadden we ons al uitgekleed. Het voelde evident aan om bij dergelijke hete temperaturen je kleren uit te trekken. Je had me uitgenodigd om naakt het gazon van je tuin op te lopen. Het gras was al nat. Je rug was caramel-bruin. Ik weet dat ik toen die kleurtint bedacht. De keukentafel bleek geen geschikte plek om de verkenningstocht aan te vangen. Ik volgde je langs het smalle trapje naar je kamer. Het maanlicht satineerde je schouderbladen en vooral je welgevormde billen. Het mooiste beeld dat ik ooit had gezien.

We vreeën zoals ervaren muzikanten die een nieuwe partituur voor zich zien staan. Prima Vista. We beheersten ons instrument en ontdekten met de nodige spanning elke volgende maat die de partituur ons voorschotelde. Prima Vista. Op het eerste gezicht. Geen liefde, wel seks. Maar ook intimiteit en geborgenheid. Dit was geen vluchtige passage, hoewel ik op voorhand wist dat ik die nacht nog zou vertrekken. En niet zou terug keren. Dat was de discipline die ik mezelf had opgelegd. Nog één keer streelde ik je borst, nam ik je tepel tussen mijn vingers en voelde ik je satijnen hals met mijn lippen. Ik proefde je zweet. De opkomende zon verdreef je geur. Wat overbleef was een herinnering  die met maanlicht in mijn geheugen werd geëtst.

Martha: Heldere uren

“Wie oud wordt, denkt dat de heldere uren zullen afnemen. Dat het geheugen gaten zal vertonen, die steeds groter worden, zoals de ladders in een kous. Op den duur is de kous verdwenen. Wie oud wordt, probeert kousen te stoppen. Lost kruiswoordraadsels op en gaat overbodige cursussen volgen. De hersenen zijn een spier en die moet getraind worden. Geheugen en hersenen worden vaak verward. Bewustzijn zit niet alleen in het hoofd. Het zit in ons ganse lichaam.
Elke fotograaf weet dat de mooiste foto’s genomen worden in de vroege ochtend of vroege avond. Helder licht verhindert het zien van schoonheid. Helder licht toont je de mechaniek van de werkelijkheid. De radertjes van een klok onder een vergrootglas, de cellen van een organisme onder een microscoop. Helder licht onthult de details en verhult het leven.
Heldere uren daarentegen zijn mistig. Heldere uren zijn die momenten waarbij alles samen valt, de tijd stil staat, het moment het enige is dat er is. Heldere uren zijn die plaatsen in je geheugen waar geen tijd bij genoteerd staat.

Heldere uren zijn toen mijn hoofd op zijn borstkas lag en ik het kloppen van zijn hart hoorde. Zijn arm om mijn lichaam, zijn hand op de naakte huid van mijn heup. We praatten niet, maar hoorden van elkaar hoe we onze dag overliepen. Onze gedachten, gesynchroniseerd door zijn borstkast die langzaam omhoog en omlaag ging. Mijn lichaam dat mee veerde. Mijn ademhaling mee op zijn cadans zoals een jogger die een andere bijbeent. Mijn borsten tegen zijn zij, als ware het offergaven, mijn tepels die over zijn ribben schoven, niet veel, een beetje tegengehouden door het zweet dat zich tussen onze lijven ontwikkelde. Twee lichamen, twee temperaturen. Het zijne warmer dan het mijne. Hij hield van mijn koele huid. Dat had hij gezegd.

We vielen in slaap. Ik denk dat ik als eerste sliep. Dat hij langer wakker lag en naar mij keek. Dat is hoe ik het me wil herinneren: dat hij naar mij keek terwijl de blauw-zilveren nacht van mij bezit nam. Zijn hand zacht strelend over mij schouder, mijn borst. Zijn vingertoppen die mijn tepel maar net bereikten. En die wakkerder was dan ik. Eens de wereld met mij sliep stond hij op, kuste me en reed weg. Het blauw was zwart geworden. De warmte van zijn lichaam bleef achter in de lakens waarin ik mij verborg.
Ik zag hem nooit meer terug. Ik wist alleen dat hij van mijn koele huid hield. Meer niet. Meer heb ik nooit geweten. Met de opkomende zon verdwenen de heldere uren.”

Instagram

Met vijf stonden ze samen rond het klassieke plastieken receptietafeltje dat overtrokken was met een voor de gelegenheid gouden hoes in stretchtextiel. Deze editie moest als een waar feest worden gezien. Nog nooit waren er zoveel nieuwe leden. Nog nooit hadden ze zoveel aandacht gekregen. De sfeer was echter niet zo uitbundig als de organisatoren het hadden gewild. De betrokkenen voelden zich gefaald. Zij hadden het niet kunnen vermijden. Meer nog, ze geloofden niet dat ze het ooit zouden kunnen tegenhouden, met hoeveel ze ook zouden zijn.

Het was het nieuwjaarsbal van veiligheid. De bodyscanners, de bewakingscamera’s en de slagbomen, ze waren er allemaal. Eén keer per jaar mochten ze hun plek verlaten. Niemand wist wanneer het feest zou plaats vinden. Het zou immers een groot veiligheidsrisico inhouden. Maar één keer per jaar kwamen ze samen, enkele dagen na nieuwjaar, als de moeilijkste momenten voorbij waren. De slagbomen hadden het feest aanvankelijk bedacht. Ze waren toen nog alleen. De camera’s bestonden nog niet, laat staan de hypermoderne scanners. Nu stonden ze wat afzijdig mee te luisteren naar het wel en wee van die moderne hippe nieuwelingen. Ze deden waar ze goed in waren. Af en toe ja-knikken. Ze hadden niet veel te vertellen. Ze hadden het allemaal al gezien.

De camera’s voerden het hoogste woord. Hoe van hen verwacht werd dat ze elke beweging zouden opmerken, nog voor de beweging verdacht was. Nog voor er een beweging was. Toegegeven, ze waren er steeds beter in geworden. Ze konden nu gezichten onderscheiden en nummerplaten herkennen. Sommigen konden, als ze samenwerkten, zelfs snelheden berekenen en aangeven of het risico bij impact niet te hoog zou worden. Maar met al die nieuwe mogelijkheden was ook de stress toegenomen. Er werd altijd naar hen gekeken als het mis ging. De beeldkwaliteit was dan toch niet zoals beloofd als er een verdachte moest geïdentificeerd worden. Of het incident gebeurde als ze net even de andere kant opkeken.

Daar waar ze vroeger gezien werden als echte hulp voor de veiligheid, als extra ogen voor die agent die ervoor moest zorgen dat de massa zonder kleerscheuren bij de uitgang kwam, werden ze nu als spionnen ingeschakeld. Alles was verdacht tot het tegendeel bewezen werd. Vroeger was het net andersom. De slagbomen knikten.

De scanners waren het meest ontgoocheld. Niemand had waardering voor hen. Ze hadden al de reputatie pervers te zijn. Dat ze door textiel konden kijken en de meest intieme delen van een mensenlichaam in kleur konden laten zien. In de film, ja, daar werden de beelden onbeschaamd getoond. De echte professionals hielden het discreet. Maar nu stonden ze zo op scherp dat ze biepten en zoemden bij elke doorgang. Bezoekers, passagiers, ze waren als de dood voor de veiligheidspoortjes en die opdringerige ping-pong-paletten die onder oksels en tussen beenholtes werden gestopt. Nee, de scanners hadden er weer een jaar van onderwaardering op zitten. En dat tikte aan.

Eén van de nieuwelingen had een idee. Als ze nu eens de mooie momenten zouden vastleggen? Als ze nu eens een foto zouden nemen van een opa die met zijn kleinkind met een ballon in de hand de straat over steekt? Of van die mama die trots haar baby laat zien aan haar vriendin die voorbij komt? Of twee vrienden die, afgepeigerd maar bijzonder voldaan, van het voetbalveld stappen? Hij had connecties met Instagram zei de nieuweling. Hij zou iedereen wel online krijgen. Allemaal foto’s van het mooie dat zich onder hun lenzen afspeelden. Op grote schermen. Op het internet. De camera’s werden er zowaar opgewonden van.

De slagbomen keken naar elkaar en begrepen het niet? Instagram?

Tijd

italiaanse-klok-gr

De klok in de keuken is gisteren stilgevallen. Een keukenklok die stilvalt, valt op. Hij is immer de dirigent van het leven dat zich in huis afspeelt. Hij valt temeer op, omdat het zo’n opzichtig groot exemplaar uit de Zweedse meubelwinkel van ons allemaal is. Te groot voor de muur waarop hij hangt. Maar we zijn graag mee met onze tijd. Sedert twee dagen leven we zonder tik, zonder tak. Tegelijkertijd met het stilvallen van de klok, is ook het leven wat stiller gevallen. Minder gejaag, minder gehaast, minder frustratie omwille van die beperking van zestig seconden in een minuut. De wereld ziet er mooier uit zonder klok. De tijd kan het niet helpen, maar ze is de maatstaf geworden voor wat goed is. Snel en efficiënt handelen is goed. Lang leven ook. Kort leven niet. Maar neem de tijd weg en het goede krijgt een nieuwe invulling.

Als we de wereld in jaren, dagen, uren of seconden uitdrukken, dan beheerst het onvoltooide onze gedachten. Dan zijn zestig seconden frustrerend en elf jaar alleen verdriet. Maar soms heeft men negentig jaar nodig om er nog niet in te slagen om te maken wat kon gemaakt worden. Soms kan het in elf jaar. Ook al was het te kort. Het meisje werd alles in elf jaar tijd. Ze verlegde een steen in de rivier.

En toch.

Ook al hang ik met mijn voeten in de nieuwe loop van de rivier, toch ontsnap ik niet aan het verdriet dat de tijd me aandoet.

Appelboom

appelboomjpg

Ook al heeft de zomer het moeilijk om afscheid te nemen van mijn tuin, de natuur laat zich niet dicteren. Ze volgt haar eigen ritme, het ritme van de seizoenen. Achteraan begint de kastanje reeds zijn eerste bladeren af te schudden. De kerselaar zal binnenkort volgen. Ook in de tuin staat een kleine appelboom voor wie de herfst al enige tijd begonnen is. Het boompje is ziek en verliest zijn kracht.  De appels zijn niet de vruchten geworden die het in gedachten had. Niet alle plannen worden gerealiseerd, zelfs deze van de natuur niet.

Het lijkt zo fout. Bomen die niet doorgroeien. Het is zoals een verhaal dat ergens in een paragraaf gewoon stopt. De lezer achterlaat met enkel het blad. Het blad dat tot niets meer dient, zonder letters. Een blad zonder letters, leven zonder vorm.

Met het vallen van de kastanjebladeren, het verkleuren van de kerselaar en de beukenhaag, het vertraagde groeien van het gras, lijkt het alsof de tuin meeleeft met de strijd die de appelboom voert. Bomen zijn gemaakt om te leven en ook in deze fase van zijn leven stuwt het boompje zijn sap tot in het verste punt van elk blad. Zij het met moeite. Ik kan niet anders dan mijn appelboom aanschouwen en wachten. Ik kan niet anders dan kijken naar de boom en verwonderd blijven over het leven dat zich voltrekt in die verzameling frêle blaadjes die zijn kruin ondertussen geworden is. Zelfs nu zie je de kracht van het leven, de energie van waaruit we allemaal gemaakt zijn. De steeltjes trekken mijn aandacht. Ze symboliseren net dat moment waar je nooit wou zijn en als je er bent, je hoopt dat je er toch even mag blijven. Het zien van het leven in dat ogenblik brengt mededogen, wat zoveel meer is dan medelijden. Leven scheidt wie elkaar lief heeft, schrijft Jacques Prévert, zacht, zonder geluid.

 

Achter het raam zit het meisje met vermoeide ogen te kijken naar de kleine appelboom. De bladeren op het langzame gras. De tuin omhelst haar. In haar stroomt energie tot in de toppen van haar vingers. Langzaam. Maar het stroomt. Hier zijn geen letters voor.

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Hello Kitty

Stokes-Hello-Kitty2-1200

Ze lopen hand in hand onder de schaarse stralen die de zon deze zomer aanbiedt. Rechts van hen appartementsgebouwen, zes hoog. Links van hen de Noordzee met een door boeien, windturbines en containerschepen verstoorde weidsheid. Ze wandelen oostwaarts anders kon de zee niet aan hun linkerkant liggen. Aan bakboord. Van achteren te zien schat ik ze tussen de  vijvenzeventig en de tachtig jaar oud. Zonder wandelstok of rollator.

Ik volg ze al enige tijd, niet bewust maar toevallig. Ik moet ook naar het oosten, of eerder naar het midden-oosten. Daar staat mijn fiets. Halverwege de dijk, nabij het casino. Dat hoop ik toch. In het Midden-Oosten geldt het gezegde: “Vertrouw op Allah, maar bind wel je kameel vast.” Aan mijn kameel zit een stevig slot. Net als ik ze wil inhalen, stoppen ze en draaien zich om. Een taverne trekt hun aandacht. Promotie voor de verse mosselen.

Ik schrik als ik nu ook hun voorkant zie. Hoewel ze er uitzien zoals ik had verwacht, keurige vitale bejaarden die gezondheidspillen op affiches bij de apotheek zouden kunnen aanprijzen, springen ze toch uit de band. De dame, ik schat ze zeker tachtig, draagt een witte bloes met erop in het groot, in het midden, een Hello Kitty figuurtje, geheel met onderschrift “Hello Kitty”, zodat je toch niet zou denken dat het Musti is. Hij draagt een zwart t-shirt met de overbekende tong van de Rolling Stones erop. Hot Lips.

Waarom schrik ik als ik een oma met een Hello Kitty-shirt zie of een Opa met het logo van een rockband? “Bij ons” wordt gezegd dat je je moet kleden naar je leeftijd. Terwijl “bij ons” ook wordt gezegd dat je mentaal altijd even oud blijft. Een soort imaginaire leeftijd. Mag kledij dan niet vertellen wie je bent en hoe je in het leven staat? Ik kan me niet van de gedachte ontdoen dat het t-shirt van Hello Kitty gezorgd heeft voor de vitaliteit van deze bijzondere bejaarden. Het is er alvast een illustratie van.

Mijn wandelaars hebben lak aan wat ze “bij ons” zeggen. Ik zie ze plaats nemen. Een ober komt hen de kaart brengen en ik zie hem lachend weglopen. Hij spreekt zijn collega aan, wijst naar het Hello Kitty -tafeltje. Ze lachen. Ook aan de tafeltjes rond onze bejaarden worden de t-shirts opgemerkt. En overal verschijnen pretlichtjes. De vitaliteit die deze twee uitstralen besmet het ganse terras. Aan één van de tafeltjes merk ik op dat er nog zijn waarvan hun fiets aan het casino staat. Ook vanonder de hoofddoek wordt gelachen. Iedereen geniet van deze ode van Hello Kitty en Hot Lips aan het leven.